Spasticiteit

Medische encyclopedie

Cerebral palsy; afwijkingen van houding en beweging, veroorzaakt door schade aan de nog onvolgroeide hersenen (infantiele encefalopatie)

Spasticiteit is geen specifieke ziekte, maar een algemene term waarmee men een groep aandoeningen beschrijft die houding en beweging aantasten. Deze aandoeningen zijn allemaal het gevolg van schade aan de nog onvolgroeide hersenen, voor of tijdens de geboorte of tijdens het eerste levensjaar. Kinderen met spasticiteit hebben meestal geen normale controle over ledematen en houding, maar hun intellectueel vermogen hoeft niet aangetast te zijn. Hoewel de hersenschade niet voortschrijdt, kunnen de handicaps naarmate het kind groeit wel veranderen. Veel kinderen hebben nauwelijks merkbare symptomen, andere zijn ernstig gehandicapt. Spasticiteit komt in Nederland bij drie op de tweeduizend kinderen voor.

De oorzaken

Bij veel gevallen van spasticiteit is er geen aanwijsbare oorzaak. De foetus kan beschadigd zijn door een infectie, zoals het rubella- of cytomegalovirus, die tijdens de zwangerschap door de moeder is overgedragen (zie Aangeboren infecties). Spasticiteit kan ook komen doordat de baby tijdens een zware bevalling zuurstoftekort heeft gehad (zie Problemen tijdens de uitdrijving). De aandoening kan optreden bij te vroeg geboren baby’s, waarbij zich in de onvolgroeide hersenen vaak abnormale bloedingen voordoen (zie Problemen bij de premature baby). Jonge kinderen kunnen ook na hersenvliesontsteking, of na hoofdletsel spasticiteit krijgen.

De symptomen

Als er tijdens de zwangerschap of bevalling hersenbeschadiging is opgetreden, zal de pasgeborene slap zijn en niet goed kunnen drinken.

Zelfs als de symptomen vaag zijn, zoals niet tot rust willen komen, kunnen de ouders al van heel jongs af vermoeden dat er iets mis is. Meestal worden de symptomen pas na een halfjaar duidelijk. Deze kunnen zijn:

  • spasticiteit (stijve ledematen);
  • verlies van kracht in de ledematen (verlamming);
  • contracturen (vergroeiingen van de gewrichten);
  • ongecontroleerde bewegingen (schokken in de romp en de ledematen);
  • verlaat bereiken van de normale mijlpalen van de ontwikkeling (Ontwikkelingsachterstand);
  • problemen met slikken;
  • spraakproblemen;
  • chronische obstipatie (Obstipatie bij kinderen).
  • stoornissen van het gezichtsvermogen (bijvoorbeeld slechtziendheid).

Ongeveer één op de vier kinderen heeft leerproblemen.

Slechte coördinatie bij CP
Iemand met spasticiteit kan vaak de beweging van bepaalde lichaamsdelen niet coördineren. De coördinatie van deze rechterhand is slecht; de linkerhand is normaal.
Slechte coördinatie bij CP
  1. Duim en wijsvinger kunnen elkaar aanraken
  2. Duim kan de punt van de wijsvinger niet aanraken
  3. Abnormaal
  4. Normaal

Complicaties

Als een kind met spasticiteit stijve ledematen heeft, kan het moeilijk lopen en een afwijkende houding krijgen. De ziekte verhoogt ook de kans op ontwrichting, met name van de heupen. Patiëntjes kunnen ook epilepsie krijgen. Als het kind gefrustreerd raakt over zijn handicaps en dat niet goed duidelijk kan maken, ontstaan er soms gedragsproblemen. Kinderen met een ernstige vorm van spasticiteit zijn erg vatbaar voor longinfecties, omdat ze niet goed kunnen hoesten.

De behandeling

De diagnose spasticiteit is bij een heel jong kind vaak moeilijk te stellen. Naarmate een kind ouder wordt, worden de symptomen duidelijker. Zodra men deze aandoening vermoedt, wordt er een CT-scan of MRI gemaakt om te kijken hoe groot de hersenbeschadiging is. Ook worden genetisch onderzoek en onderzoek van de stofwisseling verricht.

Zodra de diagnose is bevestigd, zal het hele gezin zich moeten aanpassen aan de veranderingen in levensstijl die de zorg voor een kind met spasticiteit met zich meebrengt. Veel kinderen zijn slechts licht gehandicapt en hebben alleen Revalidatiegeneeskundige behandeling nodig. Kinderen met ernstiger handicaps hebben een langetermijnbehandeling nodig met specialistische ondersteuning. De nadruk ligt op het bepalen van de individuele behoeften en het kind te helpen al zijn mogelijkheden te benutten. Fysiotherapie ter bevordering van een normale houding speelt een heel belangrijke rol bij de zorg. De ouders kunnen het kind aanmoedigen zodanig te spelen dat de spieren geoefend worden en de coördinatie wordt bevorderd.

Als een kind slechts licht gehandicapt is, kan het naar een normale school. Kinderen met een ernstige handicap of kinderen van wie de intellectuele vermogens zijn aangetast, moeten naar speciaal onderwijs.

De zorg voor een gehandicapt kind thuis kan veel stress met zich meebrengen; opvang in een gezinsvervangend tehuis of een internaat is soms de enige oplossing.

De prognose

Kinderen met een lichte lichamelijke handicap kunnen meestal een actief, vol en lang leven leiden, en kunnen als volwassene vaak zelfstandig wonen. Ernstig gehandicapte kinderen, vooral kinderen met slikproblemen die vatbaar zijn voor ernstige longinfecties, hebben een lagere levensverwachting.

Risicofactoren

Leeftijd
Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
Geen factoren van betekenis
Geen factoren van betekenis
Geslacht
Geen factoren van betekenis
Erfelijkheid
Geen factoren van betekenis
Leefwijze
Geen factoren van betekenis

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.