Er bestaan diverse manieren om spataderen te behandelen. Bijvoorbeeld injectietherapie, bevriezen, wegbranden (elektrocoagulatie) en laserbehandelingen. De injectietherapie wordt vooral voor kleine spataderen gebruikt, terwijl grotere spataderen op een andere manier worden behandeld. Bij een operatie worden gewoonlijk de verbindingsaderen (perforerende aderen), waarvan de kleppen zijn beschadigd, doorgesneden. Of de zieke ader wordt aan de binnenzijde van het bovenbeen in zijn geheel verwijderd. Terugkerende spataderen moeten opnieuw worden behandeld.
Het bloed stroomt normaal gesproken van de oppervlakkige aderen via verbindingsaderen naar de diepe aderen. Als de kleppen in de verbindingsaderen niet goed werken, stroomt er bloed terug naar de oppervlakkige aderen, wat tot spataderen leidt. Bij een operatie worden de defecte verbindingsaderen afgebonden en doorgesneden. De operatie wordt gewoonlijk onder volledige narcose of met een prik in de rug (lumbaalpunctie) in een ziekenhuis uitgevoerd.
- Tijdens de operatie
- Er worden kleine incisies gemaakt, meestal in de lies, achter de knie en soms in het onderbeen. De perforerende aders worden vervolgens afgebonden en doorgesneden.

- Diepe ader
- Snede
- PERFORERENDE ADER: Deze aders worden afgebonden en dan doorgesneden
- Oppervlakkige ader
- Diepe ader
- Beschadigde klep
- Perforerende ader
- Spatader
- Snede
- Normale klep
- Detail
Scleroseren wordt bij kleine spataderen toegepast. Er wordt een vloeistof in de spataderen gespoten, waardoor de wanden aan elkaar plakken en er geen bloed meer in kan. Na de injectie moet u ongeveer een week lang een elastisch verband rond het been dragen om de aderen samen te drukken en de wanden tegen elkaar te houden waardoor deze verkleven.
- Tijdens de ingreep
- Terwijl u staat, worden kleine injectiespuiten met tape vastgezet. Het been wordt opgetild en de spataders worden ingespoten. De spuiten worden vervolgens verwijderd.

- Perforerende ader
- Spatader
- Injectiepunt
- Spuit