Niet-kwaadaardige of kwaadaardige gezwellen in de speekselklieren
Tumoren aan de speekselklieren zijn zeldzaam, zeker bij mensen onder de 45. Driekwart van de tumoren komt voor in de twee oorspeekselklieren die achter de kaakhoeken liggen. Slechts één op de vijf speekselkliertumoren is kwaadaardig.
De klachten bij een speekselkliertumor hangen af van de vraag of deze kwaadaardig is of niet, maar in alle gevallen is er een zwelling die of in de mond, of erbuiten voelbaar is. Niet-kwaadaardige gezwellen zijn gewoonlijk pijnloos, voelen rubberachtig aan en kunnen met de vingers worden bewogen. Deze groeien slechts langzaam en kunnen jarenlang even groot blijven.
Kwaadaardige tumoren in de speekselklieren groeien gewoonlijk snel, voelen vast aan en zijn soms pijnlijk. De gezichtszenuw die door de klier loopt, kan worden aangetast door de groei van de tumor, wat tot verlamming van een deel van het gezicht kan leiden (zie Aangezichtsverlamming, Aangezichtsverlamming). Als de kanker niet wordt behandeld, kan deze zich uitbreiden naar de nabijgelegen lymfklieren in de hals en vandaar naar andere delen van het lichaam, zoals de borst en de lever.
- Speekselkliertumor
- Oorzaak van de zwelling dicht bij het oor en over het uiteinde van het kaakbeen is een niet-kwaadaardige tumor in de speekselklier.

Bij een niet-kwaadaardig gezwel aan de oorspeekselklier wordt operatief het aangetaste deel van de klier verwijderd. Bij deze zeer delicate operatie bestaat het risico dat de gezichtszenuw wordt geraakt. Dan kan een hangende mondhoek het gevolg zijn. Soms herstelt de zenuw zich weer, maar de schade kan ook permanent zijn.
Als de tumor kwaadaardig is, wordt de hele aangetaste klier verwijderd. Indien de lymfklieren in de hals al zijn aangetast, kan de arts die weghalen. Na de operatie kan bestraling (Radiotherapie (bestraling) (behandeling)) nodig zijn om de laatste kankercellen te doden.
Niet-kwaadaardige tumoren kunnen gewoonlijk goed worden behandeld. Ze kunnen terugkeren. Worden ze niet behandeld, dan ontwikkelt één op de tien zich binnen twintig jaar tot een kwaadaardig gezwel.
Na diagnose van een kwaadaardig gezwel is de levensverwachting meer dan vijf jaar. Hoe eerder het gezwel wordt ontdekt, des te groter is de kans op een goede afloop. Als de aandoening zich verder heeft verspreid dan in de speekselklieren, is de prognose ongunstig.
- Leeftijd
- Komt meer voor boven 45 jaar
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Geen factoren van betekenis