Chronische progressieve gewrichtsontsteking en verstijving, gewoonlijk in de wervelkolom en het bekken
Bij spondylitis ankylopoetica (ook ziekte van Bechterew of kortweg bechterew genoemd)zijn voornamelijk de zogenoemde sacroiliacale gewrichten tussen heiligbeen en bekken en de onderste ruggenwervels chronisch ontstoken. Bij ernstige vormen vormt zich nieuw botweefsel tussen de wervels en vergroeien deze uiteindelijk met elkaar. De ziekte komt vijf keer zo vaak voor bij mannen als bij vrouwen en voornamelijk bij jonge mannen van het blanke ras. Er bestaat een variant die soms wordt voorafgegaan door de huidziekte psoriasis of door een darmziekte, zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa.
De oorzaak van bechterew is niet bekend, maar bij negen van de tien patiënten is in het bloed een overerfbaar antigeen (een stof die een immuunreactie kan opwekken in het lichaam) genaamd HLA-B27 aantoonbaar. Dit verklaart waarom de ziekte meer voorkomt binnen bepaalde families. De oorzaak is multifactorieel, dat wil zeggen dat meerdere factoren een rol spelen.
De symptomen van bechterew worden meestal zichtbaar op jongvolwassen leeftijd. In een periode van maanden of zelfs jaren ontwikkelt de ziekte zich verder. De belangrijkste klachten zijn:
- lage rugpijn die kan uitstralen naar billen en dijen;
- stijfheid van de onderrug, meestal ernstiger in de nacht en ochtend en afnemend bij lichaamsbeweging;
- pijn in andere gewrichten, zoals heupen, knieën en schouders, en in de borstkas; verminderde beweeglijkheid van de borstkas bij de ademhaling;
- pijn en gevoeligheid van de hielen, verdikking van de achillespezen;
- moeheid, gewichtsverlies en lichte koorts;
- een goede reactie op een pijnstiller uit de groep van de
NSAID’s
.
Als de ziekte niet wordt behandeld, kan de wervelkolom krom groeien (zie Kyfose en lordose), waardoor iemand gebogen gaat lopen. Raken de gewrichten tussen ruggengraat en ribben aangedaan, dan kan de borstkas niet meer zo goed uitzetten. In sommige gevallen ontstaan ook ontsteking en schade in andere gebieden dan de gewrichten, zoals de ogen (zie Uveïtis).
Uit het patroon van verschijnselen kan de dokter spondylitis ankylopoetica vermoeden. Hij zal lichamelijk onderzoek doen en misschien een röntgenfoto laten maken om te zien of er vergroeiingen zijn in de gewrichten van het bekken en de wervelkolom. Ook kan hij bloedonderzoek laten doen om de mate van ontsteking te meten en het HLA-B27-antigeen te detecteren. De diagnose wordt veelal bevestigd met een CT-scan van de sacroiliacale gewrichten.
De behandeling van spondylitis ankylopoetica is gericht op het verlichten van verschijnselen en het voorkomen van misvormingen van de wervelkolom. Het eerste wat de arts meestal geeft, is een
NSAID’s
om de pijn en ontstekingen af te remmen. Bij onvoldoende effect worden vaak ook antirheumatica ingezet. Ook kan hij doorverwijzen naar een zogenoemde bechterewoefengroep onder leiding van een fysiotherapeut, die onder andere ademhalingsoefeningen kan geven en dagelijkse oefeningen ter verbetering van de houding, versterking van de rugspieren en voorkoming van misvormingen van de wervelkolom (zie Voorkomen van rugpijn). Lichte regelmatige lichaamsbeweging, zoals zwemmen, kan helpen tegen pijn en stijfheid. Wanneer een gewricht als de heup is aangedaan, kan uiteindelijk chirurgische vervanging noodzakelijk zijn (zie BEHANDELING: Kunstgewrichten). Raakt de mobiliteit ernstig verminderd, dan kan ergotherapie nodig zijn, waarbij de therapeut speciale hulpmiddelen en meubelen kan aanreiken die zijn ontworpen om het dagelijks leven te vergemakkelijken.
Hoewel de aandoening ongeneeslijk is, raken de meeste patiënten slechts licht aangedaan en worden ze niet ernstig belemmerd in hun dagelijks leven. Zelfs bij mensen met ernstige verschijnselen neemt de ziekte meestal af in de loop van het leven. Uiteindelijk heeft 10-20 procent van de bechterewpatiënten ernstige bewegingsbeperking. Er zijn echter veel patiënten met een lichte beperking.
- Leeftijd
- Start meestal bij oudere adolescenten of jongvolwassenen; aanvang zelden na de leeftijd van 45 jaar
- Soms meer voorkomend binnen een familie
- Geen factor van betekenis
- Geslacht
- Ongeveer vijf keer zo frequent bij mannen
- Erfelijkheid
- Soms meer voorkomend binnen een familie
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis