Schade aan enig lichaamsdeel als gevolg van een sportactiviteit
Alle mensen die intensief sporten, lopen het risico geblesseerd te raken. Dit risico is verhoogd bij mensen die pas beginnen aan een sport, vooral na een lange periode van weinig activiteit. Een goede warming-up is onontbeerlijk. Bij mannen is het risico over het algemeen hoger, omdat ze vaker contactsporten beoefenen.
Bij sport kan elk onderdeel van het bewegingsapparaat beschadigd raken. Bij sommige vormen van sport bestaat er een verhoogd risico op letsel van een lichaamsdeel.
Veel takken van sport kunnen schade veroorzaken aan de botten, ofwel door voortdurende herhaling van bepaalde bewegingen ofwel door botsing met een ander, tegen de vloer of tegen een sportartikel zoals een racket of een harde bal. Botten kunnen breken (zie Botbreuken, Botbreuken (fracturen)) bij contactsporten zoals voetbal. Het herhaaldelijk opvangen van schokken door de voet bij hardlopers kan botbreuken geven; deze worden stressfracturen genoemd.
De botten die samen een gewricht vormen, kunnen geheel of gedeeltelijk ontwricht worden (zie Luxatie),bij sporten die veel van die gewrichten vragen, zoals speerwerpen. Luxatie is ook een belangrijk risico bij contactsporten. Een veelvoorkomende blessure bij voetbal en rugby is beschadiging van het gewrichtskraakbeen in de knie (zie Meniscusletsel in de knie).
De ligamenten of gewrichtsbanden, die de botten in een gewricht bij elkaar houden, kunnen beschadigd raken bij plotseling draaien of vallen (zie gewrichtsbandenletsel), bijvoorbeeld bij het sporten. Pezen, waarmee spieren aan botten gehecht zijn, kunnen scheuren bij plotselinge spiercontracties zoals bij springen (zie Scheuring van een pees).
Bij de meeste sporten zijn de kracht en de soepelheid van spieren belangrijk, zodat schade aan spieren veel voorkomt onder sporters (zie Verrekking en scheuring van spieren). Zo komt verrekking van de kuitspieren veel voor bij basketballers. Spierblessures komen vaak door plotselinge, veeleisende bewegingen en door het tillen van zware voorwerpen.
Veel sportblessures zijn te voorkomen door een goede warming-up. Een adequate voorbereiding kan de soepelheid verhogen en stijfheid in spieren en gewrichten verminderen. Bij sporten, zoals hardlopen, is het raadzaam langzaam te beginnen en de snelheid geleidelijk op te voeren om overbelasting te voorkomen. Draag kleding en schoeisel dat ontworpen is voor de betreffende vorm van sport en gebruik een goede bescherming.
Veel kleine blessures van banden, pezen en spieren zijn te behandelen met eenvoudige maatregelen (zie Eerste hulp: Verstuiking en verrekking),en ontstekingremmende pijnstillers (
NSAID’s
),. Blijft de pijn na een sportblessure intens, raadpleeg dan een arts. Deze zal een lichamelijk onderzoek doen en eventueel een röntgenfoto aanvragen om te zien of er iets gebroken is.
Een botbeuk wordt meestal behandeld met een gipsverband (zie Behandeling van botbreuken, volgende bladzijde). Soms kan chirurgie nodig zijn, zoals bij een gescheurde pees. Ook kan fysiotherapie (Revalidatiegeneeskundige behandeling) deel uitmaken van de behandeling. Deelnemen aan welke sport dan ook mag pas weer als de pijn volledig is verdwenen. Het is wel verstandig om uw conditie op andere manieren op peil te houden als u door een blessure tijdelijk niet uw favoriete sport kunt beoefenen.
- Geslacht
- Vaker bij mannen
- Beoefening van sport, in het bijzonder contactsporten, is een risicofactor
- Geen factor van betekenis
- Leeftijd
- Oudere sporters hebben meer kans op een blessure en bij hen genezen de blessures langzamer
- Leefwijze
- Beoefening van sport, in het bijzonder contactsporten, is een risicofactor
- Erfelijkheid
- Geen factor van betekenis