Screening op stofwisselingsstoornissen (test)

Medische encyclopedie

Alle pasgeboren baby's worden op de vierde tot zesde dag op aangeboren ziekten getest. Met een kleine naald krijgt de baby een hielprik waarbij druppeltjes bloed op een kaart worden opgevangen. Deze kaart gaat naar het laboratorium, waar het bloed wordt onderzocht om daarmee 17 ernstige aandoeningen op te sporen. Bij vroegtijdige behandeling kan schade voor het kind beperkt worden. Met de hielprik kan een aantal zeldzame, maar ernstige aandoeningen worden opgespoord.

Het bloed van de hielprik wordt onderzocht op verschillende aandoeningen. Daarbij gaat het om een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier, een bloedziekte (sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste daarvan zijn erfelijk. Zij kunnen tot zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van uw kind leiden. Hoe eerder deze aandoeningen worden opgespoord, hoe beter. De aandoeningen zijn niet te genezen, maar wel goed te behandelen. Bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Het is dan ook in het belang van de gezondheid van uw kind dat u meedoet aan het onderzoek. Deelname is echter niet verplicht. De uitslagen zijn binnen een paar dagen bekend.

Tijdens de test
Na het prikje in de zijkant van de hiel knijpt men wat druppeltjes bloed op een absorberende testkaart.
Tijdens de test
  1. Testkaart

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.