De pasgeboren baby (structuur en werking)

Medische encyclopedie

Een voldragen pasgeboren baby weegt gemiddeld 3,5kg, is 51cm lang en kan buiten het lichaam van de moeder overleven. De vorm van de schedel kan verschillen van die van een foetus of een ouder kind en is het gevolg van de overgang uit de baarmoeder naar de buitenwereld. Zo'n verschil is normaal en trekt meestal snel weg. Andere structuren zijn nog niet helemaal tot ontwikkeling gekomen, een voorbeeld daarvan zijn de pijpbeenderen. De baby heeft primitieve reflexen, zoals de zuigreflex die hij nodig heeft om te overleven. Deze verdwijnt na verloop van tijd.

STRUCTUUR EN WERKING De pasgeboren baby
  1. KAAK: Bij de geboorte zijn de tanden al in aanleg aanwezig, maar meestal zijn ze nog niet doorgekomen
  2. HART: Bij de geboorte treden er veranderingen in de structuur van het hart op, waardoor het bloed door de longen gaat stromen
  3. PIJPBEENDEREN: Bij de geboorte is alleen de schacht van de pijnbeenderen van de benen en armen verkalkt. De uiteinden bestaan nog uit kraakbeen
  4. GENITALIËN: Zowel bij jongens als meisjes zijn de genitaliën groot in verhouding tot de rest van het lichaam
  5. VOET: De voetbeentjes van een pasgeboren baby bestaan grotendeels uit kraakbeen en zijn vaak naar buiten gedraaid ten gevolge van hun positie in de baarmoeder
  6. BEKKEN: Bij de geboorte bestaat het bekken grotendeels uit kraakbeen, een bindweefsel, dat tijdens de kinderjaren in bot verandert
  7. LEVER: De lever is bij de geboorte groot in verhouding tot het lichaam, omdat de lever voor de foetus een belangrijk orgaan is waar o.a. bloedlichaampjes worden aangemaakt
  8. THYMUS (ZWEZERIK): Deze klier, die deel uitmaakt van het immuunsysteem, is bij de geboorte groot, omdat het immuunsysteem dan snel tot ontwikkeling komt en verschrompelt vanaf het begin van de puberteit
  9. LONG: Bij de eerste ademhaling vullen de longen van de baby zich met lucht, zetten uit en beginnen te werken
  10. SCHEDEL: De schedel van de baby kan er de eerste paar dagen na de geboorte een beetje vreemd uitzien, omdat de schedelplaten tijdens de bevalling over elkaar kunnen zijn geschoven en pas na de geboorte aan elkaar groeien.
Fontanellen
De botplaten van de schedel van een baby zijn van elkaar gescheiden door fontanellen (zachte gaten) en door suturen (schedelnaden), waardoor de schedelplaten tijdens de bevalling over elkaar kunnen schuiven.
Fontanellen
  1. Schedelnaad
  2. Fontanel
Oog
Bij een pasgeboren baby zijn de oogleden gezwollen; de baby ziet wel goed dichtbij, maar niet goed in de verte.
Oog
  1. Gezwollen ooglid
Lanugo
Premature baby’s hebben vaak donzig haar, lanugo genoemd, over hun hele lichaam. Dit haar verdwijnt na ongeveer een maand.
Lanugo
Navelstreng
De navelstreng, die bij de geboorte wordt doorgeknipt, krimpt en valt binnen tien dagen af, waardoor de navel ontstaat.
Navelstreng
  1. Navelstreng
Hand
Bij de geboorte zijn de handjes meestal dichtgeklemd en is de huid gerimpeld. De nagelpunten gaan er vaak vanzelf af en hoeven niet te worden geknipt.
Hand
  1. VERNIX: De huid is vaak bedekt met vernix, een vettige substantie die de huid in de baarmoeder beschermt

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.