Het skelet bestaat uit botten die het lichaam ondersteunen en zijn vorm geven. Het beschermt de inwendige organen en verankert de spieren. Het skelet bestaat uit 206 botten en bestaat uit twee delen. Het axiale skelet – schedel, ruggengraat en ribbenkast – bestaat uit 80 botten en beschermt hersenen, ruggenmerg, hart en longen. Het appendiculaire skelet heeft 126 botten en bestaat uit arm- en beenbotten, sleutelbeenderen, schouderbladen en bekkenbeenderen.
- Onderaanzicht van de schedel
- In de schedel zitten diverse gaten, waardoor vitale structuren de hersenen bereiken. Door het achterhoofdsgat staan hersenen en ruggenmerg met elkaar in verbinding. De inwendige en uitwendige hoofdslagaders gaan door kleinere openingen en voorzien de hersenen van bloed.

- Achterhoofdsgat (foramen magnum)
- Achterhoofdsbeen
- Jukboog (arcus zygomaticus)
- Neusopening
- Onderkaak
- Tanden en kiezen
- Gehemelte
- Carotiskanaal
- Structuur van pijpbeen
- Pijpbeenderen, zoals het dijbeen, hebben een met merg gevulde holte die door spongieus bot wordt omringd. De volgende laag is van hard bot. Aan de buitenkant zit een vlies (periost), dat zenuwen en een netwerk van bloedvaten bevat.

- Periosteum
- Spongieus bot
- Hard bot
- Zenuw
- Slagader
- Ader
- Beenmerg

- Voorhoofdsbeen
- Wandbeen
- Slaapbeen
- Achterhoofdsbeen
- Jukboog (arcus zygomaticus)
- Sleutelbeen
- Ribben
- Darmbeen
- Schaambeen
- Zitbeen
- Bekken
- Handwortelbeentjes
- Middenhandsbeentjes
- Vingerkootjes
- Hielbeen
- Teenkootjes
- Middenvoetsbeentjes
- Voetwortelbeentjes
- Kuitbeen
- Scheenbeen
- Knieschijf
- Dijbeen
- Spaakbeen
- Wervelkolom
- Opperarmbeen
- Borstbeen
- Schouderblad
- Onderkaak
- Ellepijp
- Volwassen botcel
- Deze uitvergroting laat een osteocyt zien, een volwassen botcel. Deze cellen bevinden zich in lacunes (holle ruimten) in hard bot. Osteocyten zetten het calcium af, waaraan het bot zijn sterkte ontleent.

- Lacune
- Osteocyt (botcel)