In de botten rond de neus en de ogen liggen verschillende met lucht gevulde holten, de neusbijholten. De vorm en grootte hiervan variƫren per persoon. De neusbijholten zijn bij de geboorte nog niet aanwezig, maar ontwikkelen zich geleidelijk gedurende de kindertijd. Ze maken de schedel lichter en geven resonantie aan de stem. In de bekleding van de neusbijholten bevinden zich slijmklieren. Er loopt voortdurend slijm door de kanaaltjes van de neusbijholten naar de neusholte. Het slijm vangt deeltjes uit de lucht en maakt ingeademde lucht vochtig.
- Vooraanzicht van de neusbijholten
- De neusbijholten worden genoemd naar de botten waar ze in zitten. Aan de voorkant van de schedel zitten de voorhoofds- en kaakholten.

- Frontale neusbijholte
- Holten in zeefbeen
- Holte in wiggenbeen
- Kaakholte
- Zijaanzicht van de neusbijholten
- De twee holten in het wiggenbeen liggen diep in de schedel. Daarvoor liggen talrijke holten in het zeefbeen.

- Holten in zeefbeen
- Holte in wiggenbeen
- Kaakholte
- Voorhoofdsholte