Cariës

Medische encyclopedie

Gaatjes in tanden en kiezen, ook wel bekend als tandbederf

Geleidelijk bederf van een tand of kies wordt cariës genoemd. Deze kwaal ontstaat meestal als een klein gaatje in het tandglazuur (het harde buitenste laagje). Wordt dit niet behandeld, dan zal het bederf door het glazuur heen dringen en het tandbeen aantasten, dat zachter is dan glazuur. Bij doorgaand tandbederf kan de pulpa (de zachte kern van het element waardoor zenuwen en bloedvaten lopen) worden aangetast (zie Pulpitis). Als de pulpa aangetast is, kan zij afsterven.

De meeste mensen lijden ooit wel eens aan cariës. Bij jongeren komt de kwaal meestal voor op de kauwoppervlakken van boven- en onderkiezen en daar waar de elementen tegen elkaar aan zitten. Bij oudere mensen komt het meer voor op de grens van kroon en tandvlees.

In de ontwikkelde landen is het verlies van gebitselementen ten gevolge van cariës de laatste jaren aanmerkelijk teruggelopen, vooral onder kinderen. Deze teruggang wordt veroorzaakt door de onder meer in Nederland gebruikelijke fluorideapplicaties en fluoridehoudende tandpasta’s. Fluoride zorgt ervoor dat het glazuur nog harder wordt. In sommige landen wordt het aan het drinkwater toegevoegd.

De oorzaken

Tandbederf wordt gewoonlijk veroorzaakt door de ophoping van plaque (een mengsel van voedseldeeltjes, speeksel en bacteriën) op het tandoppervlak. De bacteriën in plaque breken de suikers in het eten af en produceren een zuur dat het glazuur afbreekt. Als regelmatig suikerhoudende etenswaren worden genuttigd en de tanden worden niet vlak daarna grondig schoongemaakt, zal er waarschijnlijk een gaatje ontstaan.

De aandoening komt vooral bij kinderen, pubers en adolescenten voor omdat zij veel meer zoetigheid eten en minder regelmatig hun tanden poetsen dan volwassenen. Baby’s die vaak in slaap vallen met een flesje met vruchtensap in hun mond, kunnen ook cariës ontwikkelen, vooral aan de voortanden.

De symptomen

In het vroegste stadium hoeft cariës niet zichtbaar te zijn, maar terwijl de aandoening voortwoekert ontwikkelen de symptomen zich, zoals:

  • kiespijn, die continu kan voortduren of zich alleen als felle scheuten voordoet bij het nuttigen van hete, koude of zoete etenswaren of dranken;
  • voortdurende, aanhoudende pijn in de kaak en soms in oor of gezicht, die erger kan worden bij het kauwen;
  • slechte adem.

Kiespijn kan zich in verschillende vormen voordoen. De pijn kan aanhoudend zijn, terugkerend, of zich alleen bij hitte, kou of drukken voordoen. Bij de eerste tekenen van kiespijn moet u contact opnemen met uw tandarts en een afspraak maken, zeker als de pijn ineens ophoudt; dat kan een teken zijn dat de zenuwen en bloedvaten zijn afgestorven. Het uitstellen van het tandartsbezoek kan tot gevolg hebben dat de ontsteking zich verspreidt en dat zich eventueel een abces (Kaakabces) vormt.

De diagnose

Uw tandarts zal uw gebit met een haakje en een spiegeltje onderzoeken om vast te stellen waar zich cariës voordoet. Ook kan een röntgenfoto worden gemaakt om te zien of zich tandbederf voordoet onder het oppervlak van het element of de weefsels (zie TEST: Tandartscontrole).

De behandeling

Indien u alleen cariës aan het tandoppervlak hebt dat nog niet door het glazuur is gedrongen, kan uw tandarts u een fluorideapplicatie geven en adviseren beter te poetsen.

Als het tandbederf verder in het glazuur is doorgedrongen en het tandbeen al heeft aangetast, zal de tandarts dit gaatje vullen (zie kader rechts). Soms wordt een plaatselijke verdoving gegeven zodat u geen pijn voelt. Dan worden de aangetaste delen van het element verwijderd en wordt het gat schoongemaakt en gevuld om doorwoekeren van het bederf te voorkomen. Indien u pulpitis hebt en de pulpa niet meer kan worden gered, kan een wortelkanaalbehandeling noodzakelijk zijn.

Kan het worden voorkomen?

Uw gebit en tandvlees dienen regelmatig te worden geborsteld en geflost om alles schoon te houden (zie TEST: Tandartscontrole). U kunt cariës ook voorkomen door zo min mogelijk zoete etenswaren en dranken te nuttigen (niet meer dan zes à zeven ‘zoetmomenten’ per dag).

Risicofactoren

Leeftijd
Het meest voorkomend onder 25 jaar
Geen factoren van betekenis
Geen factoren van betekenis
Leefwijze
Slechte mondhygiëne en veel suiker in het eten zijn risicofactoren
Geslacht
Geen factoren van betekenis
Erfelijkheid
Geen factoren van betekenis

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.