Voor het onderzoeken van uitzaaiingen van kanker kunnen verschillende beeldvormende en microscopische technieken worden gebruikt.
Als de diagnose kanker is gesteld, zal de arts willen weten of de aandoening zich heeft verspreid naar de lymfeklieren in de buurt en/of andere delen van het lichaam. Het doel is om na te gaan in welk stadium de ziekte is en wat de beste manier van behandelen is. Hiervoor is soms uitgebreid onderzoek noodzakelijk.
Het eerste deel van het onderzoek bestaat uit het meten van de omvang van het gezwel en de mate van verbreiding naar nabijgelegen weefsels. Soms neemt men eerst biopten. Er wordt dan met een haptang of dikke naald een klein stukje tumorweefsel verwijderd om microscopisch te worden onderzocht.
- Biopt van een tumor
- Dit biopt uit de dikke darm bevestigt de aanwezigheid van kankerweefsel. De overgang tussen normaal weefsel en kankerweefsel is duidelijk zichtbaar.

- Tumorweefsel
- Normaal weefsel
Als kanker zich verspreidt, worden eerst de nabijgelegen lymfklieren aangetast, waardoor ze groter worden. Dit kan worden aangetoond door microscopisch onderzoek van weefsel of met röntgenonderzoek, bijvoorbeeld een CT-scan.
Als de kankercellen in de bloedbaan terechtkomen, kunnen zich uitzaaiingen vormen in andere delen van het lichaam. Uitzaaiingen zijn gezwellen op een andere plaats dan waar de kanker is ontstaan. Plaatsen waar vaak uitzaaiingen ontstaan zijn lever, longen en botten. Zulke uitzaaiingen kunnen met echografie en scans worden aangetoond.
- Uitzaaiingen in de botten
- Op dit scintigram van de schedel zijn de ‘hot spots’ te zien, gebieden van verhoogde celactiviteit. Deze verraden de aanwezigheid van uitzaaiingen vanuit een gezwel elders.

- Hot spot
- Schedelwand