Iedere pasgeboren baby krijgt een gehoortest aangeboden. Dat gebeurt in de eerste weken na de geboorte. In de meeste regio’s wordt de gehoortest in combinatie met de hielprik uitgevoerd tussen de vierde en zevende levensdag. Dat gebeurt meestal thuis door een medewerker van het consultatiebureau. In sommige regio’s in Zuid-Holland en Gelderland wordt de gehoorscreening afgenomen op het consultatiebureau als het kind enkele weken oud is.
Een goed gehoor is belangrijk voor de ontwikkeling van de taal en het goed leren praten. Als een kind niet goed heeft leren praten, kan dat grote gevolgen hebben voor zijn of haar ontwikkeling. Een kind heeft namelijk taal nodig om op school te kunnen leren en om bijvoorbeeld sociale contacten te kunnen leggen.
Hoe eerder een slecht gehoor wordt ontdekt, hoe sneller uw baby kan worden behandeld. De gevolgen voor het kind blijven hierdoor zo beperkt mogelijk. Daarom krijgt uw baby de gehoortest al in de eerste maand na de geboorte.

Uw baby krijgt bij de test een klein, zacht dopje in het oor. Via dit dopje wordt een zacht, knetterend geluid het oor in gezonden. Een gezond oor reageert hierop door geluidjes te produceren. Een kleine microfoon in het dopje vangt deze reactiegeluidjes op. Het dopje is verbonden met een apparaat dat aan de hand van de reactiegeluidjes beoordeelt of het oor goed werkt. De test is pijnloos en duurt meestal maar een paar minuten.
Meteen na de test krijgt u de uitslag te horen. Als de uitslag van de eerste test niet voldoende is aan beide oren, wordt een afspraak gemaakt om de gehoortest te herhalen. Als ook deze tweede test geen voldoende resultaat aan beide oren geeft, krijgt uw baby een derde test.
Bij de derde test wordt een andere methode gebruikt. De baby krijgt hierbij een plastic kapje op elk oor. Hierdoor wordt een geluidje aangeboden aan het oor. Ook krijgt het kind drie plakkertjes op de huid. De plakkertjes worden geplaatst op het voorhoofd, in de nek en op de schouder. In deze plakkertjes zitten elektrodes. De elektrodes kunnen meten of het geluidssignaal goed in de hersenen aankomt. Dat wordt door het apparaat aangegeven. Als dat zo is weten we dat het oor en de gehoorzenuw goed werken. Deze test is ook pijnloos, maar duurt meestal iets langer dan de vorige testen. Ook na deze test krijgt u meteen de uitslag.

Als ook de derde test geen voldoende uitslag geeft, wil dat nog niet zeggen dat uw baby niet goed hoort. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een tijdelijk gehoorverlies, bijvoorbeeld als uw baby verkouden is. Of uw baby was tijdens de test onrustig, waardoor de test geen goed beeld geeft. Om vast te stellen wat er aan de hand is, wordt uw kind verwezen naar een audiologisch centrum, waar een vervolgonderzoek plaatsvindt.
De gehoortest verloopt het beste als uw baby rustig is en slaapt. Uw baby zal nauwelijks iets van de test merken en waarschijnlijk rustig doorslapen.
Voor kinderen die in één van de Intensive Care Units voor pasgeborenen (NICU's) liggen of waren opgenomen, bestaat een apart testprogramma. Dit wordt uitgevoerd door de NICU medewerkers in het ziekenhuis en niet door medewerkers van het consultatiebureau.
Het gehoor van kinderen vanaf 4 jaar (of soms ook al eerder) testen onderzoekers met behulp van toonaudiometrie. Net als bij volwassenen. Lees meer over audiometrie en andere gehoortesten.
Bij naar schatting 1 op 1000 kinderen wordt een blijvend gehoorverlies aan beide oren aangetoond.
Meer informatie over de gehoorscreening bij pasgeborenen vindt u op www.rivm.nl/gehoorscreening. Daar vindt u ook animaties waarin getoond wordt hoe de gehoortest werkt.