Urodynamisch onderzoek (UDO) (test)
Bij urodynamisch onderzoek wordt de functie van de blaas onderzocht. Hierbij gaat de arts na hoe uw blaas en de blaasuitgang werken. De arts brengt via de plasbuis een dun buigzaam slangetje (katheter) met een drukmeter in de blaas, en vult de blaas met vocht. Tijdens het vullen van de blaas wordt bijgehouden hoeveel ‘drang’ of blaasvullingsgevoel wordt waargenomen. Bij hoesten of uitplassen krijgt de arts informatie over de blaas, het blaasgevoel, de blaasuitgang en het soort urineverlies. Soms wordt röntgencontrastvloeistof ingebracht om de blaas zichtbaar te maken. Contrastmiddelen zijn stoffen die röntgenstraling tegenhouden. Meestal plaatst de arts ook een katheter met drukmeter in de dikke darm (of vagina) om de blaasdruk te kunnen vergelijken met de druk in de buik. Om te zien of er na het plassen nog urine in de blaas achterblijft kan ook een echografie van de blaas worden gemaakt. Op de huid rondom de anus kunnen contactpunten van een elektrische geleider (elektroden) worden geplakt om te meten hoe actief de bekkenbodemspieren zijn.
- Röntgenmonitor
- Soms staat of zit u tijdens een UDO tegen een röntgenstraalplaat. De vorm van de blaas en de plasbuis kunnen zo worden geobserveerd.

- Endeldarm
- Urineleider
- Baarmoeder
- Drukmeter in de blaas
- Drukmeter in de vagina
- Plasbuis
- Plaats van drukmeting
- Röntgenmonitor
- Röntgenplaat
- Oplossing met contrastvloeistof
- Röntgencamera
- Katheter naar de blaas
- Kabel naar het contact in de blaas
- Kabel naar het contact in de vagina
- Kabel van de elektronische luier
- Drukregistratie
RESULTATEN
- Drukregistratie
- Terwijl de blaas zich vult, is de patiënt gevraagd te hoesten. Hierdoor neemt de druk in en om de blaas toe, waardoor urine in de luier drupt. Dit is kenmerkend voor inspanningsincontinentie.

- Persoon hoestte hier
- Vaginale druk
- Blaasdruk
- Vocht in luier
- Urineverlies
Andere gerelateerde onderwerpen