Tijdelijke, kleine beroerte; periode van plotseling tijdelijk functieverlies in een gebied van de hersenen door verminderde bloedtoevoer, waarbij de klachten over zijn op het moment dat medische hulp arriveert
Bij een transient ischemic attack (TIA) houdt een deel van de hersenen plotseling korte tijd op met functioneren doordat het geen zuurstof meer krijgt als gevolg van een blokkering van de bloedtoevoer. TIA’s kunnen een paar seconden tot minuten duren, waarna de verschijnselen volledig verdwijnen. Als de symptomen er nog zijn als medische hulp gearriveerd is, wordt van een beroerte (Beroerte) gesproken. De aanvallen komen bij mannen driemaal zoveel voor als bij vrouwen. Zonder behandeling krijgt ongeveer een derde later een echte beroerte. TIA’s mogen dus niet worden genegeerd.
Twee oorzaken kunnen tot de blokkering van een slagader naar de hersenen leiden. In de slagader zelf kan een bloedstolsel (trombus)ontstaan, of een bloedstolseltje kan ergens in het lichaam van een groter stolsel losraken en in de hersenen een slagader blokkeren (zie Trombose en embolie). Een stolsel dat een TIA veroorzaakt, komt meestal uit het hart, de aorta (grote lichaamsslagader) of de halsslagaders.
Een stolsel ontstaat meestal in bloedvaten die zijn aangedaan door atherosclerose, waarbij de bloedvaten vernauwd zijn door vetafzetting in de vaatwanden. Rokers en mensen die te zwaar zijn, hebben een verhoogde kans op atherosclerose en dus ook op TIA’s. Hetzelfde geldt voor mensen met een verhoogde cholesterolspiegel, erfelijk of niet (zie Erfelijke hyperlipoproteïnemie), diabetes mellitus of verhoogde bloeddruk.
De kans op een stolsel in het hart (dat met de bloedstroom wordt meegevoerd en een hersenslagader blokkeert) is groter na een hartinfarct (Hartinfarct), bij bepaalde vormen van onregelmatige hartslag (zie Boezemfibrilleren, Boezemfibrilleren) of als de hartkleppen beschadigd of vervangen zijn (Aandoeningen aan hartkleppen en hartspier).
De symptomen van een TIA ontwikkelen zich gewoonlijk snel en duren slechts kort, meestal maar een paar minuten. De symptomen zijn afhankelijk van het hersendeel dat te weinig zuurstof krijgt. Het kan gaan om:
- uitval van het zicht in één oog of aan één zijde in beide ogen;
- dubbelzien;
- onduidelijk spreken;
- moeite met het vinden en/of uitspreken van woorden (afasie);
- moeite met het begrijpen van gesproken of geschreven taal;
- gevoelloosheid aan één kant van het lichaam;
- zwakte of verlamming aan één kant van het lichaam: arm, been of beide;
- wankel gevoel en evenwichtsverlies;
Hoewel de symptomen van een TIA meestal binnen minuten verdwijnen, volgen er vaak meer TIA’s. Iemand kan ook een aantal aanvallen op één dag of gedurende enkele dagen hebben. Soms kunnen er jaren tussen de aanvallen verstrijken.
De plotselinge, tijdelijke verschijnselen wijzen op een stoornis in de hersenen, maar andere aandoeningen, zoals migraine (Migraine), epilepsie en een hersentumor (Hersentumoren), kunnen dezelfde symptomen geven. De huisarts zal een lichamelijk onderzoek uitvoeren, waarbij bloeddruk, hartslag en neurologische functies worden gecontroleerd. Gaat het waarschijnlijk om een TIA, dan wordt de patiënt naar een neuroloog verwezen voor verder onderzoek. Dit onderzoek is gericht op het opsporen van factoren die de kans op een TIA verhogen, zoals diabetes of een verhoogde cholesterolspiegel. Ook het lichamelijk onderzoek kan risicofactoren aan het licht brengen, bijvoorbeeld verhoogde bloeddruk, boezemfibrilleren of een geruis in de halsslagaders. De neuroloog kan een CT-scan of MRI
) van de hersenen maken om naar andere oorzaken van de symptomen te zoeken. Ook kan er een dopplerechogram van de halsslagaders (zie Dopplerechografie, Dopplerechografie (Zenuwstelsel en psychische functies) (test)) worden gemaakt om op vernauwing te controleren. Als die er is, kan er verder onderzoek worden gedaan om de mate ervan vast te stellen, bijvoorbeeld een MR-angiogram waarmee de slagaders naar de hersenen zichtbaar worden gemaakt.
Bij een mogelijke hartafwijking kan echocardiografie worden verricht, waarmee naar de structuur van het hart en de beweging van de kleppen wordt gekeken. De hartslag kan 24 uur worden gevolgd om op onregelmatigheden te controleren (zie Ambulant ecg).
Als de diagnose TIA is gesteld, is de behandeling erop gericht de kans op een beroerte in de toekomst te verkleinen. U krijgt het advies minder vet te eten, en als u rookt, daarmee te stoppen. Als u diabetes hebt, moet deze worden behandeld. De arts zal medicijnen tegen verhoogde bloeddruk (Antihypertensiva) of een onregelmatige hartslag (Geneesmiddelen tegen ritmestoornissen) voorschrijven als dat nodig is.
De behandeling na een TIA kan bestaan uit een aspirine per dag om de vorming van bloedstolsels te voorkomen. Andere, sterkere medicijnen tegen bloedstolling (Geneesmiddelen die de stolling remmen) kunnen worden voorgeschreven als de stolsels afkomstig zijn van grotere stolsels in het hart. Ook zullen veelal medicijnen worden gegeven om het cholesterolgehalte te verlagen.
Als na onderzoek blijkt dat de halsslagaders sterk vernauwd zijn, is operatieve verwijdering van de afsluiting mogelijk. De kans dat u baat hebt bij de ingreep, is echter gering. Er kan een zogeheten endarteriëctomie worden gedaan, waarbij de afzetting uit de slagaders wordt verwijderd. Ook kan ballondilatatie (angioplastiek of ‘dotteren’) worden toegepast, waarbij een ballonnetje in de slagader wordt gebracht. Eenmaal op zijn plaats, wordt het ballonnetje opgeblazen, zodat het vernauwde deel van de slagader wordt verwijd. Het opereren van een bij toeval gevonden slagadervernauwing zonder symptomen levert waarschijnlijk meer gevaar op dan niet ingrijpen. Behandeling met medicijnen is in dat geval vaak veel veiliger.
TIA’s kunnen met tussenpozen gedurende lange tijd optreden of ze kunnen spontaan wegblijven. Van degenen die een TIA hebben gehad, krijgt een kleine 10 procent binnen een jaar een beroerte.
Hoe meer TIA’s u hebt gehad, des te groter is de kans op een beroerte. U kunt de kans op verdere TIA’s en een beroerte verkleinen door uw leefwijze op een paar belangrijke punten te veranderen, bijvoorbeeld door te stoppen met roken en zo min mogelijk vet te eten en regelmatig te bewegen.
- Vernauwde halsslagader
- Op deze ingekleurde röntgenopname is in de arteria carotis een vernauwd gebied te zien, mogelijk door vetafzetting. Dit kan tot een TIA leiden.

- Schedel
- Vernauwd gebied
- Ruggengraat
- Halsslagader
- Leeftijd
- Komt meer voor boven 45 jaar
- Komt in sommige families meer voor
- Hoge bloeddruk, roken, overgewicht en vet eten zijn risicofactoren
- Geslacht
- Komt meer voor bij mannen
- Erfelijkheid
- Komt in sommige families meer voor
- Leefwijze
- Hoge bloeddruk, roken, overgewicht en vet eten zijn risicofactoren