Het ontstaan van een bloedstolsel in een diepliggende ader
Bij deze vorm van trombose vormt zich een bloedstolsel in de hoofdader in de benen of in het bekken. Het ontstaan van een bloedstolsel in een diep gelegen ader is op zich meestal niet gevaarlijk. Er bestaat echter een kans dat een deel van het stolsel loslaat en via het hart in de bloedsomloop terechtkomt. Als het fragment in een bloedvat naar de longen terechtkomt, kan een potentieel dodelijke afsluiting ontstaan (zie Longembolie).
De oorzaak van diepe veneuze trombose is meestal een combinatie van een trage bloedstroom door een ader, een verhoogde bloedstollingsneiging en een beschadiging van de aderwand.
Een trage bloedstroom kan verschillende oorzaken hebben. Lange perioden van stilzitten, bijvoorbeeld in een vliegtuig, tijdens een autorit, bedlegerigheid of door gipsbehandeling, zijn vaak de reden van een trage bloedstroom. Echter, ook het samendrukken van een ader door de foetus tijdens een zwangerschap of door een tumor kan de oorzaak zijn. Ook ernstig beenletsel, zoals een beenbreuk, kan de bloedstroom vertragen en de vorming van een bloedstolsel in een diepe ader veroorzaken. In 25 procent van de gevallen is het een symptoom van een kwaadaardig gezwel.
Na een ongeval, na een operatie, bij zwangerschap of door kanker stolt het bloed gemakkelijker. Bij sommige mensen heeft het bloed een aangeboren neiging om snel te stollen (zie Trombose).
Als er een bloedstolsel in een diepe ader in de benen of het bekken zit, kunnen de volgende klachten ontstaan:
- een pijnlijk of gevoelig been;
- opgezwollen onderbeen en dij met een glanzende huid;
- opgezette aders onder de huid.
In ongeveer 20 procent van de gevallen leidt diepe veneuze trombose tot longembolie. Longembolie uit zich in klachten zoals kortademigheid en pijn op de borst, verergerend bij ademhaling. Als de bloedtoevoer naar de longen volledig afgesloten raakt, is de aandoening levensbedreigend.
In sommige gevallen leidt trombose tot permanente schade aan de ader en kunnen er later spataders (zie hierna)ontstaan.
- Diepe veneuze trombose
- Het linkerbeen is duidelijk opgezwollen en rood vergeleken met het rechterbeen, een aanwijzing dat er een bloedstolsel in de diepe hoofdader van het been zit.

De arts zal eerst een aantal tests laten doen om de diagnose te bevestigen, want de klachten bij diepe veneuze trombose lijken op die bij aandoeningen zoals een onderhuidse bindweefselontsteking (Folliculitis). Met een dopplerecho (Dopplerechografie (test)) kan de bloedstroom door de aders worden gemeten. Een bloedonderzoek kan uitwijzen hoe gemakkelijk uw bloed stolt.
De arts kan thrombolytica (Thrombolytica) voorschrijven om het bloedstolsel op te lossen en het risico van longembolie te verminderen. Ook zal de arts injecties met antistollingsmiddelen toedienen om nieuwe bloedstolsels te voorkomen. De behandeling kan in het ziekenhuis plaatsvinden, maar u kunt ook zelf thuis antistollingsmiddelen innemen. Een operatie om het stolsel te verwijderen is maar zelden nodig.
Na de behandeling van de trombose schrijft de arts medicijnen voor om de kans op terugkeer van de aandoening te voorkomen (zie Middelen die de stolling remmen).
Omdat bij alle operaties een verhoogde kans op diepe veneuze trombose bestaat, krijgt u een lage dosis van een kortwerkend antistollingsmiddel voor en na de operatie om bloedstolsels te voorkomen. De arts kan u ook aanraden gedurende enkele dagen na de operatie speciale elastische steunkousen te dragen om de bloedstroom in de beenaders te stimuleren. De kans op diepe veneuze trombose kan worden verminderd door lange perioden van inactiviteit te vermijden. Als u in bed moet blijven, kunt u regelmatig de benen optrekken en strekken en de enkels draaien. De arts zal soms elastische steunkousen aanraden. Loop tijdens een vliegreis ten minste één keer per uur even heen en weer door het gangpad en stop tijdens een lange autorit regelmatig om de benen te strekken. Drink daarbij voldoende om indikken van het bloed te voorkomen.
Als diepe veneuze trombose in een vroeg stadium wordt ontdekt, werkt behandeling met thrombolytica en antistollingsmiddelen meestal goed. Als de getroffen ader echter permanent beschadigd is, kan het been blijven opzwellen, kunt u later spataders krijgen en bestaat het gevaar dat de aandoening terugkeert.
- Leeftijd
- Komt vaker voor bij mensen boven 40 jaar
- Zit soms in de familie
- Langdurig niet bewegen en overgewicht zijn risicofactoren
- Geslacht
- Komt iets vaker voor bij vrouwen
- Erfelijkheid
- Zit soms in de familie
- Leefwijze
- Langdurig niet bewegen en overgewicht zijn risicofactoren