Bacteriële infectie die meestal de longen treft, maar ook in veel andere delen van het lichaam kan optreden
Tuberculose (tbc) is een zich langzaam ontwikkelende bacteriële infectie die meestal in de longen begint, maar zich naar veel andere delen van het lichaam kan verspreiden. Tuberculose kan tegenwoordig goed worden behandeld met antibiotica (zie Geneesmiddelen tegen tuberculose), maar als niet wordt behandeld, kan de ziekte chronisch worden en fataal zijn. Over de hele wereld veroorzaakt tuberculose onder volwassenen meer doden dan enige andere infectieziekte. De ziekte komt in ontwikkelingslanden nog veel voor. In het Westen was tuberculose vroeger algemeen, maar het aantal gevallen daalde in de twintigste eeuw geleidelijk door verbeterde gezondheidszorg, voeding en huisvesting.
Wereldwijd is er echter sinds 1985 een toename van tuberculose te zien. Dit heeft te maken met bacteriestammen die resistent tegen antibiotica zijn en de toename van aids, waarbij het immuunsysteem is verzwakt, waardoor de patiënt vatbaarder is voor infecties. Aan het eind van de jaren negentig werden er bijna 1500 gevallen van tuberculose per jaar in Nederland gemeld.
De bacterie Mycobacterium tuberculosis veroorzaakt de meeste tuberculosegevallen en wordt overgedragen door druppeltjes in de lucht die vrijkomen als een geïnfecteerde persoon hoest. Hoewel veel mensen de infectie ooit oplopen, ontwikkelen slechts weinigen ook tuberculose.
Als de bacteriën worden ingeademd, ontstaat er eerst een kleine infectie in de longen. Wat er verder gebeurt, hangt af van de conditie van het immuunsysteem van de besmette persoon. Vaak schrijdt de infectie niet voort. Sommige bacteriën verblijven echter in rust in de longen en de ziekte kan jaren later worden gereactiveerd als het immuunsysteem is verzwakt.
In sommige gevallen komen de bacteriën in de bloedsomloop en verspreiden ze zich door het lichaam.
Mensen met een verzwakt immuunsysteem hebben een grotere kans op tuberculose. Hiertoe behoren hiv-geïnfecteerden, mensen met diabetes en degenen die immuunonderdrukkers gebruiken. Anderen met een groter risico zijn mensen met een chronische longaandoening en mensen die dicht op elkaar in onhygiënische omstandigheden wonen of slechte voeding krijgen. Kinderen en ouderen zijn vatbaarder.
Na besmetting hebben de meeste mensen nog geen klachten. Sommigen hebben last van:
- hoest, die droog kan zijn;
- algehele malaise.
Als de ziekte voortschrijdt, ontwikkelen verdere symptomen zich in twee tot zes weken of sneller. Latere symptomen zijn:
- hardnekkige hoest, die groenig of gelig slijm produceert, soms met bloed;
- pijn op de borst bij diep inademen;
- benauwdheid;
- koorts;
- slechte eetlust en gewichtsverlies;
- hevig nachtzweten;
- vermoeidheid.
Zonder behandeling kan tuberculose zich naar de longen (zie Pleuritis), en de bekleding van het hart verspreiden (zie Pericarditis). De infectie kan ook via de bloedsomloop de hersenen (zie Meningitis), de botten en andere delen van het lichaam bereiken.
Het ontstaan in andere lichaamsdelen gaat zeer langzaam en de symptomen zijn niet specifiek, wat de diagnose zeer moeilijk maakt. De symptomen van tuberculose in de darmen zijn gelijk aan die van de ziekte van Crohn (Ziekte van Crohn).
- Röntgenopname bij tuberculose
- Het abnormale gebied boven in de long op deze opname wijst op infectie met tbc.

- Normale long
- Hart
- Abnormaal gebied
De arts kan tuberculose vermoeden op basis van de klachten en het lichamelijk onderzoek. Er kunnen een röntgenopname en een CT-scan worden gemaakt om de schade aan de longen te beoordelen.
Als u slijm ophoest, wordt een monster hiervan in het laboratorium onderzocht op bacteriën en getest op gevoeligheid voor bepaalde medicijnen (zie Kweken en testen op gevoeligheid voor medicijnen). Intussen wordt er een combinatie van medicijnen voorgeschreven.
Bronchoscopie is soms nodig om een monster van het longweefsel te nemen. Soms moet materiaal van andere delen van het lichaam waarvan wordt vermoed dat die zijn geïnfecteerd, worden genomen.
Degenen die in contact zijn geweest met een geïnfecteerd persoon, moeten worden gecontroleerd. Dit kan gebeuren door met röntgenopnamen naar tekenen van infectie te kijken of met een huidtest, waarbij een stof uit tuberculosebacteriën onder de huid wordt geïnjecteerd. Twee tot drie dagen later wordt de reactie gemeten. Als hieruit blijkt dat u met tuberculose in aanraking bent geweest, moet u gedurende zes maanden medicijnen gebruiken om ziekteverschijnselen en verspreiding van de bacterie naar andere delen van het lichaam te voorkomen.
Als u tuberculose hebt, kunt u bijna altijd thuis worden behandeld, tenzij u erg ziek bent. Er wordt een combinatie van minstens vier medicijnen voorgeschreven, die ten minste twee maanden moet worden ingenomen, gevolgd door twee medicijnen gedurende vier maanden. Door het combineren van medicijnen wordt resistentie van de bacteriën tegen antibiotica voorkomen. Het soort medicijnen hangt af van de ernst van de infectie, de gevoeligheid van de bacteriën voor de medicijnen en de mate waarin de infectie zich naar andere lichaamsdelen heeft verspreid. Tuberculose in gebieden waar medicijnen niet gemakkelijk komen, zoals botten, moet meestal langer worden behandeld.
Het is belangrijk dat de kuur wordt afgemaakt. De medicijnen worden gemakkelijk vergeten. Als dit een probleem is, kunt u onder supervisie worden behandeld, waarbij u naar de GG & GD moet om uw medicijnen onder toezicht in te nemen.
Tijdens de behandeling worden regelmatig bloedtests gedaan en röntgenopnamen gemaakt om te controleren of de infectie op de behandeling reageert en of er bijwerkingen zijn.
Er bestaat een vaccin tegen tuberculose, maar er wordt alleen ingeënt als er een verhoogde kans op infectie is, bijvoorbeeld bij kinderen van allochtonen als ze de geboortestreek van hun ouders bezoeken en er daar veel tuberculose voorkomt.
De meeste mensen herstellen met de juiste medicatie volledig van tuberculose. Als de bacterie echter resistent is tegen twee of meer medicijnen (komt in Nederland gelukkig maar sporadisch voor), of als het immuunsysteem is verzwakt of als de tuberculose zich sterk heeft verbreid, kan de ziekte fataal zijn.
- Leeftijd
- Komt het meest voor bij kinderen en mensen boven 60 jaar
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Overbevolking en ondervoeding zijn risicofactoren
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis