Onderzoek naar de samenstelling van urine

Medische encyclopedie

Het meten van de stoffen in urine die de gezondheid van een lichaamssysteem kunnen weerspiegelen, vooral die van de urinewegen

Urine bestaat uit afvalproducten die door de nieren uit het bloed worden gefilterd. Het is een mengsel van water, zouten en andere stoffen (restproducten van de afbraak van bijvoorbeeld eiwitten, hormonen, geneesmiddelen). Er zijn soms ook cellen, bacteriën, kristallen te zien. Afwijkende hoeveelheden chemische stoffen of zouten in de urine of de aanwezigheid van stoffen die daar niet in horen, kunnen wijzen op een probleem van de nieren, van de nierfunctie zelf of van een storing elders in het lichaam. De samenstelling van de urine is afhankelijk van veel factoren zoals voeding, ziekte van organen en hormoonwerking. Screenende testen met teststrips zijn geschikt om ziekten uit te sluiten; voor het aantonen van ziekten zijn ze vaak te ongevoelig en is meer specialistisch onderzoek nodig. Voor een algemeen oriënterend onderzoek is in de meeste gevallen niet meer dan een urinemonster en een urineteststrip nodig (zie Urineonderzoek). Het onderzoek kan worden gedaan in de huisartsenpraktijk. Uitgebreidere testen (zie Analyse van bloed en urine) kunnen helpen bij de diagnose van sommige hormonale stoornissen en nieraandoeningen. Soms kan uw huisarts een nier- of blaasprobleem diagnosticeren door de samenstelling van de urine van 24 uur te analyseren.

Wat onderzoekt men precies?

Met een teststrip in urine wordt meestal een groot aantal stoffen tegelijk onderzocht, zoals glucose, eiwit, hemoglobine (bij bloeding) en nitriet (bij infectie). Naast dit onderzoek kan urine na centrifugeren, het sediment, ook onder de microscoop worden bekeken op micro-organismen (Onderzoek naar infectieverspreiders), bloedcellen en andere elementen. Meer informatief is het meten van de concentratie van een aantal stoffen in de urine.

Glucose

Hoewel glucose gewoonlijk niet wordt gevonden in urine, kan het in de urine voorkomen als de concentratie glucose in het bloed heel hoog is. De aanwezigheid van glucose in urine kan wijzen op diabetes mellitus, maar een bloedglucosemeting is nodig voor de diagnose ervan.

Eiwitten

Gezonde mensen scheiden gewoonlijk geen eiwitten uit met hun urine omdat deze te groot zijn om de glomeruli (filters) in de nieren te kunnen passeren. Eiwitten kan men in urine aantreffen als er iets mis is met de nier, zoals bij glomerulonefritis, maar wordt ook wel gezien bij bijvoorbeeld zwangerschap, stress, sport, koorts en bij sommige medicijnen. Een te groot verlies moet nader worden onderzocht.

Calcium

Om de hoeveelheid calcium in het lichaam in evenwicht te houden, worden kleine hoeveelheden met de urine uitgescheiden. Dit evenwicht wordt verstoord door hormonale stoornissen, bijvoorbeeld overactiviteit van de bijschildklier. Daardoor komt er meer calcium in het bloed en is het in de urine terug te vinden.

Creatinine

Een test op de hoeveelheid creatinine toont aan of de nieren dit afvalproduct efficiënt uit het bloed filteren. Als de nieren niet goed functioneren, zal er maar weinig creatinine in de urine aanwezig zijn en juist veel in het bloed. Met de bepaling van de creatinineklaring wordt de hoeveelheid creatinine in bloedmonsters vergeleken met die in urine van 24 uur (Onderzoek naar de bloedsamenstelling).

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.