Infectie van de urinewegen, die tot nierbeschadiging kan leiden
Urineweginfecties ontstaan wanneer bacteriën, die altijd rond de genitaliën aanwezig zijn, via de urinebuis omhoogkruipen, waardoor de blaas (zie Blaasontsteking) of de nieren (zie Pyelonefritis) ontstoken raken. Minder vaak komt het voor dat een bacteriële infectie via de bloedbaan in de urinewegen terechtkomt. De meeste urineweginfecties zijn goed te behandelen, maar ze kunnen littekens achterlaten in de nieren, waardoor het risico groter wordt dat ze terugkomen. Ze moeten dus snel worden behandeld. Deze infecties komen vooral vaak voor bij meisjes, maar onder pasgeborenen meer bij jongens.
Nierbekkenontsteking (pyelonefritis) komt vaker voor bij kinderen met urinereflux (terugstromen van de urine van de blaas naar de nier). Reflux ontstaat door een afwijkende uitmonding van de urineleider (de buis die van de nieren naar de blaas loopt) in de blaas. Deze afwijking leidt ertoe dat er wanneer de blaas wordt geleegd, een kleine hoeveelheid urine terug de urineleider in gaat, naar de nieren. De urine die op die manier achterblijft, kan gemakkelijk infecteren. Reflux komt soms in de familie voor, wat een erfelijke factor doet vermoeden.
Als uw kind jonger is dan twee, zal het niet in staat zijn specifieke symptomen te beschrijven, maar deze kunt u zelf opmerken:
- koorts;
- braken en/of diarree;
- prikkelbaarheid of sufheid.
Oudere kinderen kunnen uitleggen hoe ze zich voelen en hebben meer specifieke symptomen. Behalve de symptomen van de jonge kinderen, klagen zij ook over:
- vaak nodig moeten plassen;
- branderig gevoel bij het plassen;
- pijn in de onderbuik of zij;
- bedplassen of overdag in de broek plassen terwijl ze al zindelijk zijn.
De arts zal wat plas vragen voor onderzoek. Als er aanwijzingen zijn voor een infectie, krijgt uw kind meteen antibiotica. Uit de latere kweekuitslag kan blijken welke bacterie de verwekker is. Zo nodig kunnen de antibiotica dan worden aangepast. Kinderen die ernstig ziek zijn of jonger dan zes maanden worden voor behandeling verwezen naar de specialist. Meisjes jonger dan vijf jaar en jongens jonger dan twaalf worden na behandeling altijd verwezen voor verder onderzoek. Er kan dan een scan (zie Nierscintigrafie) of Een echo laten maken (procedure) worden gemaakt om te kijken of de nieren littekens vertonen of om andere afwijkingen aan de urinewegen op te sporen zoals kleppen of cysten. Reflux wordt met speciaal röntgenonderzoek, een cystogram, opgespoord. Hierbij wordt er een contraststof via een katheter in de blaas gebracht en vervolgens worden er röntgenfoto’s genomen. Een kind met reflux krijgt gedurende langere tijd een lage dosis antibiotica, totdat de nieren geen gevaar meer lopen. In ernstige gevallen van reflux zal men moeten opereren.
De meeste kinderen herstellen volledig. De infecties kunnen echter wel terugkomen; uw kind moet vooral veel drinken. Sommige kinderen met telkens terugkerende infecties ten gevolge van reflux krijgen later in hun leven nierinsufficiëntie (Nierinsufficiëntie).
- Geslacht
- Komt over het algemeen meer voor bij meisjes
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Komt soms in de familie voor
- Leeftijd
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Geen factoren van betekenis