Geheel of ten dele verminderde werking van het immuunsysteem die zich na de geboorte ontwikkelt
Immuundeficiëntie is de term die wordt gebruikt voor het verminderd vermogen van het afweersysteem om infecties te bestrijden. Bij immuundeficiëntie treden vaker infecties op, die vaker terugkomen en een grotere bedreiging voor de gezondheid vormen. Als gevolg daarvan kunnen infecties die bij een gezonde persoon weinig last veroorzaken, levensbedreigend zijn bij iemand met immuundeficiëntie. Hiertoe behoren gordelroos en waterpokken, die beide door het herpes zoster-virus worden veroorzaakt en normaal slechts lichte klachten veroorzaken.
Immuundeficiëntie kan aangeboren zijn en is in dat geval vaak erfelijk (Aangeboren immuundeficiëntie). In de meeste gevallen ontwikkelt de aandoening zich echter in het latere leven, en wordt dan verworven immuundeficiëntie genoemd.
Wereldwijd gezien is immuundeficiëntie meestal gerelateerd aan ondervoeding of aan infectie met het humaan immuundeficiëntievirus (hiv).
Er zijn diverse mogelijke oorzaken van verworven immuundeficiëntie.
Bij aids vernietigt hiv een bepaald type witte bloedlichaampjes. Infecties zoals mazelen en griep verzwakken de afweer van het lichaam, gedeeltelijk doordat ze het aantal witte bloedlichaampjes verminderen dat deze infectie kan bestrijden. Meestal is dit een milde vorm van immuundeficiëntie en herstelt het immuunsysteem zich zodra de patiënt weer beter is.
Bij sommige chronische aandoeningen, bijvoorbeeld bij diabetes mellitus, kan zich een lichte vorm van immuundeficiëntie ontwikkelen. Dit komt gedeeltelijk doordat deze ziekten het immuunsysteem belasten, waardoor de weerstand tegen infecties minder wordt.
Bepaalde soorten kanker, vooral tumoren van het lymfstelsel (zie Maligne lymfoom), kunnen een ernstigere vorm van immuundeficiëntie veroorzaken door de cellen van het immuunsysteem te beschadigen en de vorming van normale witte bloedlichaampjes te verminderen. Langdurig gebruik van corticosteroïden onderdrukt het immuunsysteem. Immuunonderdrukkende medicijnen, bijvoorbeeld de medicijnen die worden gegeven om de afstoting van getransplanteerde organen tegen te gaan of middelen die worden toegediend om chronische ontstekingen te onderdrukken, verminderen ook de afweer van het lichaam tegen infecties. Chemotherapie kan het beenmerg (waar de meeste bloedcellen worden gemaakt) aantasten en kan op deze wijze ook verworven immuundeficiëntie veroorzaken.
Immuundeficiëntie kan zich ook ontwikkelen na operatieve verwijdering van de milt, een orgaan waar bepaalde witte bloedlichaampjes worden gevormd. Deze splenectomie kan worden uitgevoerd bij miltbeschadiging of bij een aantal aandoeningen, zoals erfelijke sferocytose.
Er zijn ook zeldzame soorten immuundeficiëntie, waarvan de oorzaak niet duidelijk is. Een daarvan is een gebrek aan immuunglobuline A (IgA), wat tot huidinfecties leidt.
Er kan sprake zijn van immuundeficiëntie als u herhaaldelijk infecties hebt. Om de diagnose te stellen, moet het gehalte witte bloedlichaampjes in het bloed worden bepaald.
Als de immuundeficiëntie door medicijnen wordt veroorzaakt, moet de medicatie worden aangepast. Als een onderliggende oorzaak niet kan worden uitgesloten, is de behandeling doorgaans gericht op het tegengaan van infecties. De arts kan een lage dosis antibioticum, een antiviraal middel of een middel tegen schimmel voorschrijven. Soms is vaccinatie zinvol, zoals met het pneumokokkenvaccin (zie Vaccins en immunoglobulinen), dat tegen longontsteking beschermt.
Verworven immuundeficiëntie kan door behandeling gewoonlijk onder controle worden gehouden, hoewel de door hiv veroorzaakte vorm in de loop der tijd erger wordt.
- Leeftijd
- Risicofactoren zijn afhankelijk van de oorzaak
- Risicofactoren zijn afhankelijk van de oorzaak
- Risicofactoren zijn afhankelijk van de oorzaak
- Geslacht
- Risicofactoren zijn afhankelijk van de oorzaak
- Erfelijkheid
- Risicofactoren zijn afhankelijk van de oorzaak
- Leefwijze
- Risicofactoren zijn afhankelijk van de oorzaak