Veelvoorkomende ziekteverschijnselen, zoals hoesten, keelpijn, braken en diarree, zijn het gevolg van een virusinfectie. Virussen zijn echter niet alleen verantwoordelijk voor lichte aandoeningen, maar ook voor ernstigere en zelfs potentieel dodelijke ziekten, zoals hondsdolheid en aids.
De eerste artikelen gaan in op veelvoorkomende virusinfecties zoals verkoudheid en griep, de ziekten waterpokken en gordelroos, en herpes simplex. De daaropvolgende artikelen beschrijven vroeger algemene kinderziekten, zoals mazelen, de bof en rodehond. Tot in de tweede helft van de twintigste eeuw kregen vrijwel alle kinderen deze ziekten, maar dankzij grootschalige vaccinatie komen deze ziekten in de ontwikkelde landen zelden meer voor. Niet-ingeënte volwassenen kunnen nog wel worden getroffen en krijgen dan vaak ernstige symptomen. Hierna volgen paragrafen over virusziekten als gele koorts en dengue, waarmee men in tropische landen besmet kan raken. Het hoofdstuk wordt besloten met een artikel over SARS en het westnijlvirus.
Virusinfecties die slechts één systeem van het lichaam treffen, komen elders in dit boek aan de orde. Hepatitis wordt bijvoorbeeld besproken in het hoofd-stuk over aandoeningen van lever en galblaas; genitale herpes (Herpes genitalis) en genitale wratten (Genitale wratten) bij de seksueel overdraagbare ziekten.

- Stekelvormige eiwitten aan de buitenkant
- Eiwitmantel
- Genetisch materiaal
- Envelop
zie Infecties en infestaties voor meer informatie over de structuur en functie van virussen