Veelvoorkomende, goedaardige tumoren die langzaam in de spierwand van de baarmoeder groeien
Vleesbomen (myomen) zijn goedaardige gezwellen (knobbels) die uitgaan van de wand van de baarmoeder, en die uit spier- en bindweefsel bestaan. Vleesbomen komen bij 20-30% van de vrouwen voor, vaker bij negroïde vrouwen. Het aantal vleesbomen varieert van één tot meer dan twintig; ze kunnen zo klein zijn als een erwt of zo groot als een grapefruit. Kleine vleesbomen geven meestal geen problemen, grote hoeven dat ook niet te doen, maar soms geven ze aanleiding tot menstruatieklachten. Slechts zelden zijn ze de oorzaak van afname van de vruchtbaarheid (zie Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw, Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw)
Het is niet bekend waardoor myomen ontstaan. Ze ontstaan in de levensfase waarin vrouwen menstrueren, en worden na de menopauze kleiner. Daarna ontstaan geen nieuwe vleesbomen meer. Bij een verhoogd oestrogeengehalte kunnen ze groeien, zoals bij gebruik van hormonen na de overgang (Hormoonsubstitutie bij oestrogeendeficiëntie).
De meeste vleesbomen geven geen klachten. Voorbeelden van klachten zijn:
- langdurige menstruatie en/of hevige menstruaties;
- pijn tijdens de menstruatie (Dysmenorroe);
- zware menstruatie (Amenorroe).
Hevig bloedverlies kan tot bloedarmoede leiden (zie Anemie) en vermoeidheid veroorzaken. Slechts zelden veroorzaken vleesbomen verminderde vruchtbaarheid of problemen tijdens de zwangerschap, zoals vroeggeboorte. Tijdens de zwangerschap kan een laag in de baarmoeder gelegen vleesboom verhinderen dat het kind met het hoofd in het bekken indaalt (zie Abnormale ligging. Vleesbomen kunnen ook op de blaas drukken, waardoor klachten ontstaan zoals vaak moeten plassen, of op het rectum, met rugpijn als gevolg. Verminderde bloedtoevoer naar een vleesboom kan acute buikpijn veroorzaken.
De arts zal een inwendig onderzoek doen. Ook een echo (Echografie (echoscopie)) van de baarmoeder of een hysteroscopie (Hysteroscopie (test en behandeling)) is mogelijk. Bij dit laatste onderzoek wordt een kijkbuis in de baarmoederholte gebracht om te beoordelen of zich in de baarmoederholte vleesbomen bevinden. Ook een watercontrastechoscopie kan hierover informatie geven. Een enkele keer komt een verkalkte vleesboom aan het licht door röntgenfoto’s die voor een ander doel zijn genomen.
Vleesbomen hoeven alleen te worden behandeld als ze klachten geven. Zijn er klachten, dan bepalen de plaats, de grootte, het aantal, de soort klachten en eventuele kinderwens wat de meest geschikte behandeling is. Kleinere vleesbomen gelegen in de baarmoederholte kunnen veelal tijdens een hysteroscopie worden weggehaald. Bij een of enkele grotere vleesbomen uitgaande van de wand van de baarmoeder is het mogelijk ze als het ware ‘uit te pellen’ (myoomenucleatie). Zijn er zeer veel vleesbomen en ernstige klachten die niet met medicijnen te behandelen zijn, dan is soms een baarmoederverwijdering (zie Hysteroscopie) de enige oplossing om de klachten te verhelpen. Een nieuwe methode is het emboliseren van vleesbomen: de bloedvaten die erheen gaan, worden dan afgesloten. Soms is ook na deze behandeling nog een baarmoederverwijdering noodzakelijk Na de menopauze verschrompelen vleesbomen, en geven ze geen klachten meer.
- Vleesboom in de baarmoeder
- Op deze röntgenfoto van het bekken zien we in de baarmoederwand een verkalkte vleesboom.

- Bekken
- Myoom (vleesboom)
- Wervelkolom
- Leeftijd
- Komt vooral voor tussen de 35 en 55 jaar
- Van belang bij negroïde vrouwen
- Erfelijkheid
- Geen factor van betekenis
- Leefwijze
- Van belang bij negroïde vrouwen