De ruggengraat of wervelkolom houdt het lichaam overeind, steunt het hoofd en omgeeft het ruggenmerg. Hij bestaat uit 33 botten, de wervels. Gewrichten en bindweefsel-tussenwervelschijven tussen de wervels maken de ruggengraat buigzaam, terwijl banden (ligamenten) en spieren hem stabiliseren.
- Buigzaamheid van de ruggengraat
- De wervels zijn met elkaar verbonden door het facetgewricht en de schokdempende tussenwervelschijf. De bewegingsvrijheid van de wervels is beperkt, maar de ruggengraat als geheel is buigzaam.

- Halswervels (7 botten)
- Borstwervels (12 botten)
- Lendenwervels (5 botten)
- Heiligbeen (5 vergroeide botten)
- Staartbeen (4 vergroeide botten)

- Tussenwervelschijf
- BORSTWERVELS: Deze uitsteeksels dienen als anker voor de banden (ligamenten) en spieren
- BANDEN: Deze voorkomen te grote bewegingen
- Kapsel dat het facetgewricht omgeeft
DEEL VAN EEN TUSSENWERVELSCHIJF

- Gelatineuze kern
- Bindweefsel