Een virusinfectie die door muggen van dier op mens wordt overgebracht
Het westnijlvirus werd meer dan 70 jaar geleden voor het eerst in Afrika ontdekt, maar in 1999 werd het virus in New York City gerapporteerd. Het virus overleeft in vogels en wordt door muggen op de mens overgebracht.
Milde ziekte verdwijnt gewoonlijk zonder behandeling en is moeilijk te onderscheiden van andere virusinfecties. Na een incubatieperiode van 3-15 dagen kunnen zich symptomen ontwikkelen, waaronder:
- koorts;
- hoofdpijn;
- spierpijn en soms huiduitslag.
Een op de vijf besmette mensen zal een niet-jeukende uitslag op borst, rug en armen ontwikkelen. De ernstigste vorm van de ziekte, waarbij het centrale zenuwstelsel is betrokken, treft 1 op de 150 geïnfecteerde mensen. In dat geval zijn aanvullende symptomen nekstijfheid, lichtschuwheid en een verlaagd bewustzijn.
Het westnijlvirus wordt gewoonlijk vastgesteld aan de hand van de symptomen. Aanvullend onderzoek zoals een ruggenprik kan worden verricht bij vermoedens van aantasting van het centrale zenuwstelsel. De behandeling is gewoonlijk gericht op verlichting van de klachten, aangezien er nog geen medicijn en geen vaccin beschikbaar is dat het virus doodt.
Het vermijden van muggenbeten door het gebruik van muggenwerende middelen die DEET bevatten, is de enige manier om de ziekte te voorkomen. Afvoeren van stilstaand water zal het aantal muggen verminderen en zo het risico van infectie verkleinen. Reizigers naar het midden en oosten van de Verenigde Staten wordt geadviseerd om overdag en ’s nachts antimuggenmaatregelen te nemen, wanneer men zich buitenshuis bevindt.
- Leefwijze
- Het bezoeken of wonen in gebieden waar de ziekte voorkomt is een risicofactor
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Leeftijd
- Geen factoren van betekenis
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis