Ook SIDS (sudden infant death-syndroom) genoemd; plotseling en onverwacht overlijden van een baby zonder aanwijsbare oorzaak
Wiegendood is een verschrikkelijke gebeurtenis voor de ouders. We spreken hiervan als een gezonde baby in bed wordt gelegd en daar later zonder aanwijsbare reden dood wordt aangetroffen. In Nederland komt circa één op de vierduizend levendgeboren baby’s om door wiegendood. Begin jaren tachtig was dat aantal nog één op de duizend. Het aantal is onder meer teruggelopen door het advies de baby op de rug te laten slapen in plaats van op de buik.
De oorzaken van wiegendood zijn niet bekend, maar zouden met een afwijkend ademhalingspatroon te maken kunnen hebben.
Er zijn al diverse risicofactoren bekend, waaronder ouders die roken of drugs gebruiken, maar in de meeste gevallen blijft de doodsoorzaak onbekend. Op de buik slapen en flesvoeding lijken het risico te verhogen. Baby’s die onder een dekbedje slapen, vooral als ze ziek zijn, kunnen oververhit raken en hebben dan ook een verhoogd risico. Ouders melden soms lichte symptomen van een infectie in de uren vóór de wiegendood, maar of die van betekenis zijn, is niet bekend. Het risico op wiegendood is niet hoger voor broertjes of zusjes van een baby die aan wiegendood is gestorven. Het komt vaker voor bij baby’s die voor week 37 zijn geboren (zie Problemen bij de premature baby).
Als de baby blauw of bleek is, oppervlakkig ademt, bewusteloos en hypotoon in de wieg wordt aangetroffen, moeten de ouders direct de ambulance bellen en dan meteen beginnen te reanimeren (zie Cardiopulmonale resuscitatie bij kinderen). Bij aankomst in het ziekenhuis zullen de artsen proberen de baby te reanimeren, maar daar slaagt men zelden in. Een heel enkele keer lukt het, en dan doet men onderzoek om de oorzaak op te sporen. De baby blijft onder controle om herhaling te voorkomen.
De plotselinge dood van een baby is een zeer ingrijpende en shockerende gebeurtenis. De ouders hebben steun nodig van artsen, familie en vrienden. Ook gesprekstherapie kan helpen.
Er wordt bij wiegendood altijd een lijkschouwing gedaan om andere doodsoorzaken uit te sluiten en de familie te verzekeren dat het overlijden niet voorkomen had kunnen worden.
In deze periode zullen alle betrokkenen hevige emoties doormaken, waaronder schuldgevoel. De onderlinge familierelaties kunnen daardoor op de proef worden gesteld. Deze gevoelens zijn heel normaal. De ouders hebben meestal baat bij contact met een lotgenotengroep.
Als de ouders besluiten weer een kind te willen, kan de huisarts advies en steun geven en regelen dat het kindje extra goed in de gaten kan worden gehouden.
Veel ouders hebben het gevoel dat wiegendood een bedreiging is waarover ze geen controle kunnen uitoefenen, maar er zijn wel degelijk manieren om het risico te beperken. Risicobeperkend is bijvoorbeeld de baby zo veel mogelijk op de rug te laten liggen en geen kussen te geven zolang hij nog geen één jaar oud is (zie Uw baby in bed leggen). Ook is het raadzaam baby’s niet met anderen in bed te laten slapen. U voelt zich wellicht zekerder als u cardiopulmonale resuscitatie hebt geleerd. Er zijn ook monitoren verkrijgbaar die de ouders waarschuwen als een baby stopt met ademhalen, maar er is geen hard bewijs dat deze apparaten het risico op wiegendood verkleinen.
- Leeftijd
- Komt vooral voor bij baby’s tussen 1 en 6 maanden
- Ouders die roken en drugs gebruiken, vormen een risicofactor
- Geen factor van betekenis
- Geslacht
- Komt iets vaker voor bij jongens
- Leefwijze
- Ouders die roken en drugs gebruiken, vormen een risicofactor
- Erfelijkheid
- Geen factor van betekenis