U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Ziekenhuiszorg

Medische encyclopedie

Medische en verpleegkundige zorg tijdens een ziekenhuisopname

Al beweegt de algemene trend zich richting ambulante zorg (zie hiervoor) en thuiszorg (Thuiszorg), in sommige gevallen is een opname in het ziekenhuis noodzakelijk. Opname betekent dat de patiënt 24 uur of langer in het ziekenhuis moet blijven. Meestal duurt het verblijf een paar dagen, maar een enkele keer zelfs weken of maanden. Ziekenhuizen kunnen zeer gespecialiseerde zorg verschaffen, beschikken over bijzondere expertise en over veel elders niet-beschikbare therapievormen en technologieën.

Redenen voor een opname

Een reden voor opname kan ernstig letsel zijn of een ziekte die niet te behandelen is zonder verblijf in het ziekenhuis. Ook een opleving van een bestaande ziekte kan opname noodzakelijk maken. Bij oudere mensen met een slechte gezondheidstoestand wordt sneller tot een opname besloten dan bij sterkere mensen.

Voor een grote operatie is opname in het ziekenhuis altijd nodig. Soms is dat bij een kleine operatie ook nodig, bijvoorbeeld als de patiënt een chronische hart- of longaandoening heeft.

Voorgaande redenen gelden ook voor kinderen, maar bij hen kunnen er ook nog andere redenen zijn, bijvoorbeeld dat de ouders niet in staat zijn voor hun zieke kind te zorgen, of dat het kind verwondingen heeft die niet te verklaren zijn, zodat er in het ziekenhuis verdenkingen bestaan van kindermishandeling. Verder kan een kind worden opgenomen omdat men de oorzaak van klachten, zoals koorts of buikpijn, grondig wil vaststellen.

Als iemand alleen woont en te ziek wordt om voor zichzelf te zorgen, kan dat ook een reden voor opname zijn. Verzorging voor langere tijd, bijvoorbeeld vanwege een chronische of terminale ziekte, vindt echter meestal plaats in een verpleeghuis of (in België) een rust- en verzorgingstehuis. Voor palliatieve zorg kan men zowel in een ziekenhuis terecht, als bij de Thuiszorg of bij speciaal hiertoe ingerichte voorzieningen, zoals een hospice.

Verloop van een opname

Iemand kan met spoed in een ziekenhuis worden opgenomen of op afspraak. Een opname op afspraak, bijvoorbeeld voor het weghalen van spataderen (Spataders (behandeling)), wordt meestal geregeld door de huisarts, via een polikliniek of een extern zorgcentrum. De opname kan ruim tevoren worden gepland, zodat de patiënt voldoende tijd heeft om regelingen te treffen. Bij ernstige en acute aandoeningen gebeurt de opname natuurlijk sneller.

De huisarts regelt een spoedopname. Bijvoorbeeld bij een patiënt, met koorts en nekkramp. Wie zich plotseling heel erg ziek voelt, bijv. met acute pijn op de borst, kan zich direct bij de eerste hulp melden of een ambulance (laten) bellen. Bij een zeer dreigende situatie kunnen de verpleegkundigen of artsen in de ziekenwagen al beginnen met de behandeling(zie In de ambulance, In de ambulance (omgeving)).

Als er ernstig gewonden zijn, wordt ieder eerst beoordeeld door middel van een procedure die ‘triage’ heet – een systematische beoordeling van elke patiënt, waarmee ervoor wordt gezorgd dat de arts het eerst kijkt naar iemand die zeer dringend hulp nodig heeft en daarna pas naar minder dringende gevallen. In België behoort dit tot de verantwoordelijkheid van de urgentiearts. In Nederland hanteren de meeste afdelingen voor spoedeisende hulp een triagesysteem, veelal uitgevoerd door verpleegkundigen.

Soorten ziekenhuiszorg

Het soort zorg dat iemand krijgt in een ziekenhuis hangt af van de ziekte en van de faciliteiten van het ziekenhuis. De meeste opnamen vinden plaats op een algemene verpleegafdeling, maar wie zeer ernstig ziek is, belandt misschien op een intensivecareafdeling (zie onder). Kinderen komen over het algemeen op speciale kinderafdelingen of in een kinderziekenhuis terecht.

Algemene verpleegafdelingen

De meeste mensen worden opgenomen op een verpleegafdeling, waar een groot aantal zorghandelingen kan worden uitgevoerd. Vrijwel alle afdelingen zijn gespecialiseerd in een bepaald medisch aandachtsgebied; een verpleegafdeling oncologie is bijvoorbeeld gespecialiseerd in de verzorging van mensen met kanker.

Opname houdt bijna altijd ook in dat er onderzoek en behandeling nodig zijn. Er kan geregeld bloed worden afgenomen voor onderzoek, of er kunnen röntgenfoto’s worden gemaakt (Röntgenfoto’s).

Een verpleegkundige geeft alle voorgeschreven medicatie volgens een vast schema. Daar zijn uitzonderingen op, bijvoorbeeld pijnstillers (Analgetica), die vaak naar behoefte worden gegeven. De verpleegkundige meet ook zo nodig de temperatuur, hartfrequentie en bloeddruk en houdt de uitkomsten bij in het patiëntendossier, zodat de behandelend arts de voortgang van de patiënt kan beoordelen.

Elke dag maakt een arts, soms met een team, een ronde op de afdeling, waarbij de beslissingen rond de zorg voor de patiënt worden genomen. Dat biedt gelegenheid om met elke patiënt en diens familie te praten over zijn toestand en vragen te beantwoorden over de uitkomsten van onderzoeken, de behandeling en de vooruitgang van de patiënt. De medische staf is daarover op andere tijdstippen ook aanspreekbaar.

Ziekenbezoek wordt zeker aangemoedigd, maar de bezoekregelingen kunnen per afdeling verschillen. Sommige afdelingen hebben specifieke bezoekuren, op andere mag de hele dag bezoek komen. Na een operatie mag de patiënt vaak pas weer bezoek ontvangen als hij hersteld is van de narcose.

Intensivecareafdelingen

Een patiënt in een levensbedreigende toestand of iemand die intensief moet worden bewaakt, kan worden opgenomen op een intensivecareafdeling (IC-unit) of – in België – een eenheid Intensieve Zorgen (IZ). Het verschil tussen de IC en een gewone afdeling is dat op de IC speciale apparatuur aanwezig is om patiënten intensief te behandelen en vitale functies te bewaken. Ook zijn er meer verpleegkundigen in verhouding tot het aantal patiënten.

De meest gebruikelijke redenen voor opname op een IC zijn dat de patiënt moet worden bewaakt na een grote chirurgische ingreep, bijvoorbeeld een transplantatie (Transplantatiechirurgie) of een hartoperatie, of dat de patiënt acuut ernstig ziek is, zoals bij een plotselinge zware astma-aanval (Astma) of een septische shock (Bloedvergiftiging (sepsis)). Ook is een opname op de IC vaak nodig als iemand ernstig hoofdletsel (Hoofdletsel) heeft of andere zware verwondingen na een ongeval.

Behalve de algemene IC bestaan er ook nog specialistische units voor specifieke aandoeningen. Een voorbeeld daarvan is de hartbewakingsafdeling, waar mensen liggen van wie de hartfunctie continu moet worden gecontroleerd. Sommige ziekenhuizen hebben ook dergelijke IC’s voor mensen met ernstige nier-, lever- of hersenaandoeningen. Te vroeg geboren of heel zieke baby’s worden meestal op een speciale IC-afdeling voor pasgeborenen (neonatologie) opgenomen (zie Op de neonatale intensive care).

Wie ernstig ziek is, maar niet een dermate intensieve behandeling nodig heeft, kan worden opgenomen op een mediumcareafdeling. Dat is een unit waar de zorg niet zo intensief is als op de IC, maar wel intensiever dan op een verpleegafdeling.

Kinderafdelingen

Kinderen worden bijna altijd opgenomen op afdelingen waar de artsen en verpleegkundigen gespecialiseerd zijn in de medische en verpleegkundige zorg voor kinderen. Vaak is er een speelkamer op de afdeling, omdat ook zieke kinderen moeten worden gestimuleerd en gezelschap van andere kinderen nodig hebben. Ook kunnen er speltherapeuten zijn die een kind leren omgaan met zijn ziekte, en er komen docenten op de afdeling om kinderen bij hun schoolwerk te helpen en te zorgen dat ze niet achter raken op school. Voor het kind zelf is het vaak het ergste dat het niet bij zijn familie is. Daarom worden de ouders altijd aangemoedigd om zo veel mogelijk tijd bij hun kind op de afdeling door te brengen. Vaak zijn er mogelijkheden voor de ouders om te overnachten op of dicht bij de afdeling.

Voorbereiding ontslag

Ongeacht de reden voor de opname zal de arts er altijd naar streven geen enkele patiënt langer dan noodzakelijk in het ziekenhuis te houden. Vooral bij kinderen zijn artsen erop gebrand de opname zo kort mogelijk te houden.

Het besluit tot ontslag wordt genomen in overleg met alle artsen en verpleegkundigen in het behandelteam en besproken met de patiënt en diens familie. Idealiter wordt het ontslag vooruit gepland, zodat er nog genoeg tijd is om bijvoorbeeld de nazorg te regelen.

Vaak zal er na ontslag niet veel meer hoeven te gebeuren dan een aantal controlebezoekjes aan de polikliniek of de eigen huisarts. Bij een chronische ziekte of een ontstane handicap kan de patiënt echter nog nazorg nodig hebben, bijvoorbeeld in de vorm van fysiotherapie (Revalidatiegeneeskundige behandeling) of ergotherapie (De diverse therapeuten), zodat de patiënt sneller in staat is zijn zelfstandige leven weer op te pakken.

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier: