Hiv

Patiëntenbrief

Wat is hiv?

Hiv is een afkorting voor het humaan immunodeficiëntie-virus. Dit is het virus dat uiteindelijk aids veroorzaakt. Het virus tast het afweersysteem van het lichaam aan. In het begin gebeurt dit vaak ongemerkt, maar na verloop van tijd heeft het lichaam steeds minder afweer tegen ziektes. Daardoor kunnen allerlei klachten ontstaan. Pas dan spreken we van aids. Een hiv-infectie is een seksueel overdraagbare aandoening (soa).

naar boven

naar boven

Hoe ontstaat het?

Het hiv-virus zit in het bloed, sperma, vaginaal vocht en in de moedermelk van iemand die besmet is. Het virus kan op verschillende manieren op een ander worden overgedragen:

  • door onveilig vrijen: Bij vaginale of anale seks (contact tussen penis en anus) zonder condoom en bij orale seks (contact tussen mond en geslachtsorganen: pijpen of beffen) zonder condoom of beflapje. Of als besmet bloed, sperma of vaginaal vocht op het slijmvlies van de ander komt, bijvoorbeeld via de vingers, bij het afwisselend de ander en jezelf bevredigen of bij gebruik van dezelfde dildo.

  • als besmet bloed in de bloedbaan terecht komt: Bijvoorbeeld als drugsgebruikers besmette naalden van een ander gebruiken, of als medisch personeel zich per ongeluk aan een besmette naald prikt. De kans op hiv nadat u zich met een besmette naald heeft geprikt is 0,3 % of 3 op de 1000.

  • van moeder op kind: Een moeder met hiv kan het virus tijdens de zwangerschap of bevalling via het bloed op haar kind overdragen, of daarna door het geven van borstvoeding. Gelukkig kunnen zwangere vrouwen die met hiv besmet zijn door behandeling met medicijnen besmetting van het kind bijna altijd voorkomen.

naar boven

naar boven

Wat zijn de verschijnselen?

Iemand die seropositief is hoeft geen verschijnselen te hebben. Het is dan ook niet aan iemand te zien, dat hij of zij met hiv besmet is.

Van de mensen die besmet zijn met hiv krijgt ongeveer de helft tot drie kwart binnen twee tot vier weken griepachtige verschijnselen (moe, hoofdpijn, spierpijn, koorts, keelpijn, opgezette klieren) en huiduitslag.

Na de besmetting kan het een aantal maanden tot vijftien jaar duren voordat er opnieuw klachten ontstaan. Het virus tast het afweersysteem van het lichaam steeds verder aan. Wanneer de afweer sterk verzwakt is, kunnen gemakkelijk infecties ontstaan en aandoeningen zoals ontstekingen van de huid en de longen, vergeetachtigheid (dementie) en kanker. In deze fase noemen we de ziekte aids (acquired immunodeficiency syndrome). Met een goede behandeling kan deze fase van de ziekte (aids) tegenwoordig steeds verder - soms zelfs blijvend - worden uitgesteld.

naar boven

naar boven

Medicijnen

De behandelingsmogelijkheden van een hiv-infectie (en aids) zijn de afgelopen jaren alsmaar verbeterd. Er zijn nog geen medicijnen gevonden die het virus kunnen doden, maar bij de meeste mensen kan een tijdige, langdurige en intensieve behandeling met verschillende medicijnen helpen het virus in het lichaam te remmen. Als de medicijnen goed werken, heeft u lange tijd nauwelijks klachten en blijft u langer leven. De gebruikte medicijnen hebben wel bijwerkingen en er is nog niet zoveel bekend over de werking op de lange termijn. Gelukkig kunnen zwangere vrouwen die met hiv besmet zijn door behandeling met medicijnen besmetting van het kind bijna altijd voorkomen. Door alle moderne virusremmende middelen wordt een hiv-infectie (in het Westen) steeds meer gezien als een langdurige in plaats van een dodelijke ziekte.

naar boven

naar boven

Waarschuwen van partners

Omdat hiv een infectie is met ernstige gevolgen, is het van belang de huidige en vroegere seksuele partners te waarschuwen zodat ook zij maatregelen kunnen nemen. Zij moeten veilig vrijen om besmetting van anderen te voorkomen en zich op hiv laten testen.

Een hiv-infectie kan door bloedonderzoek worden aangetoond. Testen op hiv heeft over het algemeen pas zin vanaf drie maanden na een mogelijke besmetting. Eerder kan een infectie met het virus niet met zekerheid worden uitgesloten. Testen kan via het huisartsenlaboratorium of bij een soa-polikliniek. De uitslag is na ongeveer twee weken bekend.

Als een seksuele partner seropositief is kan hij/zij zich laten behandelen en moet deze ook zijn/haar (vroegere) partners waarschuwen. Als u ertegen opziet om eventueel besmette partner(s) zelf te waarschuwen, kunt u de GGD vragen dit anoniem te doen. Als er mensen zijn die mogelijk naalden of spuiten van u hebben hergebruikt, moet u ook hen waarschuwen.

naar boven

naar boven

Veilig vrijen

Als u met hiv geïnfecteerd bent, blijft u levenslang besmettelijk voor anderen, ook al wordt u voor hiv behandeld. Bespreek dit met uw huidige en eventueel nieuwe seksuele partner(s) zodat u samen afspraken kunt maken over veilig vrijen.

Het gaat erom contact tussen de slijmvliezen van de penis, vagina, anus en mond te vermijden. Zorg dat er geen bloed, sperma (of vocht dat voor het klaarkomen uit de penis komt) of vaginaal vocht op het slijmvlies van de ander komt. Gebruik bij vaginale en anale seks (contact tussen penis en anus) een condoom. Gebruik een dildo niet eerst bij de een en dan bij de ander. Bij orale seks (contact tussen mond en geslachtsdelen: pijpen of beffen) geeft een condoom of een beflapje bescherming.

Als er toch een onveilig contact is geweest, dan moet de persoon die mogelijk besmet is geraakt direct naar de GGD of de eerste hulp van een ziekenhuis. De eerstehulp of de GGD beoordeelt of een behandeling nodig is. Als iemand na een mogelijke besmetting met hiv binnen 4 tot uiterlijk 72 uur een behandeling met medicijnen (PEP-kuur) start, dan is de kans op een infectie met hiv heel klein. Een hiv-infectie kan niet via speeksel, zweet, traanvocht, urine of ontlasting worden overgedragen, behalve als er bloed in zit dat vervolgens rechtstreeks in de bloedbaan van een ander terechtkomt. Hiv krijgt u niet zomaar door uit het kopje van een ander te drinken, en ook niet via een hoestbui, insectenbeten, een zwembad of een wc-bril. In de dagelijkse omgang met anderen (bijvoorbeeld huisgenoten of collega’s) is er geen risico op het overdragen van hiv.

naar boven

naar boven

Hoe gaat het verder?

Hiv is een ernstige infectie. De uitslag dat u seropositief bent, roept vaak gevoelens op van angst, boosheid, schuld en schaamte. Het heeft gevolgen voor uzelf, uw partner en de mensen om u heen. Natuurlijk kunt u op het spreekuur komen om hierover te praten. Voor de verdere behandeling en begeleiding wordt u verwezen naar een gespecialiseerd centrum. Op grond van halfjaarlijks bloedonderzoek wordt bekeken wanneer u het beste met behandeling kunt beginnen. Door tijdige behandeling met verschillende hiv-remmers kunt u ziekteverschijnselen van aids voorkomen, of in ieder geval langdurig uitstellen. Dankzij deze medicijnen wordt de hiv-infectie in westerse landen nu beschouwd als een ziekte die ernstig is maar waarmee u nog lang kunt leven.

naar boven

naar boven

Meer informatie

Voor meer informatie en ondersteuning kunt u ook terecht bij Soa Aids Nederland (www.soaaids.nl of bellen met de Aids Soa Infolijn: 0900-2042040) of het Aidsfonds (www.aidsfonds.nl). Voor lotgenotencontact kunt u contact opnemen met de Hiv Vereniging Nederland (www.hivnet.nl of telnr. 020-6160160).

naar boven

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u bellen of een afspraak maken voor op het spreekuur.

naar boven

naar boven

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.