Paniekstoornis

Patiëntenbrief

Angst

Iedereen is wel eens angstig. Angst is een normale reactie bij dreigend gevaar. Angst leidt tot voorzichtigheid of vluchten, en kan dus nuttig zijn als je jezelf moet beschermen. Soms is iemand bang terwijl daar weinig aanleiding voor is. Als de angst erg groot is of onnodig lang aanhoudt, kunt u daar in uw dagelijks leven veel last van hebben. We spreken dan van een angststoornis. Er zijn verschillende soorten angststoornissen. Eén daarvan is de paniekstoornis.

naar boven

naar boven

Wat is een paniekaanval

Angst zorgt ervoor dat uw lichaam snel kan reageren op een mogelijk gevaar: Uw hart klopt ineens harder, u ademt sneller en u transpireert. Deze lichamelijke verschijnselen kunnen beangstigend zijn en de angst versterken. Als de angst gaat overheersen, raakt u in paniek. U voelt zich dan ellendig. We noemen dit een paniekaanval. Een paniekaanval kan minuten tot uren duren.

naar boven

naar boven

Wat is een paniekstoornis

Wanneer u vaak (ook zonder aanleiding) in paniek raakt en u tussendoor alsmaar bang bent om opnieuw een paniekaanval te krijgen, dan heeft u een paniekstoornis. De angst voor een paniekaanval kan uw leven gaan beheersen. Een paniekstoornis kan enkele jaren duren. Perioden met veel en weinig klachten wisselen elkaar af.

naar boven

naar boven

Wat zijn de verschijnselen?

Een paniekaanval kan de volgende klachten geven:

  • hartkloppingen, transpireren, duizeligheid, beven;

  • hyperventilatie, benauwdheid, een vervelend gevoel op de borst;

  • tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten;

  • misselijkheid of diarree;

  • het gevoel niet meer te weten wie of waar u bent;

  • het gevoel dat u de controle over uzelf verliest, gek wordt of doodgaat.

naar boven

naar boven

Angst voor de angst

De angst voor een paniekaanval kan ertoe lijden dat u situaties die angst bij u oproepen, gaat vermijden. Sommige mensen gaan middelen gebruiken om de angst minder te voelen, bijvoorbeeld alcohol, drugs of kalmeringsmiddelen. Maar door het vermijden of ‘verdoven’ van de angst, leert u niet met angstgevoelens om te gaan en ze te doorstaan. De angst voor de angst houdt daardoor aan of neemt juist toe.

naar boven

naar boven

Paniekstoornis met pleinvrees

Mensen met een paniekstoornis zijn vaak bang voor situaties waarin een paniekaanval zou kunnen optreden. Vooral situaties waaruit u moeilijk kunt wegkomen of hulp kunt vragen, zijn beangstigend. U durft bijvoorbeeld niet meer in de bus, de trein, een winkel, een restaurant of een drukke straat. Misschien durft u zelfs helemaal niet meer naar buiten. Dit noemen we pleinvrees (straatvrees of agorafobie).

naar boven

naar boven

Hoe ontstaat het?

Waarom sommige mensen een angststoornis krijgen is niet duidelijk. In sommige families komen angststoornissen vaker voor. Erfelijkheid speelt daarbij een rol. Je zou kunnen zeggen dat de een meer kwetsbaar is dan de ander. Er wordt gedacht dat bepaalde stoffen (neurotransmitters) invloed hebben op iemands gevoeligheid voor angst of paniek. Neurotransmitters zitten bij iedereen in het bloed en in het zenuwstelsel. De manier waarop iemand met angst omgaat lijkt voor een deel ook aangeleerd. Opvoeding en ervaringen uit het verleden spelen daarbij een rol. Sommige mensen krijgen bij verschijnselen van angst, zoals hartkloppingen en benauwdheid, het gevoel dat ze de situatie niet aankunnen. Daardoor neemt de angst toe en raken ze in paniek. Stoffen zoals cafeïne kunnen de lichamelijke verschijnselen van angst versterken. Bij sommige mensen kan dit een paniekaanval uitlokken.

naar boven

naar boven

Adviezen

U kunt zelf veel doen om uw klachten te verminderen. Begin bijvoorbeeld met het bijhouden van een ‘dagboekje’: Schrijf op wat er gebeurt op momenten dat u zich angstig voelt. Welke gedachten spelen er dan door uw hoofd? Waar bent u bang voor? Wat voelt u? Hoe reageert u hierop? En wat doet u dan? Kijk eens kritisch of uw gedachten wel kloppen en of er echt reden is voor paniek. Bedenk vervolgens welke positieve, geruststellende gedachten u voortaan tegenover uw angstige gedachten kunt zetten. Als u bijvoorbeeld niet meer in een winkel durft, bedenk dan wat voor u de positieve kanten van winkelen waren. Wat vond u vroeger altijd leuk aan uw favoriete winkel? Zo voorkomt u dat uw angst de overhand krijgt. Vaak lukt het dan beter de angstige momenten te doorstaan en rustig te blijven tot u zich beter voelt. Schrijf deze positieve gedachten op zodat u ze op moeilijke momenten kunt nalezen. Noteer ook wat u voortaan op angstige momenten kunt doen. Bijvoorbeeld rustig ademen om te ontspannen, even wandelen of iemand opbellen. Zoek steun bij mensen die u vertrouwt. Leg aan hen uit waar u last van heeft. De meeste mensen hebben hier begrip voor. Laat hun eventueel deze brief lezen.

naar boven

naar boven

Medicijnen

Medicijnen tegen depressie (antidepressiva) kunnen bij een gegeneraliseerde angststoornis helpen. Voorbeelden van antidepressiva zijn fluvoxamine,paroxetine, clomipramine of imipramine. Antidepressiva beginnen na ongeveer zes weken goed te werken. In de eerste weken kunnen bijwerkingen optreden zoals toename van de angst, een droge mond, maagdarmklachten, slaperigheid of slapeloosheid, transpireren en minder zin in vrijen. De bijwerkingen verschillen per middel en verdwijnen meestal na verloop van tijd. Antidepressiva werken niet verslavend.

Tot de antidepressiva goed werken, kunt u bij hevige angst eventueel kalmeringsmiddelen (benzodiazepines) gebruiken zoals diazepam of oxazepam. Deze middelen werken versuffend en verslavend. Gebruik ze daarom hooguit een tot twee weken.

naar boven

naar boven

Hoe gaat het verder?

Als u een dagboekje heeft bijgehouden, kan het helpen dit op het spreekuur te bespreken. Dan wordt vaak duidelijk hoe uw angsten ontstaan. Misschien is er ook een manier te vinden om de cirkel van aanleiding, paniekaanval, angst voor de angst te doorbreken. Soms is het nodig dat een psycholoog u verder helpt. Door praten en oefenen kunt u leren uw gedachten en reacties op angst te veranderen.

Als u last heeft van pleinvrees kan ondersteuning door middel van antidepressiva helpen. Als u hiermee start, bekijken we na zes weken of het gekozen middel goed werkt. Als het helpt, is het de bedoeling hier zes tot twaalf maanden mee door te gaan. Als het niet goed werkt, kunt u een ander antidepressivum proberen. Vaak blijkt dat dan wel te helpen. Als u de dosering van uw medicijnen wilt veranderen of wilt stoppen, neem dan contact op om te overleggen. Antidpressiva moeten geleidelijk worden afgebouwd.

Uiteindelijk kunt u bereiken dat u nog maar weinig last heeft van uw angsten. Een terugval is wel mogelijk. Als u merkt dat de klachten terugkomen, denk dan niet dat het vanzelf wel weer overgaat. Wacht niet te lang en maak een afspraak voor op het spreekuur, of neem contact op met de psycholoog die u geholpen heeft.

naar boven

naar boven

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u ook terecht bijde Angst, Dwang en Fobie stichting, tel. 0900-2008711 of via de website www.psychowijzer.nl.

naar boven

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

naar boven

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.