antipsychotica
Wat zijn antipsychotica?
Antipsychotica gaan psychotische verschijnselen tegen, zoals wanen en hallucinaties. Ze hebben verder een kalmerende werking en kunnen helpen
een volgende psychose te voorkomen. Ze hebben geen duidelijk effect op de negatieve symptomen, zoals lusteloosheid en teruggetrokken
gedrag.
De werking van een antipsychoticum is niet meteen merkbaar, meestal pas na een paar weken. Sommige bijwerkingen treden wel meteen na inname
op. Het is nodig de medicijnen (tabletten) regelmatig in te nemen. Sommige antipsychotica kunnen ook worden gegeven in de vorm van injecties.
Dit heet depot.
Omdat antipsychotica ook helpen om een volgende psychose te voorkomen, moeten ze voor langere tijd ingenomen worden, ook als alle
verschijnselen verdwenen zijn.
naar boven
naar boven
Bijwerkingen van antipsychotica
Antipsychotica kunnen vervelende bijwerkingen hebben. Niet iedereen heeft er last van, maar sommige bijwerkingen hebben een grote invloed.
Veel voorkomende bijwerkingen van antipsychotica zijn:
- bewegingsstoornissen (beven, stijf worden, tics, niet stil kunnen zitten)
- veel speeksel of juist een droge mond
- droge ogen
- verminderd reactievermogen
- concentratieproblemen
- slaperigheid
- duizeligheid
- slecht dichtbij zien (moeilijk lezen)
- een onregelmatige menstruatie
- minder zin in seks
- zwaarder worden
Er zijn 2 verschillende typen antipsychotica: de klassieke en de atypische. Vooral de klassieke antipsychotica staan bekend om de
bewegingsstoornissen die ze kunnen veroorzaken. Het is mogelijk dat iemand gaat beven of stijve spieren krijgt. Soms is er sprake van
bewegingsdrang: het is dan onmogelijk een tijd achter elkaar stil te zitten, te liggen of te staan. Aan het begin van de behandeling kunnen
onverwachte spierkrampen voorkomen, bijvoorbeeld van de oogleden.
De nieuwere, atypische antipsychotica veroorzaken minder bewegingsstoornissen dan de oudere, klassieke middelen, maar hebben soms andere
bijwerkingen, zoals meer eetlust, gewichtstoename en moeite met opstaan 's ochtends.
De werking is van persoon tot persoon
anders.
Er is één atypisch antipsychoticum dat in de belangstelling staat: Clozapine (merknaam: Leponex). Dat werkt soms als andere
medicijnen niet werken of als die andere medicijnen veel bijwerkingen geven.
Sommige bijwerkingen treden pas op na langer gebruik van antipsychotica. Het is dus zaak om alert te blijven op bijwerkingen en deze tijdig
te bespreken met de behandelaar. Bij langdurig gebruik van antipsychotica kunnen onvrijwillige, spontane bewegingen ontstaan: iemand beweegt
zonder het te willen de tong, mond of andere gezichtsspieren. Deze verschijnselen kunnen blijvend zijn na beëindiging van het medicijngebruik,
of verdwijnen pas na enkele jaren.
Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Schizofrenie.
naar boven
naar boven