specifieke fobie

Wat is een specifieke fobie?

Bij een specifieke fobie heeft iemand een duidelijke angst die niet weggaat, die overdreven en niet logisch is. De angst komt door een voorwerp of een situatie, bijvoorbeeld vliegen, hoogte, dieren, een injectie krijgen, bloed zien. Het kan ook zijn dat iemand bang wordt alleen al bij de gedachte aan het voorwerp of de situatie.

Vroeger werd de specifieke fobie ook wel enkelvoudige fobie genoemd.

naar boven

Verschijnselen van een specifieke fobie

Bij een specifieke fobie heeft iemand de volgende verschijnselen:

  • Er is een duidelijke angst die niet weggaat, die overdreven en niet logisch is. De angst komt door een voorwerp of een situatie, bijvoorbeeld vliegen, hoogte, dieren, een injectie krijgen, bloed zien. Het kan ook zijn dat iemand bang wordt alleen al bij de gedachte aan het voorwerp of de situatie.
  • Mensen die te maken krijgen met het voorwerp of de situatie, krijgen onmiddellijk een aanval van angst of paniek.
  • Mensen weten van zich zelf dat de angst overdreven en niet logisch is.
  • Ze gaan de situatie of het voorwerp uit de weg, of ze hebben grote angst als ze er toch mee te maken krijgen.
  • Het uit de weg gaan van de situatie of het voorwerp of het lijden door de angst belemmert ze in het doen van de dagelijkse dingen als werk en studie. Ook sociale activiteiten en relaties met anderen staan flink onder druk. Tot slot: ze lijden duidelijk door de angst. Het is geen aanstellerij.

naar boven

Hoe ontstaat een specifieke fobie?

Over oorzaken van de specifieke fobie valt nog weinig te zeggen. Wel zijn extra risico?s bekend. Dat wil zeggen: er is meer risico in onderstaande gevallen. De extra risico?s hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving, en met levensgebeurtenissen.

Geslacht en leeftijd

  • Vrouwen hebben twee keer zo vaak een specifieke fobie.
  • De specifieke fobie komt onder volwassenen in alle leeftijden even vaak voor.

Individuele kwetsbaarheid

  • Het lijkt erop dat erfelijkheid een rol speelt bij angststoornissen in zijn algemeenheid. Het is onduidelijk of dit ook zo is voor de specifieke fobie.

<br/>Omgeving<br/>

De volgende mensen hebben het vaker:

  • Mensen met een lagere opleiding
  • Mensen met een laag inkomen
  • Mensen zonder betaald werk
  • Mensen die in hun eentje ouder van kinderen zijn.
  • Mensen die wonen in de stad, of alleen wonen, hebben het niet vaker.

<br/>Levensgebeurtenissen

  • Bepaalde beangstigende gebeurtenissen in de kinderjaren en jongvolwassenheid maken de kans groter op een specifieke fobie. Dan gaat het om bijvoorbeeld opgesloten zitten in een donkere kast, gebeten worden door een slang, of bijna uit het raam vallen.
  • Is iemand opgevoed onder ongunstige omstandigheden, dan krijgt die vaker een specifieke fobie. Had zo iemand bijvoorbeeld een ouder met een psychische stoornis of was hij als kind slachtoffer van verwaarlozing of mishandeling, dan heeft hij een kans van 11% een specifieke fobie te krijgen. Volwassenen zonder zo?n verleden hebben 6% kans.
  • Maakt iemand een stressvolle gebeurtenis mee, dan krijgt hij vaker een specifieke fobie.

naar boven

Welke soorten specifieke fobieën zijn er?

Er zijn verschillende soorten specifieke fobieën:

  • Dierfobie. De angst komt door dieren, insecten.
  • Fobie voor de natuurverschijnselen als storm, onweer, hoogte, water.
  • Bloed-, injectie- en wondfobie. De angst komt dan door het zien van bloed of een wond, of door het krijgen van een injectie of andere medische, lichamelijke ingrepen.
  • Situatie fobie. De angst komt door het openbaar vervoer, tunnels en bruggen, liften, vliegen, autorijden of afgesloten ruimtes.
  • Andersoortige fobie. In bepaalde situaties bent u bang benauwd te worden, over te geven of een ziekte op te lopen. De ruimtefobie valt hieronder: u bent bang neer te vallen als er bijvoorbeeld geen muren zijn die steun kunnen geven als het nodig is.

Veel mensen hebben ooit weleens een sterke, onlogische angst gehad voor dieren, onweer, de tandarts of afgesloten ruimtes. Bij kinderen en jongvolwassenen komen dit soort angsten vaak voor, maar dan in een milde of matige vorm. Die gaan weer weg. De angsten horen bij een normale ontwikkeling van kinderen.
Maar het is pas een specifieke fobie als de angst langer duurt, de situatie of het voorwerp een heftige angst geeft en er daardoor flinke beperkingen zijn in het dagelijks leven.
Als iemand een specifieke fobie heeft, heeft hij waarschijnlijk meer dan één soort fobie. Voor de helft van de mensen is dit namelijk zo. Eén op de zeven heeft zelfs vier of vijf angsten.

naar boven

Hoe vaak komt de specifieke fobie voor?

Van alle volwassen Nederlanders tot 65 jaar heeft 10% ooit een specifieke fobie gehad, en 7% het laatste jaar. In een straat met 100 volwassen bewoners hebben jaarlijks 7 bewoners een specifieke fobie.
Van de jongeren tussen 13 en 18 jaar heeft 5% ooit een specifieke fobie gehad, als het hun zelf wordt gevraagd. Als het hun ouders wordt gevraagd, zeggen die 9%.

Bij volwassenen met een specifieke fobie komen de volgende angsten voor.

  • Eenderde heeft een angst voor dieren.
  • Tweederde voor natuurverschijnselen.
  • Eenderde voor bloed.
  • 40% voor situaties als tunnels en liften.
  • 40% heeft een andere angst.

Angststoornissen
Er zijn verschillende angststoornissen: paniekstoornis (met en zonder agorafobie), specifieke of enkelvoudige fobie, sociale fobie, obsessief-compulsieve stoornis (dwangstoornis), gegeneraliseerde angststoornis, de posttraumatische stress stoornis en hypochondrie.

naar boven

Adviezen voor familie en betrokkenen van iemand met een specifieke fobie

Hier een aantal adviezen voor familie en betrokkenen van mensen met een specifieke fobie:

  • Zorg dat u genoeg weet over de specifieke fobie en de mogelijke gevolgen.
  • Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Bespreek met de persoon in kwestie waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over.
  • Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus over angststoornissen in het algemeen of de specifieke fobie te volgen. De Angst Dwang en Fobie Stichting organiseert een speciale cursus voor familie en betrokkenen.
  • Doe uw eigen dingen, en doe de dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt.
  • Zorg ervoor dat u zelf uw hart kunt luchten bij enkele mensen in uw omgeving. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
  • Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via de Angst Dwang en Fobie Stichting of Stichting Labyrint / In Perspectief.
  • Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.
  • Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de stoornis van uw partner of familielid.
  • Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag er naar.
  • Het komt voor dat iemand geen hulp wil. Dat leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij de Angst Dwang en Fobie Stichting of Stichting Labyrint / In Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.

naar boven

Hoe wordt een specifieke fobie vastgesteld?

Meestal gaan mensen met hun klachten naar de huisarts. Die stelt vragen om te kijken naar oorzaken, hoeveel last iemand ervan heeft, of er geen lichamelijke ziektes zijn, en of iemand nog last heeft van andere psychische stoornissen. Mensen met een specifieke fobie of een andere angststoornis hebben bijvoorbeeld ook vaak last van een depressie. Als dat zo is, dan wordt de behandeling anders.
Om te kijken of iemand een angststoornis heeft, kan de huisarts of een andere behandelaar kortere of langere vragenlijsten gebruiken. Sommigen vinden het makkelijker een lijst met vragen in te vullen dan erover te praten.

naar boven

Behandeling van een specifieke fobie

Gaat het om een specifieke fobie in situaties die veel voorkomen, dan wordt begonnen met een psychologische behandeling waarin geoefend wordt met voorwerpen en situaties waar iemand bang voor is. Dit oefenen gaat in kleine stapjes waarbij iemand steeds meer in aanraking komt met waar hij bang voor is. Zo wordt hij steeds minder bang. Deze behandeling heet exposure in vivo.
Voor een bloed- , letsel- en injectiefobie wordt dit gecombineerd met geruststellende informatie en het leren ontspannen juist in angstwekkende situaties.
Gaat het om een fobie voor weinig voorkomende situaties dan kan in die situaties een kalmeringsmiddel worden gebruikt.
Als de psychologische behandeling voor de bloed-, letsel-, en injectiefobie niet werkt, dan kan een antidepressivum worden gebruikt.

Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen.

naar boven

Gaat een specifieke fobie over?

Een specifieke fobie begint meestal op jonge leeftijd, bij mannen gemiddeld op hun 17e en bij vrouwen op hun 16e. De specifieke fobie gaat niet snel over. Dat duurt langer dan de andere angststoornissen. Eén op de zes mensen met een specifieke fobie was na zes jaar helemaal beter.

naar boven

Omgaan met een specifieke fobie

Mensen met een specifieke fobie voor dingen die ze makkelijk uit de weg kunnen gaan, zoals hoogtevrees of angst voor spinnen, dan heeft dat waarschijnlijk geen grote invloed op hun leven. Gaat het om situaties die iemand niet uit de weg kan gaan, en daar vaker in terechtkomt, dan is het een serieus probleem. Mensen kunnen er dan flink onder lijden, omdat ze allerlei situaties gaan vermijden. Eén op de vijf mensen met een specifieke fobie gaat nooit naar een feestje, sociale gebeurtenis of een vergadering. Een op de vijf heeft bepaalde dingen op het werk niet kunnen doen, of kon geen nieuwe baan nemen.

  • Zorg dat u genoeg weet over de specifieke fobie. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, er genoeg over weten.
  • U moet weliswaar zelf uw fobie aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen. De Angst Dwang en Fobie Stichting organiseert lotgenotencontact.
  • Voor lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen voor jongeren, volwassenen en ouderen: Angst de baas en Geen paniek. Zoek in uw omgeving waar de cursus wordt gegeven. Ook de Angst Dwang en Fobie Stichting geeft diverse trainingen.
  • Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met de specifieke fobie. Zeker als die voorkomt in veel verschillende situaties die uw dagelijks leven nogal belemmeren. Neem de tijd om uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
  • Zorg voor structuur in uw dagen. Soms geeft de behandeling die al, en anders kan dat door sport of (vrijwilligers)werk.
  • Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie. Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.

naar boven

Patiënten- en belangenorganisaties specifieke fobie

De huisarts kan meer informatie geven over de specifieke fobie en eventueel doorverwijzen naar:

Uitgebreidere informatie op www.trimbos.nl, informatie voor professionals; onder andere over:

  • onderscheid met vooral andere angststoornissen
  • samengaan met andere psychische en lichamelijke stoornissen
  • gevolgen van specifieke fobie, maatschappelijk en voor de kwaliteit van leven
  • literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek)

Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen. De Richtlijn is gemaakt voor professionals, evenals de samenvatting. Daarnaast is er een patiëntenversie gemaakt. Hierin is meer en uitgebreidere informatie te vinden over onder andere:

  • Verschillende angststoornissen
  • Behandelmogelijkheden
  • Samen met de behandelaar beslissen over behandeling
  • Psychologische behandeling en behandeling met medicijnen
  • Aanvullende behandeling: zelfhulp, alternatieve behandelingen en ondersteunende behandelingen
  • Omgaan met een angststoornis, voor cliënten en familie
  • Praktische informatie over adressen en wetgeving

De Richtlijnproducten kunt u bestellen bij het Trimbos-instituut.

naar boven

U bevindt zich hier: