U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Achtergrondinformatie: De mogelijkheden op een rij

Prenatale screening

Screening

Prenatale screening is bedoeld om aan te geven of er eenkans is (wel of geen verhoogde kans) op bepaalde aandoeningen. Het geeft dus geen zekerheid of het kind bepaalde aandoeningen of afwijkingen heeft. Het voordeel van prenatale screeningis dat er geen risico’s zijn voor het kind of de moeder.

Bloedonderzoek

Iedereen die zwanger is, krijgtrond het eerste bezoek aan de verloskundige een bloedonderzoek naar infectieziekten en bloedgroep.

Het bloedonderzoek is nodig om te onderzoeken of de gezondheid van uw ongeboren kind gevaar loopt. Worden er in uw bloed bacteriën, virussen of stoffen gevonden die schadelijk zijn voor uw kindje? Dan kan al tijdens de zwangerschap met de behandeling worden gestart. Ook kan er bij de bevalling rekening mee worden gehouden.

Downscreening

De kans op een kind met Downsyndroomis gemiddeld 2 op 1.000. Bij jonge vrouwen is de kans laag. Hoe ouder de moeder, hoe hoger de kans wordt. Met een Downscreening kunt u laten onderzoeken wat de kans is dat uw kindje Downsyndroom heeft. Een Downscreening kan ertoe leiden dat u lastige beslissingen moet nemen. Het is daarom belangrijk dat u een bewuste keuze voor de screening maakt.

Onderzoek naar de kans op Downsyndroom wordt gedaan met de combinatietest. Dit bestaat uit een bloedtest en een nekplooimeting.

20 weken echo

Echo

De kans op een kind met een lichamelijke afwijking, zoals een open ruggetje of een open schedel, is gemiddeld 1 op de 1.000. U kunt uw ongeboren kindje op een aantal van deze aangeboren aandoeningen laten screenen. Dat kan ertoe leiden dat u lastige beslissingen moet nemen. Het is daarom belangrijk dat u een bewuste keuze voor de screening maakt.

Prenatale diagnostiek

Bij prenatale diagnostiek wordt een eventuele afwijking definitief vastgesteld.

Vruchtwaterpunctie en vlokkentest

Diagnostiek

Bij een verhoogde kans is het mogelijk om een vervolgonderzoek (prenatale diagnostiek) te doen om zekerheid te krijgen.

Hieraan zijn wel risico’s verbonden. Voorbeelden van deze vervolgonderzoeken zijn de vruchtwaterpunctie en de vlokkentest.

Met deze testen kan met zekerheid bepaald worden of het kind een chromosomale afwijking heeft (bijvoorbeeld het downsyndroom). Aan deze test zijn wel risico’s verbonden. De kans op een miskraam wordt namelijk groter (deze wordt 1/200 tot 1/300).

Bij een vruchtwaterpunctie kan ook bepaald worden of het kind een verhoogde kans heeft op een open ruggetje.

Geavanceerde echo

Ook kan er een geavanceerde echo plaatsvinden. Deze echo volgt meestal als er bij een 20 weken echo afwijkingen worden gevonden. Wanneer men zwanger en 36 jaar of ouder is, kan men ook gelijk voor de prenatale diagnostiek (in plaats van prenatale screening) kiezen, maar dit is niet de standaard procedure.

U bevindt zich hier: