Als cliënt mag u meepraten over de zorg. U kunt over uw zorg praten met uw zorgverlener. Hij moet u informatie geven. U mag zelf beslissen over bijvoorbeeld een behandeling.
U kunt ook samen met andere cliënten meepraten. Bijvoorbeeld over de zorg in een instelling. Woont u in een instelling? Dan is daar meestal regelmatig een overleg van bewoners. U heeft dan samen met andere bewoners een gesprek met het team en de teamleider. U overlegt samen over wat er goed en fout gaat. Als er problemen zijn, bespreekt u die.
Cliënten mogen ook meepraten over de instelling. Ze mogen meepraten over het algemene beleid en de organisatie. Het gaat bijvoorbeeld over hoe bepaalde dingen aangepakt worden binnen de instelling. De cliënten die meepraten vormen samen een cliëntenraad. In de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen staat dat elke zorginstelling zo’n raad moet hebben.
Er zijn ook organisaties die namens u meepraten over de zorg. Er is bijvoorbeeld in de meeste regio’s/provincies een organisatie van Zorgbelang. Via deze organisaties zijn patiëntenorganisaties actief. Op landelijk niveau zijn er ook allerlei organisaties die namens u meepraten. De belangrijkste zijn de NPCF, de CG-Raad en het CSO.
Bent u niet tevreden? Heeft u nog vragen of twijfels? Vertel dit dan aan uw zorgverlener of zijn of haar leidinggevende. Zij weten vaak het meest over uw situatie. En ze kunnen vaak het snelste een oplossing of een antwoord geven.
Kunt u de zorgverlener zelf niet spreken? Of heeft u na een gesprek nog steeds vragen en twijfels? Bespreek het dan met een ondersteuner bij de zorgaanbieder of bij Zorgbelang.