Wat gebeurt er als mijn zorg of behandeling gestopt wordt?

Uw zorg of behandeling wordt gestopt als het niet langer nodig is. Of als het niet meer nuttig is of niet meer mogelijk is. De zorgverlener moet dit wel van tevoren met u overleggen. Hij mag nooit zomaar stoppen.

Als een zorgverlener stopt met de zorg of behandeling, moet hij zeker weten dat u het aankunt. U moet zonder de zorg verder kunnen. Soms moet de zorgverlener nazorg regelen. En u moet zelf ook weten wat u moet doen als uw klachten weer terugkomen. De zorgverlener moet u dus goede informatie geven.

Stopt uw behandeling of zorg in een instelling? Dan krijgt u meestal een brief mee. Dit heet een (voorlopige) ontslagbrief. In deze brief staat informatie voor uw huisarts of andere zorgverleners. Bijvoorbeeld thuiszorg. Zodat zij weten hoe het met u gaat. En zodat hun zorg kan aansluiten op de zorg die u eerder kreeg.

Kortom: de zorg voor u moet geregeld zijn, ook als u vertrekt.

Wilt u meer informatie?

Heeft u klachten of vragen?

Bent u niet tevreden? Heeft u nog vragen of twijfels? Vertel dit dan aan uw zorgverlener of zijn of haar leidinggevende. Zij weten vaak het meest over uw situatie. En ze kunnen vaak het snelste een oplossing of een antwoord geven.

Kunt u de zorgverlener zelf niet spreken? Of heeft u na een gesprek nog steeds vragen en twijfels? Bespreek het dan met een ondersteuner bij de zorgaanbieder of bij Zorgbelang.

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.