In de gespecialiseerde GGZ in de tweede lijn wordt hulpverlening op verschillende manieren aangeboden: ambulante hulpverlening in een instelling of door zelfstandig gevestigde hulpverleners, of in de vorm van dag- of deeltijdbehandeling.
Ambulante hulpverlening wil zeggen dat de patiënt naar de instelling komt, daar behandeld wordt en dan weer naar huis gaat. De duur van de behandeling varieert meestal van een half uur tot drie kwartier, een uur. De behandeling in totaal duurt meestal een aantal sessies, afhankelijk van de ernst van de problemen en hoe snel iemand herstelt.
Welke hulpverlening mogelijk is, is terug te vinden onder Behandelvormen.
Voor ambulante behandeling door een instelling is een verwijzing nodig van de huisarts of een eerstelijnspsycholoog.
Ambulante behandeling kan plaatsvinden bij een GGZ-instelling, psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis () of van een academisch ziekenhuis.
Verslavingszorg is soms deel van een grote GGZ-instelling, soms is het een aparte instelling voor verslavingszorg.
Er is ook ambulante behandeling buiten een instelling om, in een eigen zelfstandige praktijk.
Dan gaat het om behandeling door , , en een enkele (beeldend-, dans-, drama-, muziek- en psychomotorisch therapeuten).
Iemand met een probleem kan zich daar laten behandelen zonder verwijzing en zonder indicatie. In dat geval is het wel belangrijk op de kosten te letten. Soms moet een zelfstandig hulpverlener namelijk zelf betaald worden.
Wachtlijsten zijn bij zelfstandigen vaak korter. De keuze is ook groter. Het is ook makkelijker te wisselen van hulpverlener dan in een instelling. In een instelling kan dat ook, maar het kost soms meer tijd en overredingskracht.
Sommigen ervaren de hulp als persoonlijker dan die bij een grote instelling.
Iemand moet wel zelf actief op zoek en zichzelf aanmelden, en een afspraak maken en kiezen voor een bepaalde hulpverlener of een bepaalde methode. Bij een instelling is er een procedure voor intake, diagnose en behandeling. Er komt als het ware vanzelf een hulpverlener uitrollen. Dat vraagt minder eigen actie.
Een hulpverlener in een instelling werkt samen met collega’s. Hij kan ze makkelijk raadplegen, en de diagnose en het voorstel voor behandeling wordt vaak in teamverband gedaan. Hulpverleners met een verschillende achtergrond hebben naar het probleem gekeken en daar een voorstel voor gedaan.
Van hulpverleners in een instelling hoeft de patiënt niet zelf te controleren of ze voldoende deskundig zijn - dat mag verwacht worden van een instelling. Bij zelfstandigen moet iemand soms zelf op zoek om de kwaliteit van de hulpverlener vast te stellen of te controleren.
Andere zaken als bijvoorbeeld een klachtregeling zijn in een instelling in elk geval altijd geregeld.
Zelfstandigen zijn te vinden omdat iemand in de omgeving daar contact mee heeft gehad (dan kan iemand meteen horen hoe de behandelaar beviel); via beroepsverenigingen als NIP, NVP, NVVP, NVvP en FVB. Ook de huisarts kan vaak verwijzen naar zelfstandig gevestigden in de buurt.
Iemand kan ook in de Gouden Gids zoeken (onder psychologen, psychotherapeuten of artsen-specialisten psychiatrie).
Kijk bij Wat valt er te kiezen, om te zien hoe de keuze kan verlopen.
Soms is ambulante behandeling niet voldoende. De behandeling kan intensiever worden doordat patiënten dagdelen of dagen behandeld worden, tijdens kantooruren, maar verder gewoon thuis zijn.
Deeltijdbehandeling vindt plaats bij een GGZ-instelling, psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (PAAZ) of van een academisch ziekenhuis.
Voor behandeling van verslavingsproblemen zijn ook mogelijkheden voor behandeling in deeltijd.