Een zorgverlener moet goede zorg geven. Hij moet goede hulp verlenen, netjes werken en zijn vak uitvoeren zoals het moet. Goede zorg betekent ook dat hij zich netjes gedraagt naar u toe. Dit staat allemaal in de wet.
U heeft hulp nodig en de zorgverlener geeft u deze hulp. Misschien bent u zwak of van slag door uw ziekte. Maar toch is uw mening belangrijk en hij moet daar naar luisteren. Een zorgverlener moet met respect met u omgaan. Hij beslist niet voor u maar geeft u wel advies.
Respect, dat kan van alles zijn. Voorbeelden van respect zijn dat de zorgverlener:
- aandacht en tijd voor u heeft;
- u serieus neemt;
- u groet en u aankijkt;
- duidelijk zegt wat er gaat gebeuren;
- uw mening wil weten;
- aardig voor u is;
- niet tegen u schreeuwt.
Vindt u iets in de houding van de zorgverlener niet prettig? Leg het dan uit en vraag of hij er rekening mee houdt. Door het eerlijk te zeggen blijft u goed met elkaar omgaan.
Bent u niet tevreden? Heeft u nog vragen of twijfels? Vertel dit dan aan uw zorgverlener of zijn of haar leidinggevende. Zij weten vaak het meest over uw situatie. En ze kunnen vaak het snelste een oplossing of een antwoord geven.
Kunt u de zorgverlener zelf niet spreken? Of heeft u na een gesprek nog steeds vragen en twijfels? Bespreek het dan met een ondersteuner bij de zorgaanbieder of bij Zorgbelang.