Bij behandelingen en zorg geldt: u mag niet gedwongen worden. Alleen in zeer bijzondere gevallen. Deze worden hier uitgelegd. Als u volwassen bent mag u zelf keuzes maken en beslissen. Ook als uw keuze (volgens de zorgverlener) niet verstandig is. De zorgverlener moet u wel informatie geven. Zodat u goed kunt bedenken of u wel of geen behandeling wilt. De zorgverlener mag u niet ‘straffen’ voor uw keuze. Hij mag u bijvoorbeeld niet ‘aan de kant zetten’. Dat mag alleen als daar zeer belangrijke redenen voor zijn.
Soms zijn mensen niet in staat om zelf een goede keuze te maken. Bijvoorbeeld minderjarige of wilsonbekwame mensen. Maar ook dan mag een zorgverlener iemand niet tot iets dwingen. Verzet een cliënt zich een behandeling of zorg? Dan moet de zorgverlener dat heel serieus nemen. Hij moet uitzoeken waarom de cliënt de behandeling niet wil. Dan kan hij zoeken naar een oplossing. Ook moet hij overleggen met de wettelijk vertegenwoordiger.
Soms besluit men om eventueel dwang toe te passen. Hierbij staat altijd het belang van de cliënt zelf voorop. Bij de afweging zijn de omstandigheden belangrijk. Als iemand geen vast voedsel wil eten, kan de zorgverlener bekijken of speciale voeding wel goed is. Een heel ziek kind dat niet meer wil eten, kan bijvoorbeeld gedwongen sondevoeding krijgen.
Bent u niet tevreden? Heeft u nog vragen of twijfels? Vertel dit dan aan uw zorgverlener of zijn of haar leidinggevende. Zij weten vaak het meest over uw situatie. En ze kunnen vaak het snelste een oplossing of een antwoord geven.
Kunt u de zorgverlener zelf niet spreken? Of heeft u na een gesprek nog steeds vragen en twijfels? Bespreek het dan met een ondersteuner bij de zorgaanbieder of bij Zorgbelang.