Een zorgverlener kan niet zo maar stoppen. Als hij met een behandeling is begonnen moet hij deze in principe afmaken. Hij mag alleen stoppen als hij daar een zeer belangrijke reden voor heeft. Hij moet dit dan ook aan u uitleggen.
- De zorg is niet meer nodig.
- De zorgverlener kan geen goede zorg (meer) bieden. Bijvoorbeeld omdat hij niet genoeg ervaring heeft. Of omdat hij niet snel genoeg bij u kan komen.
- De hulp of behandeling gaat tegen het gevoel van de zorgverlener in. Bijvoorbeeld bij abortus of euthanasie.
- De cliënt houdt zich niet aan de afspraken of regels.
- De cliënt is agressief of onredelijk. En dit komt niet door zijn ziekte.
- De cliënt vertrouwt de zorgverlener niet of hij vindt hem niet goed. De cliënt heeft dat meerdere keren gezegd.
- Persoonlijke gevoelens zijn een probleem. Bijvoorbeeld omdat de zorgverlener verliefd is op de cliënt of omgekeerd.
Er gelden regels voor de manier van stoppen. De zorgverlener moet aan u vertellen waarom hij stopt. En wat dat voor u betekent. Hij moet duidelijk zeggen op welke manier hij wel wil doorgaan. U mag daar dan over nadenken. Ook moet u de kans krijgen om eventueel zelf aan bepaalde voorwaarden te gaan voldoen.
De zorgverlener moet u ook verwijzen naar een ander. Of u mag zelf een andere zorgverlener zoeken. Hij moet ook meewerken aan de overdracht naar een andere zorgverlener. Totdat u een andere zorgverlener heeft gevonden, moet hij u de noodzakelijke zorg blijven geven.
Bent u niet tevreden? Heeft u nog vragen of twijfels? Vertel dit dan aan uw zorgverlener of zijn of haar leidinggevende. Zij weten vaak het meest over uw situatie. En ze kunnen vaak het snelste een oplossing of een antwoord geven.
Kunt u de zorgverlener zelf niet spreken? Of heeft u na een gesprek nog steeds vragen en twijfels? Bespreek het dan met een ondersteuner bij de zorgaanbieder of bij Zorgbelang.