Palliatieve zorg kan in verschillende situaties plaatsvinden. Iedere situatie kent een eigen financierings- en vergoedingensysteem. Hier wordt aandacht besteed aan de wijze van financiering van de meest voorkomende zorgvormen in de palliatieve zorg.
Iedereen in Nederland heeft een basisverzekering. De premie bestaat uit een deel dat voor iedereen gelijk is (nominaal deel) en uit een inkomensafhankelijk deel. Wanneer u geen of weinig inkomen heeft, heeft u recht op een zorgtoeslag. U krijgt dan een bedrag terug van de belastingdienst, als tegemoetkoming op de kosten van de basisverzekering. Het inkomensafhankelijk deel wordt door de werkgever of uitkeringsinstantie vergoed.
Daarnaast kunt u voor specifieke zorg, bijvoorbeeld de tandarts of fysiotherapie, een aanvullende verzekering afsluiten. Hiervoor bent u geheel zelf verantwoordelijk. Meer informatie over soorten zorgverkeringen vindt u op het onderdeel Zorgverzekeringen.
naar bovenThuiszorg wordt voor een deel gefinancierd vanuit de en voor een kleiner deel uit eigen bijdragen van cliënten. voor thuiszorg vindt plaats door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Voor hulp bij het huishouden of voorzieningen als een traplift of rolstoel, neemt u contact op met uw gemeente. Per 1 januari 2007 vallen de huishoudelijke verzorging en de Wvg-voorzieningen namelijk onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Meer informatie over de hoogte van de eigen bijdrage kunt u krijgen bij het CAK-BZ, telefoonnummer 0800-1925 (gratis).
Meer informatie over de AWBZ en Wmo, vindt u op het onderdeel Thuiszorg.
naar bovenVia de basisverzekering bent u verzekerd voor zorg door de huisarts. De zorgverzekeraar vergoedt de zorg door de huisarts. Het is wel mogelijk dat de patiënt een eigen bijdrage heeft; dit is afhankelijk van de polis. De verplichte eigen bijdrage van €150,- geldt niet voor de huisarts.
Ga naar meer informatie over vergoeding van de huisarts.
naar bovenVrijwilligers zijn georganiseerd via bijvoorbeeld plaatselijke of regionale organisaties aangesloten bij het Landelijk Steunpunt Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ), via buddyprojecten, via het Rode Kruis, Humanitas, een patiëntenvereniging of Mezzo. Wanneer u hulp van een vrijwilliger vraagt, zijn daar meestal geen kosten aan verbonden.
naar bovenMantelzorgers (naasten) doen huishoudelijke taken en bieden hulp bij de lichamelijke verzorging. Zij vangen de patiënt als eerste op. In geval van een heeft de patiënt de mogelijkheid mantelzorgers te betalen. Dit kan alleen wanneer de mantelzorger zorgtaken uitvoert die door het geïndiceerd zijn.
Verschillende wettelijke maatregelen moeten de combinatie van mantelzorg met betaald werk makkelijker maken. Tot nu toe kunnen werkenden geen rechten ontlenen aan de wetten. De wetten vormen een wettelijk raamwerk, dat via CAO-afspraken of via individuele afspraken tussen werkgevers en werknemers nader ingevuld dient te worden.
Er zijn verschillende mogelijkheden om verlof op te nemen:
- Calamiteitenverlof: voor een onvoorziene situatie, die acuut vrijaf vraagt vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden. Bijvoorbeeld een sterfgeval in de familie of als er in verband met ziekte snel verzorging aan huis moet worden gevonden. De duur van het calamiteitenverlof moet redelijk zijn: het verlof moet in verhouding staan tot de aard van het noodgeval en de hoeveelheid privé-verplichtingen die dat met zich meebrengt. Het salaris wordt tijdens het calamiteitenverlof gewoon doorbetaald.
- Kortdurend zorgverlof: is bedoeld om de noodzakelijke verzorging te geven aan een thuiswonend ziek kind, partner of zieke ouders. Voorwaarde is dat men de enige is die de zieke op dat moment kan verzorgen (maximaal 10 dagen per 12 maanden). Een werkgever mag het zorgverlof weigeren, maar hij moet daarvoor wel goede argumenten hebben. De werkgever moet tijdens het verlof ten minste 70% van het salaris (minimaal het minimumloon, maar nooit meer dan het maximum dagloon) doorbetalen.
- Langdurend zorgverlof (sinds 1 juni 2005): bedoeld voor de zorg voor een partner, kind of ouder die levensbedreigend ziek is. Werknemers krijgen recht op onbetaald verlof voor in totaal 6 maal hun wekelijkse arbeidsduur gedurende een periode voor maximaal 12 weken, voor maximaal de helft van hun wekelijkse arbeidsduur.
Mantelzorgers die werkloos of arbeidsongeschikt zijn kunnen sinds 2006 onder voorwaarden tijdelijk een ontheffing krijgen van de sollicitatieplicht. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV) zal nagaan of een mantelzorger in aanmerking komt voor een ontheffing en voor hoe lang. Mantelzorgers moeten intensieve zorg verlenen en kunnen maximaal zes maanden vrijstelling krijgen van het zoeken naar een baan. In bijzondere gevallen kan het UWV de termijn van zes maanden met steeds één maand verlengen.
Voor mensen die geen betaald werk verrichten bieden deze wetten geen mogelijkheden. Zij kunnen in aanmerking komen voor het mantelzorgcompliment. Dit is een bedrag van € 250 (in 2007) dat door de overheid ter beschikking wordt gesteld.
Een mantelzorger komt in aanmerking voor het compliment als hij of zij iemand verzorgt die een indicatie heeft voor -zorg thuis. Voorwaarden zijn:
- Het gaat om zorg die zes maanden of langer duurt;
- De patiënt heeft een indicatie van het CIZ;
- In de indicatie staat dat er sprake is van mantelzorg.
Als aan de voorwaarden wordt voldaan (en dat blijkt uit de indicatie die afgegeven is door het CIZ) , dan krijgt u in het najaar een brief van de Sociale Verzekeringsbank waarin u kunt aangeven aan wie u het mantelzorgcompliment wilt geven. Misschien wordt in 2008 deze tegemoetkoming uitgebreid voor mantelzorgers van mensen die via de Wmo hulp krijgen.
naar bovenPalliatieve zorg in ziekenhuizen wordt door de zorgverzekeraar gefinancierd. Via de basisverzekering is men hiervoor verzekerd. Wel heeft iedereen een van €150 voor de basisverzekering.
naar bovenDe meeste hospices en Bijna-Thuis-Huizen hebben specifieke toelatingseisen. Hierbij wordt uitgegaan van de verwachte zorgduur en de complexiteit van de zorg. Voor opname in een hospice of Bijna-Thuis-Huis is vaak een indicatie door het verplicht.
De verschillende diensten en producten (huisartsenzorg, geneesmiddelen) worden betaald uit de normale vergoedingen van zorgverzekeraars. De inzet van thuiszorg wordt vergoed via de AWBZ. De kosten van huisvesting worden gefinancierd door bijdragen van liefdadigheidsinstellingen, sponsors, donateurs en/of gemeenten. Zorgverzekeraars vergoeden deze kosten meestal niet. Sommige zorgverzekeraars bieden in aanvullende pakketten een vergoeding van eventuele eigen bijdragen. Overleg hierover met de zorgverzekeraar.
naar bovenWanneer u thuiszorg krijgt of opgenomen bent in een verzorgingshuis of verpleeghuis, bent u een eigen bijdrage verschuldigd. Dit geldt soms ook voor opname in een Bijna-Thuis-Huis of hospice. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en de leeftijd. Voor de thuiszorg zijn tevens de samenstelling van het huishouden en het aantal uren zorg per week van invloed op de hoogte van de eigen bijdrage. Voor de uitleen van verpleegartikelen of advies, instructie en voorlichting geldt geen eigen bijdrage.
Op de website van het Centraal Adminstratiekantoor (CAK) kunt u uw eigen bijdrage berekenen of een brochure downloaden over de eigen bijdrage.
naar bovenHoge kosten voor ziekte of overlijden kunt u in bepaalde gevallen als ‘buitengewone uitgaven’ aftrekken op uw belastingaangifte. Alle ‘medische’ uitgaven zijn in principe aftrekbaar. Niet aftrekbaar zijn uitgaven waarvoor men recht heeft op een vergoeding. Bijvoorbeeld van de zorgverzekeraar of via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Alleen kosten die in het betreffende aangiftejaar zijn betaald, kunt u aftrekken.
De uitgaven moeten aannemelijk gemaakt kunnen worden (bonnen, kwitanties, rekeningen, bank- of giroafschriften en dergelijke). De uitgaven mogen niet worden afgetrokken wanneer daar een besparing op normale kosten van levensonderhoud tegenover staat (bijvoorbeeld opname in een instelling wordt verminderd met de besparing op de kosten van huisvesting en voeding thuis).
Aftrekbaar zijn onder voorwaarden de volgende uitgaven:
- medicijnen;
- verpleeginrichting, verzorgingshuis;
- eigen bijdragen;
- dieet op doktersvoorschrift;
- extra hulp bij het huishouden;
- hulpmiddelen;
- kleding en beddengoed;
- medische hulp;
- vervoer (ook ziekenbezoek).
Alleen de uitgaven die boven een drempelbedrag uitkomen, zijn aftrekbaar. Hoe hoog de drempel is, hangt af van het . Buitengewone uitgaven worden opgegeven via de belastingaangifte. Als men inkomstenbelasting betaalt en aftrekposten heeft, kan men de kosten voor buitengewone uitgaven ook maandelijks terugkrijgen.
Voor meer informatie over aftrek buitengewone uitgaven wordt verwezen naar de brochure ‘Buitengewone uitgaven’ van de belastingdienst. Voor eventuele vragen kan men (gratis) bellen naar de belastingtelefoon 0800 – 0543. Via internet is de belastingdienst te raadplegen.
Voor specifieke informatie kan men terecht bij de eenheid van de belastingdienst waaronder men valt.
Vanaf 2009 (dus voor de belastingaangifte van 2008) is er een aantal veranderingen te verwachten op het gebied van de buitengewone uitgaven. Hierover kunt u meer lezen op de site van Mezzo.
naar bovenLaatste wijziging: 3 april 2008