Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Prenatale screening

Tijdens de zwangerschap krijgt u drie screeningsonderzoeken aangeboden. De onderzoeken kunnen uitwijzen of er een verhoogd risico is op een aangeboren afwijking of aandoening. Als u meer hierover wilt weten, spreekt uw verloskundige of gynaecoloog de verschillende onderzoeken met u door. Vervolgens kunt u zelf aangeven of u de onderzoeken wel of niet wilt ondergaan.

Bloedonderzoek als onderdeel van prenatale screening

Al in het begin van de zwangerschap kunt u een bloedonderzoek laten doen. Het laboratorium onderzoekt het bloed op:

  • Bloedgroep en antistoffen
    Als u een andere bloedgroep hebt dan uw kind, maakt het lichaam soms antistoffen aan tegen het bloed van het kind. Dit is gevaarlijk voor het kind. Het laboratorium gaat na of er dergelijke antistoffen in uw bloed zitten.
  • Rhesusfactor
    De rhesusfactor is een kenmerk van het bloed: het is rhesus-positief of rhesus-negatief. Als uw bloed negatief is, en dat van uw kind positief, maakt uw lichaam ook antistoffen aan.
  • Infectieziekten
    Het laboratorium kan in uw bloed zien of u syfilis of hepatitis B hebt of met hiv bent besmet. Deze ziekten kunt u overdragen op uw kind.

Als de uitslag tijdig bekend is, kan uw verloskundige of gynaecoloog een behandeling starten. Zo kan die ervoor zorgen dat uw kind toch gezond ter wereld komt. Het bloedonderzoek wordt betaald door de overheid. U hebt dus geen extra kosten.

Lees meer over bloedonderzoek bij zwangeren.

Screening op Downsyndroom, Edwardssyndroom en Patausyndroom

Het Edwardssyndroom en Patausyndroom zijn zeer ernstige aandoeningen. De meeste kinderen overlijden voor of rond de geboorte. Kinderen met het Downsyndroom hebben een verstandelijke beperking. Met de volgende testen kan worden onderzocht of uw kindje een verhoogd risico op deze syndromen heeft:

  • NIPT

    NIPT staat voor Niet-Invasieve Prenatale Test. Hiervoor wordt een beetje bloed bij u afgenomen. Het laboratorium onderzoekt het DNA. Iedere zwangere vrouw mag een NIPT of een combinatietest laten doen. De uitslag van de NIPT is nauwkeuriger dan die van de combinatietest. Die werd voorheen altijd als eerste screeningstest aangeboden. Pas als de combinatietest een verhoogd risico aangaf of bij een medische indicatie werd een NIPT gedaan. Maar sinds 1 april 2017 mag iedere zwangere vrouw die dat wil direct een NIPT laten doen. Dit is in het kader van een wetenschappelijk onderzoek.
    Als u hierover meer wilt weten, geeft de verloskundige of gynaecoloog u alle informatie over de NIPT en kan die u aanmelden voor de test. Voor de NIPT betaalt u een eigen bijdrage. Op de website van het RIVM vindt u alle informatie over de kosten van prenatale screening.

    Lees meer over de NIPT.

  • Combinatietest
    Deze screening bestaat uit een bloedonderzoek en een nekplooimeting. Samen vormen deze onderzoeken de combinatietest.
    • Bloedonderzoek
      In het begin van de zwangerschap wordt een beetje bloed bij u afgenomen. Het laboratorium onderzoekt het bloed op de aanwezigheid van twee stoffen: hCG en PAPP-A.
    • Nekplooimeting
      Aan het begin van de zwangerschap wordt een echo gemaakt. De verloskundige meet de dikte van de nekplooi van het kind. Hoe dikker deze is, hoe groter de kans dat het kind een van de syndromen heeft.

De combinatietest moet u zelf betalen, tenzij er een medische indicatie is. Bijvoorbeeld als u eerder een kind met Downsyndroom hebt gehad. Misschien kunt u een vergoeding krijgen vanuit de aanvullende verzekering. Vraag dit na bij uw zorgverzekeraar.

Lees meer over de combinatietest.
Lees over het verschil tussen NIPT en combinatietest.

U kiest zelf of u de screening laat doen. Dit kan een lastige keuze zijn. De Keuzehulp Bewust kiezen kan u helpen bij het maken van een keuze.

Als uit de NIPT of de combinatietest blijkt dat er een verhoogd risico is, kunt u vervolgonderzoek laten doen. Dit heet ook wel prenatale diagnostiek.

20-wekenecho

Halverwege de zwangerschap kan de verloskundige of gynaecoloog opnieuw een echo maken. Dit is de 20-wekenecho. Met behulp van geluidsgolven wordt de foetus zichtbaar op een beeldscherm. Lichamelijke afwijkingen als een open rug zijn goed te zien op de echo.

De echo wordt volledig vergoed door uw zorgverzekering. Hij valt ook niet onder het eigen risico. U hebt dus geen extra kosten.

Lees meer over de 20-wekenecho.

U kiest zelf of u de echo laat maken. Dit kan een lastige keuze zijn. De Keuzehulp Bewust kiezen kan u helpen bij het maken van een keuze.

Richtlijnen voor goede zorg bij prenatale screening

Professionele richtlijnen (medische vaktaal)

Keuzehulp prenatale testen

Er zijn testen om te bepalen hoe groot de kans is dat uw ongeboren baby het syndroom van Down heeft, of een andere chromosoomafwijking. U bepaalt zelf of u een test wilt doen. In deze keuzehulp krijgt u informatie over de testen. De keuzehulp kunt u gebruiken om het gesprek met uw arts of verloskundige voor te bereiden. U kunt dan in overleg met uw arts of verloskundige een keuze maken die bij u past.

Ga naar de keuzehulp prenatale testen.

Keuzehulp bewust kiezen

Het kiezen voor wel of geen prenatale screening kan lastig zijn. De keuze die u maakt moet passen bij uw eigen gevoel en levensopvatting. De vragen in deze keuzehulp kunnen u helpen om hierover na te denken. U kunt de vragen ook gebruiken om het gesprek met uw arts of verloskundige voor te bereiden.

Ga naar de keuzehulp Bewust kiezen.

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 08 mei 2018.

Deel deze pagina via: