Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Beroerte

Belangrijke thema's bij Beroerte:

De meest voorkomende verschijnselen van een beroerte zijn:

  • Een scheve mond.
    Eén mondhoek hangt plotseling naar beneden.
  • Verwarde spraak.
    Iemand praat ineens warrig of onduidelijk.
  • Verlamde arm.
    Iemand kan zijn arm niet goed of helemaal niet meer bewegen.
  • De verschijnselen ontstaan heel plotseling.

Andere mogelijke signalen van een beroerte zijn:

  • Een been niet goed of helemaal niet meer kunnen bewegen.
  • Problemen met zien. Iemand ziet bijvoorbeeld nog maar de helft, ziet dubbel of is blind aan één oog.
  • Duizeligheid of verstoord evenwicht.
  • Heftige hoofdpijn.

Een beroerte komt altijd onverwachts. De klachten zijn er ineens. Ze heten ook wel uitvalsverschijnselen. Ze ontstaan doordat de hersenen plotseling niet meer goed werken.

Schakel direct hulp in! Bel 112.
Behandeling is direct nodig. Bel 1-1-2 om een ambulance te laten komen. Ga niet zelf naar het ziekenhuis!

Lees hoe u een beroerte kunt herkennen.

Lees meer over spoedzorg.

Verberg

Ook wel: Cerebro Vasculair Accident (CVA)

Een beroerte is een verzamelnaam voor 2 aandoeningen:

  • Herseninfarct
    Een bloedvat in de hersenen raakt verstopt door een bloedprop. Daardoor kan het bloed niet meer goed doorstromen. De hersenen krijgen niet meer genoeg zuurstof. Ze raken daardoor beschadigd.
  • Hersenbloeding
    Een bloedvat in de hersenen knapt open. Daardoor stroomt er bloed in de hersenen. Er komt veel druk op de hersenen te staan. Ze raken dan beschadigd.

Een herseninfarct en een hersenbloeding hebben ongeveer dezelfde gevolgen. Een herseninfarct komt veel vaker voor dan een hersenbloeding.

Een TIA (Transient Ischemic Attack) is een voorbijgaande beroerte. Net als bij een herseninfarct raakt een bloedvat verstopt door een bloedprop. Maar de verstopping is tijdelijk. De bloedprop lost vanzelf weer op.

Schakel direct hulp in! Bel 112
Bij uitvalsverschijnselen is niet direct duidelijk of het een beroerte of een TIA is. De verschijnselen zijn hetzelfde. Maar bij een TIA zijn ze snel weer verdwenen. Vaak al na een paar minuten. In ieder geval binnen 24 uur. Een TIA heeft geen blijvende gevolgen.

Een TIA is wel een teken dat u een herseninfarct kunt krijgen. Bent u niet naar het ziekenhuis gebracht? Dan is het belangrijk dat u direct contact opneemt met uw huisarts. Die stuurt u binnen een werkdag naar de TIA-service in het ziekenhuis. Daar krijgt u op één dag alle nodige onderzoeken en uitslagen. Snel starten met de behandeling verkleint de kans op een herseninfarct.

Lees meer over TIA.

Lees meer over de behandeling na een TIA.

Verberg

Bij een herseninfarct komt er een bloedpropje in de hersenen terecht. Dit sluit een bloedvat in de hersenen af. Het propje is meestal een stukje bloedstolsel dat losschiet uit een vernauwde halsslagader. Maar het kan ook ontstaan door hartritmestoornissen (boezemfibrilleren). Daardoor kan een bloedstolseltje vanuit het hart in de bloedbaan terechtkomen. Het wordt meegevoerd naar de hersenen. En daar komt het vast te zitten.

Maar meestal komt het bloedpropje uit een vernauwde halsslagader. Door die halsslagader stroomt bloed naar de hersenen. In de loop van het leven kan de halsslagader steeds nauwer worden. Er hopen zich allerlei stoffen op. Zoals vetdeeltjes (cholesterol). Ook kan er een bloedstolsel ontstaan. Soms schiet een stukje van zo’n bloedstolsel los. Dat wordt dan door het bloed meegevoerd. Verderop, in een kleiner bloedvat, blijft het steken.

Het nauwer worden van de slagaderen heet slagaderverkalking (atherosclerose). Iedereen krijgt er bij het ouder worden mee te maken. Het is een natuurlijk proces. Maar bij sommige mensen verloopt het proces sneller dan bij anderen. Dat komt vaak door risicofactoren die samenhangen met een ongezonde leefstijl.

De kans op een herseninfarct neemt bijvoorbeeld toe door:

  • Roken.
  • Hoge bloeddruk.
  • Hoog cholesterol.
  • Overgewicht.
  • Ongezonde voeding.
  • Weinig bewegen.
  • Stress.
  • Diabetes.

Na een herseninfarct brengt uw arts de risicofactoren in kaart. Samen bekijkt u of u het risico kleiner kunt maken. Bijvoorbeeld door te stoppen met roken of meer te gaan bewegen. Dit helpt om een nieuw herseninfarct te voorkomen. Gezonder leven helpt ook om nieuwe vernauwingen in de bloedvaten te voorkomen.

Bij een hersenbloeding lekt er bloed uit een bloedvat in de hersenen. De oorzaak is meestal een zwakke plek in een bloedvat. Die zit er soms al jaren.

Met de leeftijd worden de bloedvaten steeds minder elastisch. Daardoor scheuren ze makkelijker. Het risico op een hersenbloeding neemt toe door hoge bloeddruk. Er staat dan steeds veel druk op de wanden van het bloedvat. Er zijn ook nog andere risicofactoren. Zoals hoog cholesterol, diabetes en roken. Die maken de vaatwand nog zwakker.

Op de zwakke plek kan ook een uitstulping (aneurysma) ontstaan. In die uitstulping hoopt het bloed zich op. Uiteindelijk wordt de druk te groot en barst het aneurysma open.

Verberg

Met de verschijnselen van een beroerte moet u meteen naar het ziekenhuis. Bel 1-1-2. In het ziekenhuis wordt onderzocht of u een herseninfarct of een hersenbloeding hebt. Dat is aan de buitenkant niet te zien. De arts moet eerst weten wat er aan de hand is. Dan pas kan hij starten met de behandeling.

De arts maakt een CT-scan of een MRI-scan. Daarmee krijgt hij een goed beeld van de hersenen en de bloedvaten in de hersenen. Misschien krijgt u voor dit onderzoek contrastvloeistof ingespoten. Dat maakt de bloedvaten beter zichtbaar.

Verberg

Bij de behandeling zijn er 3 verschillende fasen:

  • Fase 1: Acute fase
    In eerste instantie richt de behandeling zich op het voorkomen van nog meer schade aan de hersenen.
  • Fase 2: Herstelfase
    Daarna gaat het om herstel, of in ieder geval het verbeteren van uw situatie. Revalideren kan in een ziekenhuis of revalidatiecentrum. Maar ook vanuit huis of in een verpleeghuis.
  • Fase 3: Chronische fase
    Sommige gevolgen zijn blijvend. Het is dan noodzakelijk dat u hiermee leert omgaan. Dat leert u tijdens de revalidatie.

Soms moet u voor de behandeling tijdelijk naar een ander ziekenhuis. Dat is dan gespecialiseerd in de behandeling die u nodig hebt. Ziekenhuizen hebben daar samen goede afspraken over gemaakt. U wordt met een speciale ambulance overgeplaatst. Eén of twee dagen na de behandeling gaat u weer terug naar uw eigen ziekenhuis.

U krijgt te maken met verschillende hulpverleners. Daarom krijgt u één vast aanspreekpunt. Dit is de centrale zorgverlener. Die houdt contact met andere zorgverleners en helpt bij het regelen van alle zorg. De centrale zorgverlener kan per fase verschillen. Het kan bijvoorbeeld een gespecialiseerde verpleegkundige zijn. Of de huisarts of wijkverpleegkundige. Dat hangt af van waar u woont of revalideert.

Verberg

Behandeling is direct nodig. Bel altijd direct 1-1-2 bij het vermoeden van een beroerte. Door snel in te grijpen kan verdere schade aan de hersenen worden voorkomen. Deze fase van de behandeling heet ook wel de acute fase.

De arts wil het bloedpropje zo snel mogelijk weghalen. Dan krijgen de hersenen weer zuurstof. Dat is erg belangrijk. Anders raken de hersenen nog verder beschadigd. En uiteindelijk sterven ze af.

Er zijn twee spoedbehandelingen mogelijk:

Deze behandeling heet trombolyse. U krijgt medicijnen die het bloedstolsel oplossen. Die krijgt u via een infuus. De behandeling moet binnen 4,5 uur na de eerste verschijnselen beginnen.

Deze behandeling heet IAT (intra-arteriële trombectomie). De arts brengt een slangetje (katheter) naar binnen via de lies. Dat schuift hij via de slagaderen door tot aan het verstopte bloedvat in de hersenen. Via het slangetje haalt hij het bloedpropje weg. Soms moet u voor de IAT-behandeling tijdelijk naar een gespecialiseerd ziekenhuis. Ziekenhuizen hebben daar samen goede afspraken over gemaakt. U wordt met een speciale ambulance overgebracht. Eén of twee dagen na de behandeling gaat u weer terug naar uw eigen ziekenhuis.

Een hersenbloeding is vaak niet goed te behandelen. Bij een aneurysma (uitstulping in het bloedvat) is soms wel een medische ingreep mogelijk. De arts probeert dan het aneurysma te dichten. Dat kan op 2 verschillende manieren.

Coils zijn dunne draadjes in de vorm van een spiraal. Via een slangetje (katheter) brengt de arts ze naar binnen. Hij vult het aneurysma ermee op. Daardoor kan er geen bloed meer in de uitstulping komen. Tijdens de ingreep bent u onder narcose.

De arts knijpt het aneurysma dicht met een klemmetje (clip). Dit gebeurt tijdens een operatie. De arts maakt dan eerst een luikje in uw schedel. Tijdens de ingreep bent u onder narcose.

Verberg

Pas na de acute fase wordt duidelijk wat de gevolgen van de beroerte zijn. Die verschillen van persoon tot persoon. Het hangt ook af van welk deel van de hersenen beschadigd is. Het beschadigde deel kan zijn taak niet goed meer uitoefenen. Of helemaal niet meer.

Niet iedereen krijgt dus met dezelfde klachten te maken. Ook zijn de klachten niet bij iedereen even erg. Mogelijke gevolgen van een beroerte zijn:

  • Lichamelijke problemen, zoals moeite met lopen of slecht zien.
  • Problemen met het denken, zoals moeite met aandacht en concentratie. Vermoeidheid en geheugenstoornissen komen veel voor. Ook communiceren gaat soms lastig, bijvoorbeeld omdat u de taal niet goed meer begrijpt.
  • Problemen in emoties en gedrag. U bent bijvoorbeeld snel geprikkeld of boos.
  • Psychische problemen. Hersenschade kan bijvoorbeeld leiden tot wisselende stemmingen, angsten of waanideeën.
Verberg

Na de acute fase richt de behandeling zich op het omgaan met de gevolgen.

In het eerste jaar kunnen de klachten nog wel minder worden. U zit dan in de herstelfase. Veel mensen gaan revalideren. Dit kan in een revalidatiecentrum. Maar ook vanuit uw eigen huis of in een verpleeghuis. Uw zorgverleners helpen u om weer zo zelfstandig mogelijk te worden.

Lees meer over herstel na een herseninfarct.

Lees meer over herstel na een hersenbloeding.

Lees meer over revalidatie na een beroerte.

Na een tijdje komt u in de chronische fase. De klachten die u dan nog hebt, verdwijnen niet meer. U moet er mee leren leven. Daar krijgt u hulp bij. Uw zorgverleners helpen u om zo goed mogelijk met de klachten om te gaan.

U kunt ook problemen hebben zonder dat u het merkt. U hebt er zelf niet per se last van. Maar uw omgeving merkt het wel. Bijvoorbeeld:

  • Als de linkerkant van uw gezichtsveld is uitgevallen, ziet u alleen nog de  rechterhelft. U eet bijvoorbeeld alleen op wat rechts op uw bord ligt. En niet wat links ligt.
  • U kunt last hebben van afasie. Dat is een taalstoornis. Er bestaat een vorm (Wernicke afasie) waarbij iemand in onbegrijpelijke zinnen spreekt. Maar wel een normale zinsmelodie. Het gaat gepaard met spraakdwang. Dit is een sterke neiging om maar door te praten. U houdt geen rekening met de ander. Die begrijpt u niet. Maar ook dat hebt u niet in de gaten. Het leidt vaak tot grote frustratie in de communicatie. Want met uw intelligentie is niets mis.  Alleen de woorden komen er niet goed uit.
  • Uw gedrag en karakter kunnen veranderen. Van een actief iemand kunt u passief worden. Maar u hebt niet door dat u geen enkel initiatief meer neemt.

Ook uw naasten moeten leren omgaan met de gevolgen van een beroerte.

Lees meer over het omgaan met blijvende gevolgen.

Verberg

Na een herseninfarct krijgt u bloedverdunners. Deze medicijnen zorgen ervoor dat er geen nieuwe bloedprop kan ontstaan. Zo nodig krijgt u ook medicijnen tegen hoge bloeddruk, hoog cholesterol en diabetes. Die helpen ook om een nieuw herseninfarct te voorkomen. U moet de medicijnen de rest van uw leven gebruiken.

De arts onderzoekt ook wat de oorzaak van het infarct is. Bij veel mensen is de oorzaak een vernauwde halsslagader. Bij een ernstige vernauwing is misschien een operatie of dotterbehandeling nodig.

Lees meer over vernauwing van de halsslagader.

Door een ongezonde leefstijl neemt het risico op een beroerte toe. Uw arts bekijkt of er aanpassingen in uw leefstijl mogelijk zijn. Bijvoorbeeld meer bewegen of stoppen met roken. Volg de adviezen van uw arts op.

Lees meer over gezond leven.

Na een hersenbloeding krijgt u medicijnen om de bloeddruk te verlagen. Daardoor komt er minder druk op de bloedvaten te staan. Deze medicijnen moet u de rest van uw leven gebruiken. Als het nodig is, krijgt u ook medicijnen tegen diabetes.

De arts onderzoek wat de oorzaak van de hersenbloeding is. Soms is een medische ingreep mogelijk. De arts kan de zwakke plek dan repareren.

Door een ongezonde leefstijl neemt het risico op een beroerte toe. Uw arts bekijkt of er aanpassingen in uw leefstijl mogelijk zijn. Bijvoorbeeld meer bewegen of stoppen met roken. Volg de adviezen van uw arts op.

Lees meer over gezond leven.

Verberg

Een beroerte kan ingrijpende gevolgen hebben. Allereerst is er natuurlijk de schok van wat u is overkomen. Het kost tijd om dit te accepteren en te verwerken. Eventueel kunt u contact zoeken met lotgenoten. Die kunt u bijvoorbeeld ontmoeten via de patiëntenvereniging.

Probeer het risico op een nieuwe beroerte te verlagen. Uw arts geeft u hiervoor medicijnen en adviezen. Gebruik de medicijnen volgens voorschrift. En volg de adviezen zo goed mogelijk op.

Veel mensen blijven last houden van problemen. Bijvoorbeeld vermoeidheid en moeite met concentreren. Zorg dan voor duidelijke structuur en regelmaat. Dat helpt. Gebruik bij geheugenproblemen een kalender en agenda. Geef spullen een vaste plek. Maak een vaste dagindeling. Eventueel kunt u ook een speciaal revalidatieprogramma volgen. Dit heet cognitieve revalidatie.

Lees meer over het leren omgaan met de gevolgen van een beroerte.

Lees meer over vermoeidheid.

Verberg

Een beroerte heeft ook gevolgen voor de mensen in uw naaste omgeving. Ook voor hen ziet het dagelijks leven er opeens heel anders uit.

Iemand kan na een beroerte sterk veranderen in karakter en gedrag. Voor naasten is dit vaak moeilijk. Er zijn hulpverleners die naasten kunnen begeleiden in het leren omgaan met de nieuwe situatie. Ook kan het zinvol zijn om contact te zoeken met mensen in dezelfde situatie. Bijvoorbeeld via de patiëntenvereniging.  

Lees meer over het omgaan met iemand die een beroerte heeft gehad.

Lees meer over de gevolgen voor partners.

Verberg

Behandelkeuzehulp CVA: welke behandeling voor arm-handfunctie?

Na een beroerte (CVA) kunt u problemen krijgen met gevoel, beweging en kracht in arm en hand. Dit heet de arm-handfunctie. De fysiotherapeut of ergotherapeut kan een behandeling geven om de arm-handfunctie weer te verbeteren. Maar welke behandeling past bij u? Deze informatie van Thuisarts.nl kan u helpen om een keuze te maken.

Naar de behandelkeuzehulp CVA: welke behandeling voor arm-handfunctie?

Behandelkeuzehulp CVA: welke behandeling voor lopen?

Na een beroerte (CVA) kunt u problemen krijgen met lopen. In deze behandelkeuzehulp vindt u informatie over de mogelijke behandelingen. U kunt deze informatie bespreken met uw arts of therapeut. Samen kiest u de behandeling die het beste bij u past.

Naar de behandelkeuzehulp CVA: welke behandeling voor lopen?

Zoek contact met lotgenoten

Bron: Hartstichting

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 28 augustus 2017.

Deel deze pagina via: