Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Bronchopulmonale dysplasie

Belangrijke thema's bij Bronchopulmonale dysplasie:

Ook wel: BPD

Bronchopulmonale dysplasie is een chronische longziekte die kan ontstaan bij te vroeg geboren kinderen. Hun longen zijn nog niet goed ontwikkeld. Dat is vooral een probleem bij een geboorte voor de 33e week van de zwangerschap. Het kindje kan dan niet goed zelf ademen. Het krijgt niet voldoende zuurstof binnen.

Daarom krijgt de baby extra zuurstof of kunstmatige beademing. Dat is nodig om het kindje in leven te houden. Maar helaas kunnen de longen door die behandeling beschadigd raken. Dan ontstaat bronchopulmonale dysplasie. Er zijn twee vormen. De indeling heeft te maken met hoeveel weken een kindje te vroeg geboren is:

  • Klassieke BPD
    Hierbij zijn de longen bijna volledig gevormd en raken ze beschadigd door hulp bij het ademen.
  • Nieuwe BPD
    Hierbij zijn de longen nog zeer onrijp. Hierdoor zijn ze nog gevoeliger voor het ontstaan van schade door hulp bij het ademen.
Verberg

Er is nog veel onduidelijk over BPD. In ieder geval spelen de volgende zaken een rol bij het ontstaan van de ziekte:

  • Klassieke BPD: het kindje krijgt hulp bij de ademhaling. Daardoor kan schade aan de longen ontstaan. De kans daarop is groter als het kindje lange tijd extra zuurstof nodig heeft.
  • Nieuwe BPD: de longen zijn heel onderontwikkeld. Ze zijn nog lang niet rijp en daardoor is de kans op ontstaan van schade bij behandelen met extra zuurstof nog groter.

Maar niet alle vroeggeboren kinderen die hulp bij de ademhaling krijgen, krijgen ook BPD. Het is niet bekend waarom de ene baby wel BPD krijgt, en de andere niet. Maar hoe vroeger het kindje geboren wordt, hoe meer kans op problemen.

Verberg

Na de geboorte blijft uw te vroeg geboren kindje in het ziekenhuis. Het wordt behandeld door een neonatoloog. Dit is een kinderarts die zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van te vroeg geboren baby’s.

De neonatoloog zorgt ervoor dat het kindje hulp krijgt bij de ademhaling. Het krijgt ook medicijnen en sondevoeding. Het verschilt per kind welke behandeling het meest geschikt is. Dat hangt bijvoorbeeld af van hoeveel weken te vroeg de baby geboren is. Het gaat om een behandeling op maat. De neonatoloog probeert schade aan de longen zoveel mogelijk te voorkomen.

Als een baby na de geboorte niet goed kan ademen, is dat te merken aan:

  • Een snelle of piepende ademhaling.
  • Kreunen.
  • Hoesten.
  • Blauwe lippen.
  • Slecht drinken.
  • Vocht vasthouden. Het kindje plast dan weinig.

Doordat ademen zo moeilijk gaat, krijgt de baby in het begin misschien niet genoeg zuurstof. Daardoor kan schade aan de hersenen ontstaan. Dit kan tot nieuwe problemen leiden. Bijvoorbeeld slechtziendheid of bewegingsstoornissen. In het ergste geval kan het kind geestelijk of lichamelijk gehandicapt raken of zelfs overlijden. Daarom is behandeling noodzakelijk. Het kindje krijgt hulp bij de ademhaling.

De ademhaling kan op verschillende manieren ondersteund worden:

  • Het kindje krijgt extra zuurstof via een mondkapje of een slangetje in de neus (CPAP).
  • Een slangetje onder de neus is ook mogelijk. Dat blaast steeds lucht in de neusgaten. Zo’n slangetje heet een zuurstofsnor. Het kindje hoeft dan zelf niet zo diep in te ademen.
  • Soms is het genoeg om wat extra zuurstof in de couveuse te blazen.
  • Soms moet een kindje aan de beademing. Een beademingstoestel regelt dan de ademhaling. Hierbij gaat er een slangetje in de luchtpijp.

Het is belangrijk dat de baby niet te weinig, maar ook niet te veel zuurstof binnenkrijgt. Dat is allebei schadelijk. Daarom wordt steeds gemeten hoeveel zuurstof er in het bloed zit. Dit gebeurt met een speciale meter. Die zit meestal aan het voetje vast.

Hoe korter hulp bij het ademen duurt, hoe beter. Er is dan minder kans op schade aan de longen.

Lees meer over ademhalingsondersteuning.

Verberg

Een vrouw die te vroeg gaat bevallen, krijgt injecties met glucocorticosteroïden. Want deze medicijnen zorgen ervoor dat de longen van de baby zich sneller ontwikkelen. En hoe sterker de longen zijn bij geboorte, hoe korter hulp nodig is bij het ademen. Op die manier is BPD soms te voorkomen.

Verberg

Na verloop van tijd heeft een kindje met BPD geen hulp meer nodig bij het ademen. Maar er blijven klachten bestaan. Bijvoorbeeld benauwdheid, een piepende ademhaling en luchtweginfecties. Het verschilt per kind hoe ernstig de klachten zijn. En hoe lang ze duren. Veel kinderen groeien na een paar jaar over hun longklachten heen. Maar sommigen blijven er de rest van hun leven last van houden.

Bekijk een filmpje over BPD.

Verberg

In de 36e week probeert de neonatoloog de hulp bij de ademhaling af te bouwen. De behandeling duurt dan al vier weken of langer. Als het afbouwen niet of niet helemaal lukt, is sprake van BPD.

De neonatoloog maakt dan een röntgenfoto van de longen. Daarop is goed te zien of er schade is en hoeveel. De arts stelt vast hoe erg de BPD is. Hoe meer extra zuurstof nodig is geweest, hoe erger de BPD.

Soms helpen medicijnen om de klachten verminderen. Ook is het belangrijk dat uw kindje voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.

Er zijn verschillende soorten medicijnen. Het verschilt per kind en per situatie welke het meest geschikt zijn. Een paar voorbeelden:

  • Sommige kinderen krijgen glucocorticosteroïden. Deze ontstekingsremmers helpen om de longen van de pasgeboren baby sneller te laten rijpen.
  • Een ander medicijn dat regelmatig wordt voorgeschreven is surfactant. Dit houdt de longblaasjes open tijdens het ademen.
  • Luchtwegverwijders kunnen helpen bij benauwdheid.
  • Als een kindje te veel vocht vasthoudt, worden soms plasmedicijnen voorgeschreven. Die zorgen voor een betere afvoer van vocht.

Het is belangrijk dat uw kindje goed groeit. De longen groeien dan ook en worden sterker. Daardoor nemen de klachten af. Daarom geeft het ziekenhuis soms extra eiwitten en suikers. Vaak gaat dit via een sonde, omdat eten nog erg vermoeiend is voor de baby. Een sonde is een slangetje dat via de neus naar de maag loopt.

Lees meer over sondevoeding.

Verberg

Kinderen met BPD moeten vaak lang in het ziekenhuis blijven. Dit kan weken tot maanden duren. Als uw kindje naar huis mag, krijgt u eerst een uitgebreide uitleg. Wat moet u wel en niet doen? Hoe moet u de medicijnen toedienen? Misschien heeft uw kindje nog steeds hulp nodig bij de ademhaling. Misschien krijgt het nog sondevoeding. Een verpleegkundige vertelt u hoe alles werkt. Een zeer belangrijke regel is dat er in uw huis niet gerookt mag worden!

U krijgt ook een vaste contactpersoon. Die kunt u altijd bellen bij vragen of twijfels.

Lees meer over naar huis gaan met zuurstof.

Lees meer over naar huis gaan met een sonde.

Verberg

Bij kinderen met BPD blijven de longen vaak een zwakke plek. Ze hebben bijvoorbeeld snel last van benauwdheid en een piepende ademhaling. Ook zijn ze gevoelig voor infecties in de longen. Ze zijn vaak verkouden en krijgen al snel bronchitis of een longontsteking. Bij veel kinderen worden de klachten na een paar jaar minder. Maar sommigen blijven er de rest van hun leven last van houden.

De ademhaling kost veel energie. Daardoor ontwikkelen kinderen met BPD zich vaak trager dan andere kinderen. Ze zijn bijvoorbeeld later met kruipen en lopen. Ook zijn ze snel moe. Er is minder energie voor de groei. Daarom zijn kinderen met BPD vaak klein en tenger.

Verder is het lastig om algemene uitspraken te doen over de toekomst. De vooruitzichten hangen samen met de ernst van de BPD. Misschien zijn er ook andere problemen. Zoals schade aan de hersenen door zuurstofgebrek. Uw kind gaat regelmatig voor controle naar de kinderarts. Als het nodig is, krijgt uw kind aanvullende behandelingen en begeleiding.

Verberg
  • Uw baby is gevoelig voor infecties. Let daarom extra op de hygiëne. Was uw handen voor u het kindje oppakt. Houd verkouden mensen buiten de deur.
  • Sigarettenrook kan de klachten verergeren. Laat niemand roken in uw huis! Kijk ook uit voor fijnstof en andere prikkelende stoffen.
  • Beweging is erg belangrijk voor opgroeiende kinderen. Het is goed voor de longen. Moedig uw kind aan om buiten te spelen en te gaan sporten. Zorg ervoor dat uw kind minstens een uur per dag beweegt.
Verberg

Neokeurmerk

De Kangoeroe is een keurmerk voor afdelingen neonatologie. Het wordt uitgereikt door de Vereniging van Ouders van Couveuzekinderen (VOC). Zij keuren o.a. op medische zorg en oog voor specifieke wensen van ouders. Meestal hebben ouders geen keuze waar hun baby wordt opgenomen. Maar bij overplaatsing soms wel. Dan kan de Kangoeroe een hulpmiddel zijn.

Lees meer over het Neokeurmerk.Neokeurmerk

 

 

Meer weten over BPD?

Bronnen: Patiëntenversie richtlijn BPD, Couveuseouders.nl en Longfonds

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 27 juni 2017.

Deel deze pagina via: