Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

COPD

Belangrijke thema's bij COPD:

De afkorting COPD staat voor Chronic Obstructive Pulmonary Disease (Chronische Obstructieve Long Ziekte). Het is een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem. Door jarenlange ontstekingen in de luchtwegen en de longen gaan de longblaasjes langzaam kapot. Deze beschadiging gaat niet meer weg. Hierdoor nemen de longen minder goed zuurstof op. Daardoor wordt u kortademig. Andere symptomen van COPD zijn hoesten, gewichtsverandering en vermoeidheid.

Dagelijkse dingen worden lastiger. Bijvoorbeeld wassen en aankleden, traplopen of boodschappen doen. Vaak hebt u minder energie. De klachten kunnen erger worden naarmate de ziekte vordert.

Wilt u alle symptomen van COPD weten?

Wilt u weten wat er in uw longen gebeurt bij COPD?

Verberg

De meeste mensen krijgen pas na hun veertigste COPD. Vaak is (mee)roken de oorzaak. Roken of meeroken beschadigt de luchtwegen en de longen. Daardoor kan COPD zich makkelijker ontwikkelen. Mensen die al een tijd gestopt zijn met roken, hebben nog steeds een verhoogd risico op COPD. Dit geldt ook voor mensen die jaren hebben meegerookt.

COPD kan ook ontstaan door andere oorzaken, zoals:

  • Luchtvervuiling.
  • Astma, longontsteking en andere longziekten.
  • Blootstelling aan schadelijke stoffen. Bijvoorbeeld houtstof, lijm en verfdampen. Dit kan komen door werk of hobby.
  • Erfelijke ziekten.

Hoeveel risico loopt u op COPD? Doe hier de test.

Wilt u weten wat andere oorzaken zijn?

Verberg

Uw huisarts of longarts kan vaststellen of u COPD hebt. Dat gebeurt op basis van uw klachten en resultaten van onderzoeken.

  • De huisarts doet een blaastest (spirometrie). Voor verdere longfunctie-onderzoeken verwijst hij u naar een longarts. Bijvoorbeeld voor een looptest of fietstest.
  • De longarts maakt een longfoto.
  • Soms is verder bloedonderzoek nodig. Bijvoorbeeld als u nooit gerookt hebt. Dan is de oorzaak van COPD onduidelijk.

Lees meer over soorten onderzoek bij COPD.

Verberg

De arts start in overleg met u een behandeling. Die behandeling is bedoeld om uw leven met COPD zo normaal mogelijk te houden. Afhankelijk van uw situatie volgt de behandeling een aantal stappen.

U gaat regelmatig op controle bij uw huisarts, longarts of longverpleegkundige. Welke controles u krijgt hangt af van de arts en van de ernst en progressie van uw ziekte.

Dit is veruit de belangrijkste stap voor mensen die roken. Rookprikkels veroorzaken namelijk de ontsteking. Door te stoppen met roken verdwijnt de ontsteking. Ook werken uw medicijnen dan beter.

De behandeling van COPD bestaat meestal uit het innemen van medicijnen via een inhalator. Voor optimale werking is het is belangrijk dat u die op de juiste manier inhaleert. Er zijn helaas geen medicijnen die COPD kunnen genezen. Maar er zijn wel medicijnen waardoor u zich minder kortademig voelt en minder hoest. De medicijnen zorgen ervoor dat uw longfunctie verbetert. Of ten minste niet verslechtert. Ze verkleinen de kans dat uw klachten opeens erger worden.

Welke soorten medicijnen zijn er?

Probeer af te vallen als u te zwaar bent. Als u minder weegt, is traplopen bijvoorbeeld minder zwaar.

Het kan ook zijn dat u juist te weinig weegt. Ademhalen kost namelijk veel energie. Dus u moet genoeg brandstof (calorieën) binnenkrijgen. Soms lukt dat niet alleen met normale maaltijden. U hebt dan bijvoeding nodig. Bijvoorbeeld extra maaltijden en tussendoortjes.

Uw huisarts kijkt of uw gewicht goed is. Als het nodig is, geeft hij voedingsadvies. Of hij kan u naar een diëtist verwijzen.

Het is erg belangrijk dat u met COPD voldoende beweegt. U krijgt dan een betere conditie en sterkere spieren. Zo bent u minder snel moe en herstelt u sneller van bijvoorbeeld verkoudheid of griep.

Bij vergevorderde COPD heeft uw lichaam een tekort aan zuurstof. Hierdoor kunt u kortademig en moe zijn, vooral bij inspanning. Uw arts kan een behandeling met extra zuurstof voorschrijven. Het is belangrijk dat u zich precies aan de voorgeschreven hoeveelheid zuurstof houdt. Als u nog rookt, is het noodzakelijk om daarmee te stoppen. De combinatie roken en behandeling met zuurstof is gevaarlijk. U mag dat nooit tegelijk doen vanwege het risico op brandwonden in het gezicht.

Bestel gratis het boekje: Zuurstof thuis, wat moet ik weten?

Bij longrevalidatie krijgt u lichamelijke oefeningen, zoals fietsen of wandelen op een loopband. U krijgt tips om uw levenswijze aan te passen, zodat u de dingen die u belangrijk vindt weer kunt doen.

Een longarts verwijst u door voor longrevalidatie. U kunt dan terecht in verschillende centra in Nederland. Deze kunt u vinden met de Longrevalidatiezoeker.

Sommige mensen hebben een grote luchtblaas in hun long. Dit heet een longblaas en neemt veel ruimte in beslag. Als de longblaas verdwijnt, krijgt de rest van de long meer ruimte. Daardoor kan de long weer beter werken. De longarts doet deze ingreep via een bronchoscoop. Dat is een flexibel slangetje dat via de mond of neus naar binnen gaat. De arts plaatst klepjes of spiraaltjes (coils) in de luchtwegen. Daardoor loopt de longblaas leeg zonder dat er nieuwe lucht in kan.

Een longblaas kan ook door een chirurg worden verwijderd. Deze ingreep heet een bullectomie. Sommige patiënten hebben geen longblaas, maar een bepaald deel van de long dat beschadigd is. Dan haalt de chirurg dat beschadigde gebied weg. Deze ingreep heet longvolumereductie chirurgie (LVRC).

Een beademingsapparaat ondersteunt uw ademhaling. Deze ondersteuning krijgt u alleen als de longen:

  • Niet genoeg zuurstof aanvoeren.
  • Geen kooldioxide (CO2) afvoeren.

Beademing gaat via een masker op uw neus of mond. De kooldioxide wordt beter afgevoerd en uw longen kunnen beter werken. Vaak draagt u zo’n masker alleen ’s nachts.

Als uw longen te slecht zijn om in leven te blijven, is misschien een longtransplantatie mogelijk. U krijgt dan 1 of 2 donorlongen. De selectie hiervoor is heel streng. Terwijl u op donorlongen wacht, kan uw situatie acuut slechter worden. Dan zijn er verschillende mogelijkheden voor hulp bij het ademen:

In het gaatje gaat een buisje. Dit loopt naar de luchtpijp. Het buisje is aangesloten op een beademingsmachine.

Hierbij worden de zieke longen helemaal omzeild. Via de steunlong komt zuurstof direct in het bloed en gaat kooldioxide eruit. U ademt dus zelf, en kunt blijven bewegen. Dan blijft u beter in conditie om een operatie te ondergaan.

Beademen via een buisje in de keel veroorzaakt last. Daarom wordt u kunstmatig in coma gehouden. Deze toestand heeft een zeker risico. Want als het te lang duurt, loopt uw conditie te snel terug om een operatie aan te kunnen.

Verberg

Uw behandelaars zijn bijvoorbeeld de huisarts, praktijkondersteuner, longarts en longverpleegkundige. De samenwerking tussen dit team van zorgverleners wordt ‘ketenzorg’ genoemd. Het is de bedoeling dat het team samen met u een persoonlijk behandelplan of zorgplan opstelt.

Wat staat er in uw persoonlijk zorgplan?

Verberg

U speelt zelf een grote rol in de behandeling van COPD. Niet alleen uw arts of verpleegkundige is belangrijk in de behandeling. U kunt zelf veel doen om zo goed mogelijk met COPD om te gaan. Hiermee verkleint u de kans dat uw klachten erger worden.

  • Stoppen met roken is altijd beter! Lees in de folder Hulp nodig bij stoppen met roken? hoe zorgverleners u daarbij kunnen helpen.
  • Het is erg belangrijk dat u met COPD voldoende beweegt. U krijgt dan een betere conditie en sterkere spieren. Zo bent u minder snel moe en herstelt sneller van bijvoorbeeld verkoudheid of griep.
  • Eet gezond. Met een goed lichaamsgewicht bent u minder vatbaar voor virussen en bacteriën die uw klachten kunnen verergeren.
  • Worden uw klachten erger? Bespreek dat met uw arts. Hij kan vertellen hoe u een longaanval eerder herkent. U kunt dan zelf actie ondernemen om er iets aan te doen. Daarmee kunt u een opname in het ziekenhuis voorkomen. Lees er alles over in het longaanval actieplan.

  • Gebruik dagelijks uw medicijnen op de juiste manier. Dat kan klachten voorkomen. Vraag uw zorgverlener ieder jaar te controleren of u nog wel op de juiste manier inhaleert.
  • Praat met anderen over uw longziekte. Wie COPD heeft, moet daarmee leren omgaan. Dat is niet altijd makkelijk. COPD is voor iedereen anders. Gevoelens van frustratie, verdriet of somberheid zijn begrijpelijk en heel normaal. Praat met mensen in uw omgeving en vraag hun ondersteuning en begrip.

Wilt u weten wat u zelf kunt doen bij COPD? Lees het in de patiëntenversie van de zorgstandaard COPD. Bestel hier de meest recente PDF of papieren versie.

Verberg

Longfonds

Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met het Longfonds. Het Longfonds is een patiëntenvereniging en werkt intensief samen met veel andere patiëntenorganisaties en gezondheidsfondsen.

Voor advies in een persoonlijk gesprek belt u met de Advieslijn van het Longfonds. Bereikbaar van 9.00 tot 17.00 uur,  t 0900 227 25 96 (€ 0,50 per gesprek , plus uw gebruikelijke belkosten) of via advieslijn@longfonds.nl.

  Longfonds

Longrevalidatiezoeker

Er zijn in Nederland verschillende behandelcentra waar u terecht kunt voor longrevalidatie. Dit zijn vooralsnog de enige beschikbare kwaliteitsgegevens over de behandeling van COPD. Vul uw postcode in en kijk welke drie behandelcentra het dichtst bij u in de buurt zijn. Klik op de naam van een centrum voor meer informatie. Dit kan u helpen om een keuze te maken voor een behandelcentrum.

Zoek contact met lotgenoten

Meer weten over COPD?

Bron: Longfonds

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 25 oktober 2018.

Deel deze pagina via: