Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Diabetes type 1

Belangrijke thema's bij Diabetes type 1:

Ook wel: suikerziekte, voluit diabetes mellitus

Diabetes is een chronische aandoening waardoor er te veel glucose (suiker) in het bloed zit. Daarom werd deze aandoening vroeger ook wel suikerziekte genoemd. Het lichaam zelf kan de bloedsuikerspiegel niet meer binnen de normale grenzen houden.

Er zijn verschillende typen diabetes. Ze hebben verschillende oorzaken en vaak ook een eigen behandeling. Meestal is het duidelijk welke vorm van diabetes iemand heeft. De meeste patiënten (90%) hebben diabetes type 2. En sommige vrouwen ontwikkelen zwangerschapsdiabetes tijdens hun zwangerschap. Deze pagina gaat over diabetes type 1.

Veel meer informatie over diabetes staat op de websites van de Diabetesvereniging Nederland en Thuisarts.nl.

Verberg

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Daarbij valt het afweersysteem eigen cellen aan. In dit geval de cellen in de alvleesklier waar insuline wordt gemaakt. Die heten de eilandjes van Langerhans. Daar ontstaan ontstekingen. Daardoor kan het lichaam zelf geen insuline meer maken. Mensen met diabetes type 1 moeten zichzelf de rest van hun leven insuline toedienen.

Verberg

Er is nog weinig bekend over het ontstaan van diabetes type 1. Maar erfelijkheid kan een kleine rol spelen. Vroeger heette diabetes type 1 ook wel jeugddiabetes, omdat het meestal op jonge leeftijd ontstaat. Maar ook op oudere mensen kunnen diabetes type 1 krijgen.

Lees verder over de oorzaken van diabetes op de website van Diabetesvereniging Nederland.

Verberg

Bij diabetes type 1 kunnen de klachten acuut en vrij heftig beginnen. De volgende symptomen kunnen wijzen op diabetes type 1:

  • Veel dorst (behoefte aan meerdere liters per dag).
  • Erg veel plassen (ook ’s nachts).
  • Afvallen.
  • Moe.
  • In ernstige gevallen kan het lichaam verzuren. Dan voelen mensen zich ziek en misselijk. Hun zweet en adem ruiken naar zoete appels. Vrouwen kunnen vaker last hebben van witte vloed (vaginale afscheiding).
Verberg

Bij diabetes type 1 is de diagnose meestal vrij snel te stellen. Dit kan de huisarts doen door middel van een bloedonderzoek. De glucose wordt twee keer op verschillende dagen nuchter geprikt. Nuchter betekent dat u die dag nog niets hebt gegeten.

Als de huisarts de diagnose heeft gesteld, verwijst hij u door naar het ziekenhuis voor de behandeling. De internist is de hoofdbehandelaar. Een internist is een arts die gespecialiseerd is in de interne organen.  Bij een kind is de hoofdbehandelaar een kinderarts. In bijna alle ziekenhuizen wordt gewerkt met een diabetesteam. Dat bestaat vaak uit de hoofdbehandelaar (internist of kinderarts), een diabetesverpleegkundige, diëtist, (kinder)psycholoog, oogarts en een podotherapeut.

U bent zelf het belangrijkste teamlid! Want u bent de regisseur van uw diabetes. U gaat gemiddeld vier keer per jaar naar het ziekenhuis voor controle. En de rest van het werk moet u zelf doen. Dit heet zelfmanagement.

Diabetes type 1 is niet te genezen. U moet uw hele leven dagelijks insuline spuiten. De meeste mensen spuiten meerdere keren per dag. Dit kan met een insulinepen of met een insulinepomp. Er zijn verschillende soorten insuline. Samen met uw internist bepaalt u wat het beste bij u past.

Het zorgplan is een belangrijk onderdeel van de zorg voor diabetes. Daarin staan alle doelen van uw behandeling beschreven. U stelt het zorgplan samen met uw behandelaar vast. Het is een afspraak tussen u en uw diabetesteam. Er staat niet alleen in wat van u wordt verwacht, maar ook wat u van hen mag verwachten. Door het zorgplan weet iedereen waar hij aan toe is.

Bekijk het Individueel Zorgplan.

Het doel van de behandeling is om zoveel mogelijk ‘normale’ glucosewaarden te bereiken. Dat betekent niet lager dan 4 mmol/l en niet hoger dan 9 mmol/l. Een te hoge glucosewaarde heet hyperglykemie. Een te lage glucosewaarde heet hypoglykemie. Het diabetesteam stelt u in op de juiste hoeveelheid insuline. Dat verschilt per persoon. U gaat regelmatig naar het ziekenhuis voor controle.

Lees meer over hypoglykemie.

Uw zorgverlener zal regelmatig uw bloedglucosewaarden controleren. Daarbij meet hij ook minstens één keer per jaar uw HbA1c. Het HbA1c is een gemiddelde waarde van de bloedglucosespiegel over de afgelopen 2 à 3 maanden. Een goed HbA1c is 53 mmol/mol (voorheen: 7%) of lager. Een goed HbA1c krijgt u niet vanzelf. Daar moet u samen met uw zorgverleners hard voor werken.

Lees meer over HbA1c.

Naast de controles in het ziekenhuis, moet u zelf elke dag uw bloedglucosewaarden meten. Er zijn bloedglucosemeters, vingerprikapparaatjes en teststrips die u thuis kunt gebruiken. Daarmee kunt u zelf bijhouden hoe het met uw bloedglucosewaarden gaat. Als het nodig is, kunt u snel actie ondernemen of een hulpverlener inschakelen.

Verberg

Op de lange termijn kan diabetes onderstaande complicaties geven:

  • Nierfalen (nefropathie).
  • Problemen aan de voet.
  • Zenuwbeschadiging (neuropathie).
  • Gebitsproblemen.
  • Beperkte bewegelijkheid van de gewrichten (cheiroarthropathie).
  • Oogproblemen (retinopathie).
  • Seksualiteitsproblemen.
  • Hart- en vaatproblemen.

Bekijk een overzicht van de complicaties met uitgebreide uitleg.

Regelmatige controles zijn erg belangrijk om te voorkomen dat u last krijgt van complicaties. In de Zorgwijzer van de Diabetesvereniging Nederland (DVN) staat een checklist met welke controles u moet krijgen. En waar deze controles aan moeten voldoen.

Ga naar de Diabetes zorgwijzers en checklists van DVN.

Verberg

Naast het spuiten van de insuline is een gezonde leefstijl erg belangrijk bij diabetes. Dat maakt de kans op complicaties kleiner en houdt de glucosewaarden meer stabiel. Zorg dat u regelmatig beweegt. Een half uur per dag is al voldoende. En eet gezond. Een diëtist kan u hierbij helpen. Want gezonde voeding bij diabetes is soms toch anders dan wat normaalgesproken als gezond wordt beschouwd.

Stop met roken! Diabetes vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Roken maakt die kans nog groter. Ook loopt u een groter risico op andere complicaties. Daarom is het erg belangrijk om te stoppen met roken.

Afvallen, meer bewegen, stoppen met roken. Het is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Het veranderen van uw leefgewoonten is niet eenvoudig. Vindt u het lastig om oude gewoonten te doorbreken? Praat er dan over met uw zorgverlener. Die kan u advies geven of doorsturen, bijvoorbeeld naar een fysiotherapeut voor bewegingsadvies.

U zult merken dat het makkelijker om met diabetes te leven als u er meer over weet. Daarom staat een deel van uw behandeling in het teken van leren. Er zijn veel verschillende manieren om dat te doen. Bijvoorbeeld folders en boeken lezen. Of informatie zoeken op internet. U kunt een cursus doen, of praten met uw diabetesverpleegkundige. Ook kunt u een voorlichtingsavond bezoeken. U beslist samen met uw diabetesteam welke manier het beste bij u past.

Er zijn websites en apps die u kunnen helpen bij het omgaan met diabetes. Vraag uw behandelaar naar de mogelijkheden.

Lees meer over zelfmanagement.

Verberg

Zoek een zorginstelling met de Keuzehulp diabetes kinderen

Diabetesvereniging Nederland en Patiëntenfederatie Nederland hebben een keuzehulp ontwikkeld. Deze Keuzehulp diabetes kinderen is bedoeld als wegwijzer. U kunt eenvoudig aangeven wat u belangrijk vindt. Vervolgens krijgt u advies welke zorginstelling het beste bij uw wensen past. Dit advies kunt u met uw arts bespreken.

Ga naar de Keuzehulp diabetes kinderen

Zoek een zorginstelling met de Keuzehulp diabetes volwassenen

Diabetesvereniging Nederland en Patiëntenfederatie Nederland hebben een keuzehulp ontwikkeld. Deze Keuzehulp diabetes volwassenen is bedoeld als wegwijzer. U kunt eenvoudig aangeven wat u belangrijk vindt. Vervolgens krijgt u advies welke zorginstelling het beste bij uw wensen past. Dit advies kunt u met uw arts bespreken.

Ga naar de Keuzehulp diabetes volwassenen

Consultkaart Diabetes type 1 bij volwassenen

Insuline spuiten kan met een pen of een pomp. Deze consultkaart zet de verschillen op een rij. Beslis samen met uw behandelteam wat het beste bij u past.

Ga naar de Consultkaart Diabetes type 1 bij volwassenen

Behandelkeuzehulp diabetes

Er zijn verschillende manieren om insuline toe te dienen. Deze keuzehulp informeert u over de voordelen en nadelen van de insuline-pen en insuline-pomp. Besluit samen met uw arts welke manier het beste voor u is.

Ga naar de behandelkeuzehulp diabetes

Keuzehulp bloedglucosemeter

Er zijn veel verschillende bloedglucosemeters. Hoe weet u welke meter geschikt is voor u? Deze keuzehulp helpt u daarbij. Kies samen met uw behandelaar welke bloedglucosemeter het beste past bij uw situatie. Deze keuzehulp is voor mensen die minimaal één keer per dag insuline moeten spuiten en daarvoor een bloedglucosemeter vergoed krijgen.

Ga naar de Keuzehulp bloedglucosemeter

Zoek en vergelijk zorginstellingen

Bekijk kwaliteit en kies welke zorginstelling het beste bij u past

Meer weten over diabetes type 1?

Bron: DVN

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 22 juni 2018.

Deel deze pagina via: