Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Etalagebenen

Belangrijke thema's bij Etalagebenen:

Ook wel: vernauwing van de beenslagader, claudicatio intermittens, perifeer arterieel vaatlijden (PAV)

In allebei de benen zitten grote slagaders. Die brengen zuurstofrijk bloed naar de benen en de voeten.

In een beenslagader kan een vernauwing ontstaan. Daardoor stroomt er minder bloed door de benen en krijgen de beenspieren minder zuurstof. Dit levert vooral klachten op als u gaat bewegen. De spieren hebben dan juist meer zuurstof nodig, terwijl er al een tekort is. Dit veroorzaakt pijn.

De pijn verdwijnt weer als u stilstaat. Want dan kan de bloedstroom de zuurstof aanvullen. Vaak staan mensen even stil voor een winkel, vandaar de naam ‘etalagebenen’.

Bekijk een filmpje over etalagebenen.

Verberg

De belangrijkste klacht is pijn of kramp in uw been tijdens het lopen. U voelt de pijn vlak boven de plek waar de vernauwing zit. Bijvoorbeeld in de voet, de kuit, het dijbeen of de bil.

Naast pijn kunt u nog andere klachten krijgen:

  • Een doof of moe gevoel in de benen.
  • Minder vet op de onderbenen.
  • Minder haargroei op benen en voeten.
  • Koude voeten.
  • Wondjes en ontstekingen aan de voeten.
  • Kalknagels.

Hoe ernstiger de vernauwing, hoe ernstiger de klachten. Soms voelt u al pijn na een paar meter lopen. Sommige mensen hebben zelfs pijn als ze zitten of liggen. De klachten zijn er dan vooral 's nachts.

Verberg

Een vernauwing ontstaat als de beenslagader van binnen beschadigd is. Op die plek hopen zich witte bloedcellen en vetdeeltjes op. Dit heet plaque. Daar kleven bloedstolseltjes aan. En daardoor wordt de slagader steeds nauwer. Het bloed kan er steeds minder goed doorheen stromen.

Het nauwer worden van de slagaders heet slagaderverkalking. Dit is een natuurlijk proces. Iedereen die ouder wordt krijgt te maken met slagaderverkalking. Maar door bepaalde zaken (risicofactoren) kan het proces sneller gaan. Bijvoorbeeld door roken en diabetes.

Bij de behandeling brengt uw arts de risicofactoren in kaart. Samen bekijkt u wat er aan te doen is. Uw arts zal in ieder geval aanraden om gezond te leven. Dat betekent: niet roken, voldoende bewegen en afvallen als het nodig is.

Lees meer over slagaderverkalking.

Verberg

De huisarts inspecteert uw benen en voeten. Hij meet ook of de bloedvaten in uw benen vernauwd zijn.

Hiervoor meet de huisarts de bloeddruk bij uw enkel en bij uw arm. Die vergelijkt hij met elkaar. Zo berekent hij de enkel-arm-index. Als de bloeddruk in de enkel veel lager is dan in de arm, kan dit wijzen op etalagebenen. Tijdens het onderzoek luistert de huisarts naar de bloedstroom met een doppler-apparaat.

Dit onderzoek gaat soms samen met een looptest. Dan meet de huisarts de enkel-arm-index nadat u op een loopband hebt gelopen. 

Meestal doet de huisarts deze onderzoeken zelf. Maar hij kan u ook doorverwijzen naar een huisartsen-laboratorium of een vaat-laboratorium.

Lees meer over het meten van de enkel-arm-index.

De meeste mensen blijven onder behandeling bij de huisarts. Maar als de klachten aanhouden, verwijst de huisarts u door naar het ziekenhuis. Daar komt u bij de vaatspecialist. Die onderzoekt hoe ernstig de vernauwing is.

Eerst krijgt u een duplex-onderzoek. Dit is een combinatie van een echo en een doppler-onderzoek. Het onderzoek gebeurt meestal in een vaat-laboratorium. Het wordt uitgevoerd door een verpleegkundige. Hij brengt uw bloedvaten in beeld met een echo. Met een doppler-apparaat meet hij hoe snel het bloed stroomt. De vaatspecialist beoordeelt de uitslag.

Soms volgt nog een angiografie. Via een slangetje (katheter) spuit de arts contrastvloeistof in de bloedvaten. Dan maakt hij een röntgenfoto van uw benen. Door de contrastvloeistof zijn de bloedvaten goed te zien op de foto.

Lees meer over de onderzoeken.

Bij etalagebenen gaat u eerst looptraining doen. Daardoor verbetert de doorbloeding in uw benen. U krijgt begeleiding van een gespecialiseerde oefentherapeut of fysiotherapeut. Sommige mensen krijgen daarnaast ook medicijnen.

Is er na 3 tot 6 maanden looptraining nog weinig veranderd? Als de behandeling niet goed helpt, verwijst de huisarts u door naar de vaatspecialist in het ziekenhuis. Deze doet verder onderzoek en beoordeelt wat de beste behandeling is. Soms is een medische ingreep nodig.

Door veel te lopen stimuleert u de bloedvaten in uw been. Zij kunnen de taak van de beenslagader overnemen. Er stroomt dan weer meer bloed door uw been en uw beenspieren krijgen meer zuurstof. De klachten nemen af. U hebt minder pijn en kunt langere afstanden afleggen.

In het begin traint u onder begeleiding van een fysiotherapeut of oefentherapeut. Het is belangrijk dat u na deze therapie zelf verder gaat met lopen. Door regelmatig te lopen is een andere behandeling meestal niet meer nodig. Maak lopen dus een vast onderdeel van uw dag.

Lees meer over looptraining.

Zoek een gespecialiseerde looptherapeut.

Is er na 3 tot 6 maanden nog weinig resultaat? Of worden de klachten erger tijdens de looptraining? Ga dan terug naar de huisarts. Bespreek hoe het verder moet. Misschien verwijst hij u door naar de vaatspecialist in het ziekenhuis.

Misschien schrijft uw arts medicijnen voor. Die zorgen ervoor dat de vernauwing niet erger wordt. Dankzij bloedplaatjesremmers ontstaan minder snel bloedstolsels. Door cholesterolverlagende medicijnen hopen zich minder vetdeeltjes op in de vaatwand.

Als u een hoge bloeddruk hebt, krijgt u een middel dat de bloeddruk verlaagt.

Lees meer over medicijnen bij etalagebenen.

Bij een ernstige vernauwing is een medische ingreep nodig. Meestal gaat het om een dotterbehandeling. Hierbij brengt de arts via de slagader een ballonnetje naar binnen. Door het ballonnetje op te blazen, rekt hij de beenslagader op. Soms plaatst de arts ook een stent. Dit is een buisje dat de slagader openhoudt. De stent blijft achter in het bloedvat.

Een dotterbehandeling (met of zonder stent) is niet altijd mogelijk. Dan kan de arts een operatie doen. Hierbij snijdt hij de vernauwing weg. Of de arts plaatst een omleiding (bypass), langs de vernauwing. Beide operaties zijn risicovol, en daarom niet voor iedereen geschikt.

Lees meer over de operaties.

Lees hoe het verdergaat na een ingreep in het ziekenhuis.

Verberg
  • Leef gezond. Stop met roken, beweeg veel en kies voor gezonde voeding. Hiermee houdt u uw bloedvaten in een goede conditie.
  • Veel mensen met etalagebenen krijgen voetklachten. Zorg daarom goed voor uw voeten. Controleer ze regelmatig op wondjes. Ga met klachten naar de huisarts.
  • Het kan prettig zijn om te praten met mensen die hetzelfde meemaken. Lotgenoten kunt u ontmoeten bij een patiëntenorganisatie, bijvoorbeeld Harteraad.
  • Ga direct naar de huisarts als u opeens heftige pijn in het been krijgt. Of als u uw been niet meer kunt bewegen. Mogelijk is de slagader dan helemaal afgesloten.

Lees meer over voetverzorging.

Lees meer over een plotselinge afsluiting van een beenslagader.

Verberg

Zoek een ziekenhuis met het Vaatkeurmerk

WelVaatkeurmerkke kwaliteit van zorg mag u verwachten? Alle ziekenhuizen die voldoen aan de criteria van Harteraad hebben een vaatkeurmerk. U kunt deze informatie gebruiken om een ziekenhuis te kiezen.

Bekijk en vergelijk ziekenhuizen met het Vaatkeurmerk

Zoek contact met lotgenoten

Meer weten over etalagebenen?

Bron: Hartstichting

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 26 november 2018.

Deel deze pagina via: