Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Gliomen

Belangrijke thema's bij Gliomen:

Een hersentumor is een gezwel binnen de schedel. Er zijn verschillende soorten hersentumoren (o.a. glioom, meningeoom, hypofysetumor). De plek waar ze ontstaan bepaalt of er sprake is van een primaire hersentumor of een uitzaaiing. Primair betekent dat de tumor in de hersenen zelf is ontstaan. Een uitzaaiing is het gevolg van een tumor ergens anders in het lichaam.

Deze paragraaf beschrijft kort een aantal soorten hersentumoren. De rest van de pagina gaat uitgebreid over gliomen.

Deze ontstaan in het hersenvlies. Hersenvliezen zitten rond de hersenen en het ruggenmerg. Dit zijn meestal goedaardige tumoren.

Lees meer over meningeomen.

Deze ontstaan in, of vlak bij de hypofyse. Dit is een hormoonklier midden in het hoofd. Het zijn bijna altijd goedaardige tumoren.

Lees meer over hypofysetumoren.

Deze ontstaan in de inwendige gehoorgang. Om precies te zijn: in de omhulling (zenuwschede) van de gehoor- en evenwichtszenuw. Dit zijn goedaardige tumoren.

Lees meer over brughoektumoren.

Hersentumoren komen ook bij kinderen voor. Zij hebben vaak andere typen tumoren dan volwassen. Daarom zijn ook de behandeling en vooruitzichten anders.

Lees meer over hersentumoren bij kinderen.

Een primaire hersentumor kan doorgroeien. Maar kwaadaardige hersentumoren geven bijna nooit uitzaaiingen in de hersenen zelf.

Er kunnen wel uitzaaiingen in het centrale zenuwstelsel buiten de hersenen terechtkomen. De tumoren zaaien dan uit naar het hersenvlies, ruggenmergvlies en hersenvocht. Deze uitzaaiingen heten leptomeningeale metastasen.

Naast de primaire hersentumoren zijn er secundaire hersentumoren. Een ander woord daarvoor is hersenmetastasen. Het zijn uitzaaiingen van een tumor ergens anders in het lichaam. Longkanker, borstkanker en huidkanker (melanoom) zijn vormen van kanker die vaak uitzaaiingen in de hersenen veroorzaken. De kankercellen verspreiden zich dan via de bloedvaten en lymfevaten door het lichaam naar de hersenen.

Lees meer over uitzaaiingen in de hersenen.

Verberg

Gliomen zijn de meest voorkomende kwaadaardige primaire hersentumoren. In Nederland krijgen per jaar ongeveer 1200 mensen een glioom. Meestal tussen het 50ste en 75ste levensjaar.

Verberg

Gliomen ontstaan vanuit het steunweefsel van de hersenen. Dit steunweefsel wordt ook wel glia genoemd. Het voedt, beschermt en isoleert het hersenweefsel. En het houdt de hersenen op hun plek.

Er zijn verschillende soorten steuncellen (gliacellen). Hieruit kunnen verschillende soorten gliomen ontstaan. Een patholoog onderzoekt de cellen en het weefsel van een patiënt. Meestal kan hij dan zien uit welke gliacel het glioom is ontstaan.

Hóé een glioom precies ontstaat is niet bekend. Erfelijke factoren spelen een rol, maar het is niet bekend in welke mate.

Verberg

Een patholoog onderzoekt een stukje het glioom met een microscoop op de volgende kenmerken:

  • Celdichtheid.
  • Verschil in celkerngrootte.
  • Verdikking van de bloedvaten.
  • Aantal celdelingen.
  • Hoeveelheid weefselverval.

Op basis van deze eigenschappen wordt het glioom ingedeeld. Er zijn vier categorieën (graderingen):

  • Graad I
    De tumor gedraagt zich als normaal hersenweefsel. Deze diagnose wordt zelden gegeven.
  • Graad II
    De tumor is gegroeid en dringt door in omliggend hersenweefsel.
  • Graad III
    De tumor is kwaadaardig. Dit is te zien aan de veranderde celkernen en groeiende bloedvaten.
  • Graad IV
    De tumor groeit ongeremd. Bloedvaten houden de groei niet meer bij en er ontstaat weefselverval.

Graad I en II worden laaggradig genoemd. Graag graad III en IV heten hooggradig. Alleen de tumoren van graad I zijn goedaardig. Goedaardig houdt hier in dat de tumor plaatselijk groeit. Hij kan met een operatie volledig weggehaald worden. Gliomen van graad II, III en IV zijn kwaadaardig. Dit betekent dat ze na een operatie bijna altijd weer terugkomen. Ook tasten ze het hersenweefsel aan. Daardoor kunnen lichaamsfuncties uitvallen.

Verberg

Afhankelijk van het soort glioom kunnen de symptomen onder andere zijn:

  • Epileptische aanvallen.
  • Gedragsveranderingen.
  • Stemmingsstoornissen.
  • Verlammingsverschijnselen, zoals gevoelsverlies in een ledemaat of lichaamshelft.
  • Problemen met spreken en het vinden van de juiste woorden.
  • Problemen met de ogen, vooral uitval van een helft van het gezichtsveld. Dit betekent dat iemand nog maar één kant van zijn omgeving ziet.
  • Veranderingen in denken en onthouden.
  • Hoofdpijn.
  • Misselijkheid en braken.
  • Moeite met slikken.
  • Moeite om evenwicht te houden.
  • Gevoelsverlies in het gezicht.
Verberg

Er zijn verschillende onderzoeken mogelijk om de diagnose te stellen:

Met röntgenstralen worden weefsel en organen in beeld gebracht. Zo krijgen de artsen een beeld van de plaats en grootte van een mogelijke tumor en uitzaaiingen.

Lees meer over het maken van een CT-scan.

Hierbij worden beelden gemaakt van dwars- of lengtedoorsneden van het hoofd. Artsen kunnen daarop de plaats en grootte van een mogelijke tumor zien.

Lees meer over het maken van een MRI-scan.

Hierbij haalt de arts met een holle naald een stukje tumorweefsel weg voor onderzoek. Dit gebeurt via een gaatje in de schedel.

Lees meer over wat er gebeurt bij een stereotactische biopsie.

Hierbij maakt de neurochirurg een soort luikje in de schedel. Via de opening haalt hij een stukje weefsel (biopt) weg voor onderzoek. Als het kan verwijdert hij ook zoveel mogelijk tumorweefsel. Dan is de ingreep ook de behandeling.

Lees meer over wat er gebeurt bij een craniotomie.

Welke behandeling u krijgt hangt af van het type, de graad en kenmerken van het glioom.

In sommige gevallen kiezen de artsen voor een ‘wait and see’ beleid. Dat betekent dat u niet wordt behandeld, bijvoorbeeld omdat:

  • De tumor weinig klachten geeft. Het is dan bijvoorbeeld beter om te wachten met een craniotomie. Die geeft meer kans op complicaties dan het glioom.
  • De klachten goed onder controle blijven met medicijnen.

De meeste mensen krijgen een palliatieve behandeling. Dit betekent dat de behandeling zich niet richt op genezing, maar op het remmen van de ziekte en een goede kwaliteit van leven. Samen met de arts maakt u een keuze voor een behandelvorm. De arts bespreekt de behandelingen en mogelijke bijwerkingen met u. Vaak is de tumor niet helemaal te verwijderen. Bijna alle patiënten worden daarom na verloop van tijd ook bestraald. Met de bestraling worden dan zoveel mogelijk ‘restjes’ van de tumor verwijderd.

De mogelijke behandelingen zijn:

Bestraling heet ook wel radiotherapie. Het is een gerichte plaatselijke behandeling met radioactieve straling. Dit beschadigt de kankercellen op die plek. Maar helaas raakt het ook gezonde cellen die dichtbij de tumor liggen. Radiotherapie kan verschillende bijwerkingen geven, zoals:

  • Vermoeidheid.
  • Verminderde eetlust.
  • Haaruitval, vooral op de plek waar de straling uw hoofd raakt. Meestal is dit tijdelijk.
  • Problemen met zien of horen. Dit hangt af van de bestraalde plek. Deze klachten zijn meestal tijdelijk.

Lees meer over bijwerkingen door bestraling.

Bij chemotherapie krijgt u medicijnen toegediend via het bloed. Via de bloedbaan bereiken ze de kankercellen. Maar soms  worden de medicijnen tegengehouden door de bloed-hersenbarrière. Die beschermt de hersenen tegen ongewenste stoffen uit het bloed. En dus ook tegen sommige medicijnen. Daarom worden sommige soorten chemotherapie intrathecaal toegediend. Dit betekent: rechtstreeks in het hersenvocht. Dat gebeurt via een gaatje in het hoofd.

De behandeling is een kuur. Dit betekent dat u een bepaalde periode chemotherapie krijgt, afgewisseld met een aantal weken rust. Chemotherapie kan de volgende bijwerkingen geven:

  • Vermoeidheid.
  • Verstopping of diarree.
  • Bloedarmoede.
  • Haaruitval.
  • Verhoogde kans op infecties.
  • Verstoorde menstruatie.
  • Misselijkheid en braken.
  • Verandering in reuk en smaak. Hierdoor kunt u ook minder gaan eten en drinken.

Lees meer over de bijwerkingen door chemotherapie.

Hierbij maakt de neurochirurg een soort luikje in de schedel. Via de opening haalt hij een stukje weefsel (biopt) weg voor onderzoek. Als het kan verwijdert hij ook zoveel mogelijk tumorweefsel. Dan is de ingreep ook de behandeling. Een craniotomie kan complicaties geven. Welke dat zijn hangt af van de plaats van de tumor en uw algemene gezondheid.

Lees meer over de complicaties bij een craniotomie.

Verberg

kanker.nl

Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met kanker.nl, hét informatieplatform met betrouwbare medische informatie over kankersoorten. Volg nieuwe ontwikkelingen op kanker.nl via Twitter: @kankerNL

kanker.nl

Behandelkeuzehulp hoofdhuidkoeling bij chemotherapie

Krijgt u chemotherapie? Dan kunt u kiezen voor hoofdhuidkoeling om haaruitval te voorkomen. Deze behandelkeuzehulp zet de voordelen en nadelen op een rijtje. U vindt er ook een lijst van ziekenhuizen die hoofdhuidkoeling aanbieden. Overleg met uw arts en beslis samen.

Ga naar de behandelkeuzehulp

 

Meer weten over gliomen?

Bronnen: kanker.nl en NVN

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 26 november 2018.

Deel deze pagina via: