Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Hartfalen

Belangrijke thema's bij Hartfalen:

Ook wel: decompensatio cordis

Hartfalen betekent dat het hart minder goed werkt. Het pompt niet genoeg bloed rond. Dat kan leiden tot klachten. U bent bij inspanning bijvoorbeeld snel kortademig. Ook kunt u zich erg vermoeid voelen. Of last hebben van opgezette benen en enkels. Welke klachten u hebt hangt af van de ernst van het hartfalen.

Hartfalen komt vooral voor bij ouderen. De verwachting is dat het aantal mensen met hartfalen zal stijgen.

Er zijn twee soorten hartfalen:

  • Hartfalen met verminderde knijpkracht
    De hartspier trekt niet meer goed samen. Daardoor kan het hart minder bloed rondpompen. Dit is de meest voorkomende vorm van hartfalen. Het wordt ook wel systolisch hartfalen genoemd.

  • Hartfalen met verminderde vulling
    Hierbij is de hartspier stijf. Hij ontspant niet meer helemaal. Daardoor kunnen de hartkamers zich minder goed vullen met bloed. Er is dan minder bloed om het hart uit te pompen. Dit heet ook wel diastolisch hartfalen.

Bekijk een filmpje over hartfalen.

Verberg

In het begin merkt u niets van het hartfalen. Het hart gaat harder werken en lost zo de problemen op. Maar na verloop van tijd ontstaan toch klachten. Bijvoorbeeld:

  • Vermoeidheid.
  • Kortademigheid.
  • Het lichaam houdt vocht vast. U kunt dit merken aan dikke voeten en benen. Misschien hebt u ook een vol gevoel in uw buik.
  • Soms komt er vocht in de longen. Daardoor krijgt u het benauwd. U kunt ook last krijgen van kriebelhoest.
  • Slecht slapen.
  • ’s Nachts vaak plassen.

Vaak worden de klachten langzaam erger. Eerst hebt u alleen last van kortademigheid als u zich inspant. Later hebt u ook klachten als u het rustig aan doet. Bij hartfalen kunnen ook hartritmestoornissen optreden.

Andere aandoeningen

Mensen met hartfalen hebben vaak nog andere aandoeningen. Bijvoorbeeld diabetes, hoge bloeddruk, nierschade of COPD.

Verberg

Hartfalen kan verschillende oorzaken hebben. Veel voorkomende oorzaken zijn een hartinfarct of langdurige hoge bloeddruk. Ook andere aandoeningen kunnen een rol spelen. Bijvoorbeeld hartritmestoornissen, een ziekte van de hartspier (cardiomyopathie) of een afwijking aan de hartklep. Vaak zijn er meerdere oorzaken naast elkaar.

Verberg

Uw huisarts probeert eerst een goed beeld van uw situatie te krijgen. Hij stelt veel verschillende vragen. Onder meer over uw klachten, leefstijl, medicijngebruik en medische geschiedenis. Ook doet hij lichamelijk onderzoek. Daarbij meet hij uw bloeddruk en luistert naar uw hart en longen. Hij kan ook een hartfilmpje (ECG) laten maken.

Wijzen de onderzoeken op hartfalen? Dan is aanvullend onderzoek nodig. Daarvoor verwijst de huisarts u door naar de cardioloog in het ziekenhuis. Aanvullend onderzoek bestaat onder andere uit een echo van het hart en bloedonderzoek. Op basis van alle uitslagen kan de cardioloog de diagnose stellen.

De cardioloog stelt ook vast hoe ernstig het hartfalen is. Klasse 1 is de lichtste vorm van hartfalen. U hebt dan geen klachten. Klasse 4 is de ernstigste vorm. U hebt dan altijd klachten, ook in rust.

Soms lukt het om de oorzaak van hartfalen op te lossen. Maar meestal is hartfalen niet te genezen. Het is dan chronisch. De behandeling richt zich op het verminderen van de klachten. Het verschilt per persoon waar de behandeling precies uit bestaat. Maar de belangrijkste onderdelen van de behandeling zijn:

Vaak zijn verschillende soorten medicijnen nodig. Ze zorgen ervoor dat het hart niet zo hard hoeft te werken. En ze voeren vocht af. Medicijnen kunnen bijvoorbeeld de bloeddruk verlagen. En plastabletten voeren vocht af. Door de medicijnen hebt u minder last van het hartfalen.

Welke medicijnen u krijgt hangt af van de ernst van het hartfalen. En van andere aandoeningen die u misschien hebt, bijvoorbeeld hartritmestoornissen.

Lees meer over medicijnen bij hartfalen.

Leefregels zijn net zo belangrijk als de behandeling met medicijnen. Door gezond te leven kunt u voorkomen dat de hartspier nog verder achteruit gaat. Een paar belangrijke leefregels zijn:

  • Zorg voor een goed gewicht
    Overgewicht zorgt voor overbelasting van het hart. Gezonde voeding helpt om af te vallen. En om een gezond gewicht te houden. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Beweeg voldoende
    Door dagelijks te bewegen blijven uw hart en longen in conditie. Het verschilt per persoon hoeveel lichamelijke inspanning iemand aankan. Een fysiotherapeut kan u begeleiden. Zo leert u op een veilige manier uw grenzen kennen.
  • Gebruik weinig zout
    Door zout houdt het lichaam nog meer vocht vast.
  • Drink geen alcohol en rook niet
    Alcohol en roken zijn slecht voor uw hart. Bij patiënten met hartfalen heeft het hart sowieso al moeite om genoeg zuurstof rond te pompen. Door roken kan het bloed nog minder zuurstof vervoeren. Nicotine tast ook de vaatwanden aan en veroorzaakt vernauwde bloedvaten.
  • Beperk de inname van vocht
    Bij ernstig hartfalen moet u opletten hoeveel vocht u binnenkrijgt. Bij te veel vocht moet het hart harder werken. Meestal mag u maximaal 1,5 tot 2 liter per dag. De cardioloog geeft u een persoonlijk advies, omdat de hoeveelheid voor iedereen anders is. Als u vocht vasthoudt, wordt u snel zwaarder. Daarom moet u zich regelmatig wegen, vaak wel dagelijks. Als u 2 tot 3 kilo zwaarder wordt binnen 2 tot 3 dagen, wijst dit op vasthouden van te veel vocht. Ook dikkere benen, opgezette enkels of grotere benauwdheid wijzen op vocht vasthouden. Neem in alle gevallen direct contact op met uw hoofdbehandelaar of hartfalen-verpleegkundige.

Lees meer over leefregels bij hartfalen.

Soms helpen medicijnen en leefregels niet meer. Dan is een medische ingreep nodig. Er zijn verschillende mogelijkheden. Uw arts legt uit voor welke ingreep u in aanmerking komt.

  • Pacemaker of ICD
    Een pacemaker en een ICD zijn kleine apparaatjes in het lichaam. Ze zorgen ervoor dat het hart weer gelijkmatig  samentrekt. Dit heet ook wel cardiale resynchronisatie-therapie (CRT). Een ICD wordt vooral gebruikt bij mensen met hartfalen die al eens een hartstilstand hebben gehad. Of bij mensen die veel last hebben van hartritmestoornissen.
  • Operatie
    Soms is een operatie mogelijk. De chirurg kan bijvoorbeeld dotteren. Daarbij maakt een soort opgeblazen ballonnetje het bloedvat weer wijder. Als de slagaderen rond het hart heel nauw zijn geworden, kan de arts een bypass of een stent plaatsen. Een bypass is een soort omleiding. Een stent is een buisje in het bloedvat dat vernauwing tegengaat. In sommige gevallen kan een operatie aan de hartklep nodig zijn.
  • Steunhart
    Een steunhart is een apparaat dat het hart helpt om bloed rond te pompen. Alleen patiënten met ernstig verminderde knijpkracht komen hiervoor in aanmerking. En dan alleen maar als andere oplossingen niet werken. Een steunhart kan tijdelijk of blijvend zijn. Iemand die op een harttransplantatie wacht, krijgt soms tijdelijk een steunhart ter overbrugging.
  • Harttransplantatie
    Soms werkt het hart zo slecht, dat iemand een ander hart nodig heeft. Maar dit komt heel weinig voor. De eisen voor een harttransplantatie zijn heel streng.

    Lees verder over harttransplantatie.
Verberg

U kunt met verschillende behandelaars te maken krijgen. Bijvoorbeeld een hartfalenverpleegkundige, fysiotherapeut, diëtist en POH-ondersteuner. Allemaal helpen zij u omgaan met de klachten. Er is één hoofdbehandelaar (ook wel: centrale zorgverlener). Meestal is dit de huisarts of de cardioloog. Hij schakelt de andere behandelaars in.

De hoofdbehandelaar houdt in de gaten of de behandeling goed verloopt. En of uw klachten niet erger worden. Daarom komt u regelmatig bij hem op controle. Als het nodig is, past hij de behandeling aan.

Met de hoofdbehandelaar maakt u ook afspraken over wat u zelf kunt doen. Is het bijvoorbeeld nodig om minder zout te eten? Of om af te vallen? Die afspraken kunt u vastleggen in een Individueel Zorgplan.

Steeds meer ziekenhuizen hebben een speciale hartfalenpoli. Hier werken speciaal opgeleide hartfalen-verpleegkundigen. Zij begeleiden patiënten om met hartfalen te leren leven. U kunt er bijvoorbeeld terecht met vragen over dieet en medicijnen. Zij kunnen uw gewicht en bloeddruk meten. En als uw klachten verergeren, kunnen zij dit op tijd signaleren.

Sommige ziekenhuizen geven speciale meetapparatuur mee naar huis. Het apparaat stuurt de meetgegevens naar uw arts. Bijvoorbeeld over uw bloeddruk of gewicht. U hoeft dan niet voor iedere controle naar het ziekenhuis. Dit systeem heet telemonitoring. Het is een onderdeel van telebegeleiding. Hiermee krijgt u uitgebreide uitleg over hartfalen. Het leert u omgaan met hartfalen.

Verberg
  • Leef volgens de adviezen die u krijgt. Deze leefregels zijn erg belangrijk om erger hartfalen te voorkomen.
  • Gebruik uw medicijnen volgens voorschrift. U weet dan zeker dat u niet te veel of te weinig binnenkrijgt.
  • Probeer zo goed mogelijk samen te werken met uw behandelaars. Houd ze op de hoogte van uw klachten. En van het effect van de medicijnen of een therapie. Lees in het Individueel Zorgplan Hartfalen wat tekenen van verslechtering zijn. En neem contact op met uw behandelaar als u verslechtering ziet.
  • Vertel het uw behandelaar ook als u andere problemen hebt door hartfalen. Bijvoorbeeld angstig of somber zijn. Door alles te noemen helpt u zelf mee om uw behandeling zo goed mogelijk te laten werken. Het Individueel Zorgplan helpt u hierbij.
  • Het kan prettig zijn om contact te hebben met mensen die ook hartfalen hebben. Zij weten wat u doormaakt. Misschien hebben zij handige tips. Lotgenoten kunt u ontmoeten via een patiëntenvereniging, bijvoorbeeld Harteraad.
Verberg

Harteraad

Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met Harteraad, de patiëntenvereniging voor mensen met een hart- of vaatziekte en hun naasten. Samen met de Hartstichting werken zij aan belangenbehartiging voor patiënten en kwaliteitsverbetering in de zorg.

Harteraad-logo

Zoek contact met lotgenoten

Meer weten over hartfalen?

Bron: Hartstichting

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 13 augustus 2018.

Deel deze pagina via: