Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Hartinfarct

Belangrijke thema's bij Hartinfarct:

Tijdens een hartinfarct kan iemand last hebben van:

  • Pijn of druk op de borst.
  • De pijn is er ook bij rustig zitten of liggen.
  • De pijn straalt uit naar arm, hals, kaak, rug of maag.
  • Benauwdheid.
  • Zweten.
  • Misselijkheid en overgeven.

De klachten verschillen per persoon. Bij vrouwen zijn de klachten vaak minder opvallend. Zij hebben vooral last van moeheid en misselijkheid. Soms merkt iemand een hartinfarct niet op. Dan gaat het om een stil infarct.

Behandeling is direct nodig. Bel 112 om een ambulance te laten komen. Bel ook 112 als de klachten bij rustig zitten of liggen langer dan 5 minuten duren. Ga niet zelf naar het ziekenhuis.

Lees hoe u een hartinfarct kunt herkennen.

Verberg
  • Bel direct 112, ook als de klachten bij rustig zitten of liggen langer dan 5 minuten duren. Ga niet zelf naar het ziekenhuis.
  • Probeer zelf kalm te blijven.
  • Laat de patiënt rustig zitten of liggen.

Bij een hartstilstand

Een hartinfarct kan leiden tot een hartstilstand. Het hart pompt dan geen bloed meer rond. Iemand raakt bewusteloos en ademt niet meer of niet meer normaal.

Bij een hartstilstand is direct reanimatie (ook wel:hartmassage) nodig. Daardoor gaat het bloed weer stromen. Vraag aan de omstanders of er iemand aanwezig is die kan reanimeren.  

Eventueel kunt u ook een automatische externe defibrillator (AED) gebruiken. Dit apparaat is vaak aanwezig op plekken waar veel mensen samenkomen. Het geeft een elektrische schok, waardoor het hart weer in een normaal ritme gaat kloppen.

Lees meer over hartstilstand.

Lees meer over reanimatie.

Lees meer over AED.

 

Verberg

Ook wel: hartaanval

Om het hart liggen de kransslagaderen. Via deze slagaderen stroomt er bloed naar het hart. Dat heeft de zuurstof in het bloed nodig om zijn werk te kunnen doen.

In de loop van het leven kunnen de kransslagaderen steeds nauwer worden. Er hopen zich allerlei stoffen op. Zoals vetdeeltjes (cholesterol). Daardoor stroomt er minder bloed naar het hart. Soms raakt een kransslagader zelfs helemaal verstopt. Het bloed kan het hart dan niet meer bereiken. De hartspier krijgt niet meer genoeg zuurstof. Er ontstaat al snel schade. Dan is sprake van een hartinfarct.

Bekijk een filmpje over een hartinfarct.

Verberg

Het nauwer worden van de slagaderen heet slagaderverkalking (atherosclerose). Iedereen krijgt er bij het ouder worden mee te maken. Het is een natuurlijk proces. Maar bij sommige mensen verloopt het proces sneller dan bij anderen. Dat komt vooral door risicofactoren.

Risicofactoren

De kans op een hartinfarct neemt bijvoorbeeld toe door:

  • Roken.
  • Weinig bewegen.
  • Hoge bloeddruk.
  • Hoog cholesterol.
  • Overgewicht.
  • Ongezonde voeding.
  • Stress.
  • Diabetes.

Na een hartinfarct brengt uw arts de risicofactoren in kaart. Samen bekijkt u of u het risico kleiner kunt maken. Bijvoorbeeld door te stoppen met roken of meer te gaan bewegen. Zo kunt u misschien voorkomen dat u opnieuw een hartinfarct krijgt. Of dat er ergens anders in het lichaam vernauwingen in de bloedvaten ontstaan.

Verberg

Met de verschijnselen van een hartinfarct moet u zo snel mogelijk naar een ziekenhuis. Daar wordt een hartfilmpje (ECG) gemaakt. Vaak gebeurt dat ook al in de ambulance of bij u thuis. Het filmpje geeft informatie over het hartritme. De arts kan zo snel zien of u een hartinfarct hebt.

Daarna volgt een bloedonderzoek. Bij een hartinfarct zitten er bepaalde afbraakstoffen in het bloed. Soms zijn nog andere onderzoeken nodig. Bijvoorbeeld een echo of hartkatheterisatie (coronaire angiografie). De arts schuift dan een dun slangetje (katheter) in de kransslagaderen rondom het hart. Hiermee kan hij onderzoeken waar de vernauwingen zitten.

Verberg

Behandeling is direct nodig. Hoe eerder de kransslagader weer open is, hoe beter. Er kan dan weer bloed naar het hart stromen. De hartspier raakt niet verder beschadigd.

De behandeling bestaat meestal uit dotteren. De arts brengt een slangetje (katheter) naar binnen via de lies, elleboog of pols. Dat schuift hij via de slagaderen door tot aan de kransslagader. Daar blaast hij via het slangetje een ballonnetje op. Die maakt de kransslagader wijder. Vervolgens plaatst de arts een stent. Dit is een buisje om de slagader open te houden.

Soms is een dotterbehandeling niet mogelijk. De arts zoekt dan naar een andere oplossing. Bijvoorbeeld medicijnen om de verstopping op te lossen. Of een bypass-operatie.  Hierbij wordt het bloedvat verbonden met een slagader om de bloedvoorziening te herstellen.

Dotteren is niet altijd nodig. Bij een licht infarct (non-STEMI) hoeft het vaak niet. De behandeling bestaat dan uit medicijnen. Die zorgen er onder meer voor dat het bloed meer zuurstof op kan nemen.

Vervolgbehandeling

Daarna is nog een vervolgbehandeling nodig. Deze verschilt per persoon. De behandeling kan bestaan uit:

Veel mensen moeten medicijnen gaan gebruiken. Deze heten ook wel antistollingsmiddelen. Ze zorgen ervoor dat de kransslagader niet opnieuw (of verder) dicht kan slibben. De meeste mensen krijgen ook middelen om het cholesterol en de bloeddruk te verlagen.

Lees meer over medicijnen na een hartinfarct.

Door gezond te gaan leven maakt u de kans op een nieuw hartinfarct kleiner. Ook voorkomt u dat de hartspier nog verder beschadigd raakt. Uw arts bespreekt met u wat u zelf kunt doen. Bijvoorbeeld anders gaan eten of meer gaan bewegen. Hartrevalidatie kan u hierbij helpen.

Lees meer over een gezonde leefstijl na een hartinfarct.

Een hartinfarct is een ingrijpende gebeurtenis. Veel mensen zijn bang dat het opnieuw gebeurt. Ze vertrouwen hun lichaam niet meer.

Veel ziekenhuizen bieden daarom een hartrevalidatie aan. Onder begeleiding van verschillende hulpverleners leert u uw grenzen kennen. Ook ontdekt u hoe u uw leefstijl aan kunt passen. De revalidatie gebeurt in een groep. Zo komt u ook in contact met lotgenoten.

Lees meer over hartrevalidatie.

Door een hartinfarct ontstaat schade aan de hartspier. Hoe ernstiger de schade, hoe groter de gevolgen. Misschien lukt het niet meer om uw oude leven op te pakken. Uw behandelaars helpen u dan uw leven anders in te richten.

Soms is de schade zo groot dat het hart niet goed meer kan pompen. Dan hebt u hartfalen. Hiervoor krijgt u een behandeling.

Vlak na het hartinfarct kan het hart onregelmatig gaan slaan. Dat zijn hartritmestoornissen. Niet alle hartritmestoornissen zijn even ernstig. Sommige zijn levensbedreigend, maar andere gaan vanzelf over. Het ziekenhuis houdt uw hartritme goed in de gaten. Als het nodig is, krijgt u een behandeling.

Verberg
  • Leef gezond. Daarmee verkleint u de kans op een nieuw hartinfarct.
    Bekijk adviezen voor het aanpassen van uw leefstijl.
  • Vraag uw arts in welke situaties u contact met hem op moet nemen. U weet dan wanneer u wat moet doen. Dat geeft rust.
  • Gebruik de medicijnen volgens voorschrift. U weet dan zeker dat u niet te veel of te weinig binnenkrijgt.
  • Wilt u weer gaan sporten? Kijk voor veilig sporten onder begeleiding op de Hart&Vaatwijzer van Harteraad.
  • Het kan prettig zijn om contact te hebben met mensen die ook een hartinfarct hebben gehad. Zij weten wat u doormaakt. Misschien hebben zij handige tips voor u. Lotgenoten kunt u ontmoeten via een patiëntenvereniging, bijvoorbeeld Harteraad.
Verberg

Harteraad

Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met Harteraad, de patiëntenvereniging voor mensen met een hart- of vaatziekte en hun naasten. Samen met de Hartstichting werken zij aan belangenbehartiging voor patiënten en kwaliteitsverbetering in de zorg.

Harteraad-logo

Meer weten over een hartinfarct?

Bron: Hartstichting

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 12 oktober 2018.

Deel deze pagina via: