Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Hiv en aids

Belangrijke thema's bij Hiv en aids:

Ook wel: humaan immunodeficiëntie virus / acquired immuno deficiency syndrome

Hiv is een virus dat het afweersysteem aanvalt. Daardoor kan het lichaam zichzelf niet meer goed beschermen tegen bacteriën, virussen en andere ziekteverwekkers. Uiteindelijk ontstaat er aids. Het afweersysteem is dan zo zwak, dat u al snel ernstig ziek kunt worden. Bijvoorbeeld van een gewoon verkoudheidsvirus. Daaraan kunt u dan overlijden.

Medicijnen kunnen het hiv-virus afremmen. Daarmee kan aids worden voorkomen of uitgesteld. Dat betekent dat een hiv-infectie een chronische ziekte is geworden. In Nederland komt het steeds minder vaak meer voor dat iemand overlijdt aan aids. In sommige delen van de wereld gebeurt dat nog wel heel veel. Vooral in Afrika.

Bekijk een filmpje over wat hiv in het lichaam doet.

Verberg

Van een besmetting met hiv merkt u niets. Daardoor kunt u het ongemerkt weer doorgeven aan anderen. Enkele weken na de besmetting ontstaan soms verschijnselen die ook bij griep voorkomen. Bijvoorbeeld koorts, keelpijn, overgeven en diarree. Maar die klachten verdwijnen vanzelf weer. Het kan jaren duren voor er opnieuw klachten optreden. Het afweersysteem is dan al ernstig verzwakt. Mogelijke klachten zijn:

  • Vermoeidheid.
  • Vaak diarree.
  • Opgezwollen lymfeklieren
  • Vermageren zonder dat u op dieet bent.
  • Kortademigheid.
  • ’s Nachts veel zweten.
  • Witte plekjes in uw mond.
  • Herpes aan de geslachtsdelen.
  • Gordelroos.
Verberg

Het hiv-virus zit bij besmette mensen in:

  • Sperma en voorvocht.
  • Vaginaal vocht.
  • (Menstruatie)bloed.
  • Moedermelk.

U kunt besmet raken als deze vloeistoffen terechtkomen in uw bloedbaan of in het slijmvlies van de mond, anus, vagina of penis. De meeste mensen raken besmet via onveilige seks. Soms gebeurt het op een andere manier. Bijvoorbeeld via een naald of spuit waar nog wat besmet bloed aan zit.

Lees hoe u hiv kunt oplopen.

In uw lichaam dringt het virus een bepaald soort afweercellen (CD4-cellen) binnen. Deze afweercellen spelen een belangrijke rol in de werking van het afweersysteem. Hiv maakt deze cellen van binnenuit kapot. Er blijven steeds minder van deze afweercellen over. Het afweersysteem verzwakt.

Verberg

De meeste mensen lopen een hiv-infectie op door onveilige seks met iemand die besmet is. U kunt besmetting voorkomen door veilig te vrijen. Gebruik altijd een condoom. Ook bij orale seks (pijpen en beffen). Bij het beffen kunt u ook een beflapje gebruiken. De kans op besmetting is groter bij anale seks. Gebruik dan naast het condoom ook veel glijmiddel.

Lees meer over veilig vrijen.

Lees meer over veilige mannenseks.

Vrouwen met hiv kunnen het virus doorgeven aan hun ongeboren kind. Daarom worden in Nederland alle zwangere vrouwen op hiv getest. Als u hiv blijkt te hebben, krijgt u medicijnen. Zo kan worden voorkomen dat het ongeboren kind besmet raakt. Na de geboorte krijgt het kindje zelf ook nog een tijdje medicijnen.

Verder kunt u geen borstvoeding aan uw kind geven. Het gevaar van besmetting is dan te groot. Het virus zit namelijk ook in moedermelk.

Lees meer over hiv en zwangerschap.

Hebt u risico gelopen en bent u misschien besmet geraakt? Dan kan een PEP-behandeling een oplossing zijn. PEP is de afkorting van Post-Expositie Profylaxe. U gebruikt dan een aantal weken medicijnen. Deze voorkomen dat het virus zich in uw lichaam kan nestelen.

Het is wel belangrijk dat u zo snel mogelijk start met de behandeling. Liefst binnen 2 uur. Na 72 uur heeft het geen zin meer. De medicijnen zijn verkrijgbaar bij de GGD of bij een hiv-behandelcentrum. En soms ook bij de Spoedeisende hulp in het ziekenhuis. Van uw zorgverzekeraar krijgt u een vergoeding voor de medicijnen.

Lees meer over PEP.

PrEP is de afkorting van Pre-Expositie Profylaxe. Het is een middel waarmee u kunt voorkomen dat u hiv krijgt. PrEP zorgt ervoor dat het virus uw lichaam niet kan binnendringen. U slikt dagelijks een pil. Deze kan wel veel bijwerkingen geven.

Het middel werd al langer voorgeschreven aan mensen met hiv of aids. Later is ontdekt dat PrEP ook besmetting met hiv kan voorkomen.

Wilt u PrEP gaan slikken om besmetting met hiv te voorkomen? Dan krijgt u geen vergoeding van de zorgverzekeraar. Dat komt omdat PrEp nog niet zo lang is geregistreerd als preventief middel. In de toekomst gaat dit mogelijk veranderen. In 2019 gaat een proef lopen voor een hoogrisicogroep van mannen die seks hebben met mannen (MSM).

Lees meer over PrEP.

Verberg

Het hiv-virus is op te sporen via bloedonderzoek. Drie maanden na de besmetting zijn antistoffen tegen het virus in uw bloed zichtbaar.

Voor de hiv-test kunt u naar de huisarts gaan. Ook een (anonieme) test bij de GGD is mogelijk. Die is bedoeld voor risicogroepen. Dit zijn onder meer jongeren, asielzoekers, prostituees en mannen die seks hebben met mannen.

Een arts of verpleegkundige neemt een beetje bloed bij u af. Dat gaat voor onderzoek naar het laboratorium.

Kijk waar u zich kunt laten testen op hiv.

U komt onder behandeling in een hiv-behandelcentrum. Uw arts schrijft medicijnen voor. Die heten hiv-remmers. U krijgt een combinatie van verschillende hiv-remmers. Die zorgen ervoor dat het virus zich niet kan vermeerderen. Hoe eerder u hiermee start, hoe beter. Het afweersysteem blijft dan sterk en u krijgt minder klachten. Laat u daarom zo snel mogelijk testen als u risico hebt gelopen en besmet kunt zijn.

Hiv-remmers moet u de rest van uw leven gebruiken. U gaat regelmatig voor controle naar de arts. Als het nodig is, past hij de medicijnen aan. Uw arts kan ook medicijnen voorschrijven om klachten te bestrijden of bijwerkingen tegen te gaan.

Lees meer over de medicijnen bij hiv en aids.

Verberg
  • Zoek contact met de mensen met wie u na de besmetting seks hebt gehad. Vertel ze dat u hiv-positief bent. Zij kunnen zich dan ook laten onderzoeken. Zo voorkomt u dat zij erg ziek worden. Ook kan de ziekte zich niet verder verspreiden. Waarschuwen kan ook anoniem. Hiervoor is een speciale website.
  • Probeer te voorkomen dat u anderen besmet. Zoek uit wat wel en niet kan. Doe aan veilige seks.
  • In het begin hebt u waarschijnlijk veel vragen. Zoek informatie over hiv en aids. U weet dan beter waar u aan toe bent. Daardoor voelt u zich zekerder.
  • Het kan prettig zijn om contact te hebben met mensen die ook hiv hebben. Zij weten wat u doormaakt. U kunt tips en ervaringen uitwisselen. Lotgenoten kunt u onder meer ontmoeten via de patiëntenorganisatie Hiv Vereniging Nederland.
  • U kunt te maken krijgen met vooroordelen en discriminatie. Dit kan erg naar zijn. Soms lucht het op om erover te praten. Dit kan onder meer via de Aids Soa Infolijn.
Verberg

Zoek contact met lotgenoten

Meer weten over hiv en aids?

Bron: Aidsfonds

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 12 juli 2018.

Deel deze pagina via: