Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Hoge bloeddruk

Belangrijke thema's bij Hoge bloeddruk:

Het hart pompt bloed in de slagaders. Dit gebeurt met zoveel kracht dat er druk op de slagaders komt te staan. Dit is de bloeddruk.

Bovendruk en onderdruk

Uw arts meet de bovendruk en onderdruk:

  • De bovendruk (systolische druk) is de druk als het hart samenknijpt. Dan is de druk het hoogst.
  • De onderdruk (diastolische druk) is de bloeddruk als het hart zich ontspant.

Hoge bloeddruk

Als de druk erg hoog is, kan er schade aan de slagaders ontstaan. Dit vergroot het risico op hartziekten en vaatziekten. Hoge bloeddruk heet ook wel hypertensie.

Hoge bloeddruk komt veel voor. Ongeveer 1 op de 5 Nederlanders heeft het.

Verberg

De arts let vooral op de bovendruk. De bloeddruk is te hoog als de bovendruk meer is dan 140. Bij het ouder worden stijgt de bloeddruk. Daarom zijn de waarden voor ouderen anders. Mensen van 80 jaar en ouder hebben pas een hoge bloeddruk bij een bovendruk van 160.

De bloeddruk moet een paar keer gemeten worden. Uw arts kan namelijk niet meteen na één meting zeggen of uw bloeddruk te hoog is. Dat komt omdat de bloeddruk sterk schommelt. ’s Ochtends is de bloeddruk anders dan ‘s middags. Ook andere zaken hebben invloed op de bloeddruk. Bijvoorbeeld uw activiteiten en emoties. Of nodig moeten plassen. Ga voor de bloeddrukmeting naar het toilet. Uw arts meet uw bloeddruk op verschillende tijdstippen. En dan berekent hij het gemiddelde.

Verberg

Van een hoge bloeddruk merkt u niets. Dat maakt het juist zo gevaarlijk. Vanbinnen in uw lichaam richt de te hoge bloeddruk namelijk schade aan. Bijvoorbeeld aan de nieren, de hersenen of andere organen. En aan de slagaders. Daardoor neemt het risico op een hartziekte of vaatziekte toe. Zonder dat u het weet.

Door de hoge druk ontstaan kleine beschadigingen aan de binnenkant van de slagaderen. Op die plekken hopen zich vetdeeltjes en witte bloedcellen op. Dit heet plaque. Daar kleven bloedstolseltjes aan. En daardoor worden de slagaders steeds nauwer. Het bloed kan er steeds minder goed doorheen stromen.

Het nauwer worden van de slagaders heet slagaderverkalking. Veel mensen noemen het ook wel aderverkalking. Het is de belangrijkste oorzaak van hartziekten en vaatziekten. Bijvoorbeeld van etalagebenen, een hartinfarct of een beroerte.

Slagaderverkalking is een natuurlijk proces. Iedereen die ouder wordt krijgt ermee te maken. Maar door bepaalde zaken kan het proces sneller gaan. Bijvoorbeeld door hoge bloeddruk. Maar ook door roken, een hoog cholesterol of diabetes. Dit zijn risicofactoren.

Bij de behandeling van hoge bloeddruk onderzoekt uw arts of er nog andere risicofactoren zijn. Samen bekijkt u wat daaraan te doen is. Zo houdt u het risico op een hartziekte of vaatziekte zo klein mogelijk.

Lees meer over slagaderverkalking.

Verberg

De bloeddruk kan omhoog gaan door:

  • Weinig beweging.
  • Stress.
  • Roken.
  • Overgewicht.
  • Te zout eten.
  • Veel alcohol drinken.
  • Veel drop eten (vanwege de stof glycyrrhizine).

Er zijn nog meer zaken die invloed hebben op de bloeddruk. Zoals bepaalde medicijnen. Bijvoorbeeld de pijnstillers diclofenac en ibuprofen. Vertel het uw arts als u deze pijnstillers slikt. Maar bij de meeste mensen is er niet één duidelijke oorzaak te ontdekken. Soms zit een hoge bloeddruk in de familie.

Verberg

De huisarts meet uw bloeddruk. Hiervoor krijgt u een band om uw arm. Dit heet een manchet. Er zit een bloeddrukmeter aan vast. De band wordt opgepompt en komt strak om uw arm te zitten. Bij het leeglopen van de band leest de arts eerst de bovendruk en dan de onderdruk af op de meter.

De bloeddruk kan erg schommelen. Daarom meet uw arts de bloeddruk een paar keer, op verschillende dagen. Zo kan hij zien of uw bloeddruk echt te hoog is. Soms is een 24-uursmeting nodig. U krijgt dan een apparaatje mee naar huis dat 24 uur lang uw bloeddruk meet.

Lees meer over bloeddrukmeting.

Zelf kunt u veel doen om uw bloeddruk omlaag te krijgen. Het helpt om gezonder te leven. Uw huisarts geeft daarom adviezen om uw leefstijl aan te passen. Soms schrijft de huisarts ook medicijnen voor. Bijvoorbeeld als de adviezen niet genoeg helpen en u ook andere risico’s op hart- en vaatziekte hebt.

De huisarts onderzoekt het risico dat u een hart- of vaatziekte krijgt. Hij bekijkt of er behalve hoge bloeddruk nog andere risicofactoren zijn. Misschien hebt u een hoog cholesterol of diabetes. Of misschien hebt u veel stress. U bespreekt dan samen wat daar aan te doen is.

Dit kunt u doen om uw bloeddruk omlaag te krijgen:

  • Stop met roken.
  • Beweeg voldoende. Zorg dat u in ieder geval 5 dagen per week een half uur beweegt.
  • Eet gezond. En vooral niet te zout.
  • Drink weinig alcohol. Maximaal 1 glas per dag.
  • Val af als u te zwaar bent.
  • Pak stress aan. Overleg met uw huisarts hoe u dat het beste kunt doen.

Met deze maatregelen verkleint u het risico dat u een hart- of vaatziekte krijgt.

De meeste mensen krijgen hun bloeddruk omlaag als ze de adviezen van hun  huisarts opvolgen. Maar soms zijn ook medicijnen nodig. Bijvoorbeeld als uw bloeddruk heel erg hoog is. Of als de adviezen niet voldoende helpen. Of als u ook diabetes, een hartziekte of vaatziekte hebt. Of als uw nieren niet goed meer werken. De huisarts kijkt dus naar uw persoonlijke situatie. Ook als u medicijnen gebruikt, is een gezonde leefstijl belangrijk.

Er zijn veel verschillende soorten medicijnen om hoge bloeddruk te behandelen. De meest gebruikte groepen medicijnen zijn:

  • Plaspillen (diuretica).
  • Bèta-blokkers.
  • ACE-remmers.
  • Angiotensine-2-antagonisten.
  • Calcium-antogonisten.

Lees meer over de werking van deze medicijnen.

Het risico op een hart- of vaatziekte wordt onder meer groter door:

  • Roken.
  • Hoge bloeddruk.
  • Hoog cholesterol.
  • Stress.
  • Diabetes.
  • Te weinig lichaamsbeweging.
  • Ongezond eten.
  • Overgewicht.

Dit zijn risicofactoren. De huisarts onderzoekt of er behalve hoge bloeddruk nog andere risicofactoren zijn. Daarna maakt hij samen met u een plan van aanpak. Bij alle risicofactoren is een gezonde leefstijl erg belangrijk. Misschien krijgt u ook medicijnen.

Deze totaal-aanpak heet cardiovasculair risicomanagement. Daarmee maakt u samen met uw huisarts de kans op problemen kleiner.

Lees meer over het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten.

Verberg

Ook wel: hypertensieve crisis

Van een hoge bloeddruk merkt u meestal niets. Maar dat is anders als de bloeddruk extreem hoog is. Als de bovendruk boven de 200 komt, en de onderdruk hoger dan 120 is, krijgt u wel klachten. Artsen noemen dit een hypertensieve crisis. U kunt dan last krijgen van:

  • Hoofdpijn.
  • Duizeligheid.
  • Misselijkheid en overgeven.
  • Wazig zien.
  • Oorsuizen.
  • Een bloedneus.

Ook kan direct schade ontstaan aan het hart, de hersenen, nieren, ogen en andere organen. Een hypertensieve crisis kan dodelijk zijn. Daarom is het belangrijk dat u meteen behandeld wordt.

Een hypertensieve crisis kan ontstaan als u al lange tijd hoge bloeddruk hebt, maar daar niet voor behandeld wordt. Maar er zijn ook andere oorzaken. Bijvoorbeeld een andere ziekte of medicijngebruik. Ook vrouwen met zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) hebben een hypertensieve crisis.

Uw bloed en urine worden onderzocht in het laboratorium. Dit onderzoek kan duidelijk maken of er al schade aan de organen is ontstaan. Vaak zijn nog andere onderzoeken nodig. Bijvoorbeeld een hartfilmpje (ECG) of een röntgenfoto van hart en longen. Of een echo van de nieren of een oogonderzoek. Dit hangt af van uw situatie en uw klachten.

De bloeddruk moet zo snel mogelijk omlaag. De huisarts stuurt u naar het ziekenhuis. Daar krijgt u medicijnen die u moet innemen. Binnen een paar uur zakt de bloeddruk. Dit moet voorkomen dat de organen schade oplopen.

Blijkt uit het onderzoek dat er toch al schade aan de organen is? Dan gaat het om een noodgeval. U krijgt de medicijnen dan via een infuus.

Na een hypertensieve crisis is vervolgonderzoek nodig. Uw arts gaat na of er schade aan de organen is ontstaan. En hoe ernstig die schade is. Als het nodig is, volgt een behandeling.

Verberg
  • Volg de adviezen van de huisarts op. Pas uw manier van leven aan als dat nodig is. Op de website van de Hartstichting staat veel informatie over een gezonde leefstijl.
  • Krijgt u medicijnen? Gebruik deze dan volgens het voorschrift van de arts. Door verkeerd gebruik kan uw bloeddruk nog verder oplopen.
  • Ga regelmatig op controle bij de huisarts. U weet dan zeker of de behandeling nog past bij uw situatie.
  • U kunt ook zelf thuis uw bloeddruk meten. Vraag uw huisarts dan wel eerst om uitleg.
  • Wilt u anders gaan leven? Het kan leuk zijn om dat samen met lotgenoten te doen. Misschien kunt u samen sporten of wandelen, of een kookcursus volgen. Lotgenoten kunt u ontmoeten via een patiëntenorganisatie. Bijvoorbeeld De Hart&Vaatgroep.
Verberg

Risicometer hart- en vaatziekten

Deze keuzehulp van Thuisarts.nl laat zien hoeveel kans u hebt om een hart- of vaatziekte te krijgen. En hoe u dit risico kleiner kunt maken. U kunt de informatie gebruiken om een gesprek met uw arts voor te bereiden. Samen beslist u dan welke aanpak het beste bij u past.

Zoek contact met lotgenoten

Meer weten over hoge bloeddruk?

Bronnen: Hartstichting en NVVC

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 20 maart 2017.

Deel deze pagina via: