Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

ICD

Belangrijke thema's bij ICD:

Ook wel: inwendige defibrillator

ICD is de afkorting voor Implanteerbare Cardioverter Defibrillator. Het is een hulpmiddel voor mensen die ernstige hartritmestoornissen hebben. Het hart kan zo van slag raken dat zij een hartstilstand kunnen krijgen.

De ICD zit in het lichaam. Net als een pacemaker geeft de ICD impulsen als het hart te langzaam klopt. Impulsen zijn lichte elektrische schokken. Het verschil met een pacemaker is dat een ICD ook een zwaardere elektrische schok kan geven. Dat gebeurt als het hart heel snel of onregelmatig gaat slaan. Door de schok gaat het hart weer in een normaal ritme kloppen.

Verberg

De ICD is een minicomputer. Hij is heel klein en licht. Een chirurg plaatst de ICD in uw lichaam tijdens een operatie. Dat gebeurt onder narcose. De ICD komt meestal vlak onder uw linker sleutelbeen. Vanuit de ICD lopen snoertjes naar het hart.

ICD-dragers krijgen een ICD-pas van het ziekenhuis. Daarop staan alle gegevens van de ICD. Deze informatie is voor de patiënt zelf, voor de cardioloog en voor andere hulpverleners. Hebt u een ICD? Dan is het verstandig de ICD-pas altijd bij u te dragen.

De cardioloog kan de ICD programmeren via een speciaal apparaat. Dit apparaat staat in het ICD-centrum van het ziekenhuis. U komt hier regelmatig op controle. De cardioloog kan dan het geheugen van de ICD uitlezen. Zo kan hij zien of de ICD goed werkt. Het kan ook zijn dat u speciale meetapparatuur mee naar huis krijgt. Daarmee worden uw gegevens automatisch naar het ziekenhuis gestuurd. Dit heet ‘telemonitoring’. U hoeft dan minder vaak naar het ziekenhuis voor controle.

Lees meer over telemonitoring.

Na een jaar of zes is de batterij leeg. U krijgt dan een nieuwe ICD.

Bekijk een filmpje over het inbrengen van de ICD.

Verberg

De ICD meet steeds het ritme van uw hart. Bij een ernstige ritmestoornis geeft de ICD een schok. Zo voorkomt hij dat u een hartstilstand krijgt. De schok kan aanvoelen als een harde klap op uw borst of rug. Of alsof u prikkeldraad vastpakt.

Neem na een schok direct contact op met uw cardioloog. Misschien moet hij de instellingen van de ICD aanpassen.

Lees wat er gebeurt na een schok.

Verberg

Het kost tijd om aan een ICD te wennen. In het begin hebt u waarschijnlijk veel praktische vragen. Uw cardioloog en de verpleegkundige informeren u zo goed mogelijk. Als u nog vragen hebt, kunt u altijd contact opnemen.

Lees hoe u zich kunt voorbereiden op het gesprek met de cardioloog.

Houd er rekening mee dat u nog steeds hartritmestoornissen kunt krijgen. U kunt dan het bewustzijn verliezen. Bepaalde situaties blijven daarom gevaarlijk. Bijvoorbeeld bergbeklimmen, of zwemmen zonder begeleiding.

Verder moet u oppassen met magnetische velden en mobiele telefoons. Deze kunnen de werking van de ICD verstoren. Houd uw mobiel altijd aan uw andere oor.

De meeste huishoudelijke apparatuur heeft bij normaal gebruik geen invloed op de werking van de ICD.

De eerste twee maanden na implantatie óf na een schok mag u niet autorijden. Daarna mag dat alleen onder bepaalde voorwaarden. Kijk hiervoor op de site van de Stichting ICD-dragers Nederland.

Kijk voor meer praktische tips.

Lees ook de brochure van de NVHVV.

Verberg

Krijgt u een medisch onderzoek? Moet u een behandeling ondergaan? Overleg dan met uw cardioloog. Bepaalde medische apparatuur kan invloed hebben op de ICD. Soms werkt deze dan niet goed meer. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren na een bestraling of na een MRI-scan. Maar tegenwoordig krijgen patiënten steeds vaker een MRI-bestendige ICD.

Uw arts houdt er rekening mee dat u een ICD draagt. Hij past het onderzoek of de behandeling aan. Het gebeurt ook wel eens dat een onderzoek of behandeling helemaal niet mogelijk is. Uw arts bespreekt dit met u.

Verberg

Een ICD is bedoeld om uw leven te redden. Juist daarom kan de ICD in de laatste levensfase problemen opleveren. Het apparaatje kan het stervensproces verstoren.

De ICD geeft plotseling een schok of beïnvloedt het hartritme. U kunt dan niet rustig sterven. Daarom moet de ICD op een bepaald moment uitgeschakeld worden.

De cardioloog doet dit in overleg met u. U komt hiervoor naar het ICD-centrum in het ziekenhuis. Het uitschakelen gaat via de computer. U merkt er verder niets van.

Lees meer over de ICD in de laatste levensfase.

Bekijk ook het filmpje over dit onderwerp.

Verberg

Harteraad

Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met Harteraad, de patiëntenvereniging voor mensen met een hart- of vaatziekte en hun naasten. Samen met de Hartstichting werken zij aan belangenbehartiging voor patiënten en kwaliteitsverbetering in de zorg.

Harteraad-logo

 

Bron: Hartstichting

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 13 augustus 2018.

Deel deze pagina via: