Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Intensive care

Belangrijke thema's bij Intensive care:

Ook wel: IC, intensieve zorg, bewakingsafdeling

De intensive care is een afdeling van het ziekenhuis. Op deze afdeling verblijven mensen die 24 uur per dag speciale zorg nodig hebben. Ze zijn vaak ernstig ziek en soms zelfs in levensgevaar. Er is bijvoorbeeld iets mis met hun hart, longen of andere belangrijke organen. Ze hebben misschien kunstmatige beademing nodig. Of de werking van de nieren moet tijdelijk worden overgenomen. Patiënten op de IC staan voortdurend onder controle. Dan kunnen de artsen snel ingrijpen als er iets misgaat. Een patiënt mag pas van de IC naar een andere afdeling, als hij genoeg is opgeknapt.

Ieder jaar worden ruim 85.000 mensen opgenomen op een IC. Bijvoorbeeld na een ernstig ongeluk, een hartstilstand of een bloedvergiftiging (sepsis). Maar soms is ook al van tevoren bekend dat iemand opgenomen moet worden. Bijvoorbeeld na een grote operatie.

Lees meer over aandoeningen die kunnen leiden tot een plotselinge opname.

De IC-afdeling is niet in ieder ziekenhuis hetzelfde. Er is een verschil in grootte. Gemiddeld is het minimum aantal bedden op de afdeling 6, en het maximum 45. Bij minder dan 12 bedden gaat het om een kleine IC.

Er zijn 3 ziekenhuizen met een brandwondencentrum: in Beverwijk, Groningen en Rotterdam. Een brandwondencentrum is een gespecialiseerde IC.

Een goede doorstroom op de IC-afdeling is belangrijk. Zo blijven er voldoende bedden beschikbaar voor mensen die intensieve zorg nodig hebben. Daarom hebben sommige ziekenhuizen naast de IC een PACU (post anesthesiology care unit), een high of medium care-afdeling of een Step Down Unit.

  • De PACU is de afdeling waar patiënten na een operatie heen gaan. Althans: patiënten die binnen 24 uur van de beademing af kunnen. Als dat niet mogelijk is, gaat de patiënt naar de IC.
  • Op de high of medium care-afdeling liggen patiënten aan de bewakingsapparatuur. Hun hartslag, bloeddruk en hoeveelheid zuurstof in het bloed worden in de gaten gehouden. Maar ze zijn niet afhankelijk van apparaten die de werking van de organen kunnen overnemen. Als dat wel het geval is, gaan ze naar de IC.
  • Sommige ziekenhuizen hebben geen aparte medium care-afdeling, maar wel een aantal medium care-bedden op de IC. Dit heet een Step Down Unit (SDU). De SDU bereidt patiënten voor op de overstap naar een gewone verpleegafdeling. Zo wordt die overstap minder groot.

Soms is de medium care-afdeling gespecialiseerd. De afdeling richt zich dan op een bepaalde groep patiënten. Bijvoorbeeld mensen met hartklachten. Of mensen die een beroerte hebben gehad. Eén ziekenhuis heeft soms meerdere IC’s en gespecialiseerde medium care-afdelingen.

Verberg

Op de IC-afdeling werken speciaal opgeleide artsen: intensivisten. Dit zijn medisch specialisten die zich verder hebben gespecialiseerd in het behandelen van patiënten op de intensive care. Onder begeleiding van de intensivist werken ook andere artsen op de intensive care:

  • IC-artsen. Dit zijn basisartsen (ook wel: arts-assistenten). Sommigen volgen een opleiding tot medisch specialist.
  • Fellows. Dit zijn medisch specialisten (bijvoorbeeld chirurgen of cardiologen) die zich specialiseren in de intensive care. Zij worden uiteindelijk intensivist.

Op de afdeling werken ook verpleegkundigen die zijn gespecialiseerd in IC-zorg. Dit zijn IC-verpleegkundigen. Soms ook mensen die daarvoor in opleiding zijn. Verder zijn er soms ook research verpleegkundigen. Zij doen onderzoek in opdracht van de arts.

En er zijn nog meer zorgverleners betrokken. Bijvoorbeeld een diëtist, microbioloog, bacterioloog, apotheker of fysiotherapeut. Samen met de artsen en verpleegkundigen vormen zij een behandelteam. Vaak is ook een andere medisch specialist bij de behandeling betrokken. Bijvoorbeeld een chirurg of longarts. Het behandelteam heeft regelmatig overleg. Meestal dagelijks. Dit overleg heet het multidisciplinair overleg (MDO).

De intensivist is de hoofdbehandelaar. Hij zorgt ervoor dat de leden van het behandelteam goed samenwerken. Als het nodig is worden andere zorgverleners ingeschakeld. Bijvoorbeeld een maatschappelijk werker, logopedist, ergotherapeut, psycholoog, psychiater of geestelijk verzorger. Ook geeft de intensivist u en uw familie uitleg over de behandeling.

Lees meer over het werk van de intensivist.

De fysiotherapeut helpt patiënten om zo snel mogelijk weer in beweging te komen. Ook als ze nog in bed moeten blijven, kunnen patiënten al oefeningen doen. Dat kan zelfs als iemand nog aan de beademing ligt. Bij mensen die niet bij kennis zijn, beweegt de fysiotherapeut de armen en benen. Door direct weer te bewegen, herstellen patiënten sneller. Niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk.

Lees meer over fysiotherapie op de IC.

Verberg

Op de IC is veel speciale apparatuur aanwezig. De patiënt ligt aan allerlei slangen en snoeren. Bijvoorbeeld een infuus, sonde of beademingsapparatuur. De apparatuur maakt ook steeds geluid. Er is gezuig van een pomp te horen, en allerlei piepjes. De naasten van een patiënt schrikken vaak erg als ze voor het eerst op de afdeling komen. Het kan overweldigend en confronterend zijn om iemand zo tussen allerlei apparaten te zien liggen.

Alle patiënten liggen ‘aan de bewaking’. Speciale bewakingsapparatuur controleert onder meer de hartslag, bloeddruk en hoeveelheid zuurstof in het bloed. Daarnaast is er apparatuur om de werking van belangrijke organen te ondersteunen of over te nemen. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om iemand te beademen. Of om de werking van de nieren over te nemen.

Lees meer over beademing en andere behandelingen.

Verberg

De intensive care-afdeling werkt samen met IC’s van andere ziekenhuizen in de regio. Door samen te werken kunnen de ziekenhuizen hun zorg verder verbeteren. Intensivisten kunnen bijvoorbeeld met elkaar overleggen over een patiënt. Zij kunnen elkaar om advies over de behandeling vragen. Ook kan een patiënt makkelijker worden overgeplaatst als dat nodig is.

Soms biedt een IC niet de behandeling die u nodig hebt. Dan wordt u overgeplaatst naar een ander ziekenhuis. Dat ziekenhuis kan dan zorg leveren die beter bij uw toestand past.

Het vervoer gaat met een mobiele intensive care unit (MICU). In deze speciale ambulance is alle IC-apparatuur aanwezig. Ook reizen een IC-verpleegkundige en een intensivist of fellow mee.

In een spoedsituatie kan soms niet gewacht worden op de MICU. Dan gaat het vervoer per gewone ambulance. Er moet dan wel een arts meereizen die kan ingrijpen als dat nodig is. Bijvoorbeeld een arts die op de spoedeisende hulp werkt (SEH-arts), een intensivist of een IC-arts.

Verberg

Opname op een IC is vaak een schokkende gebeurtenis. Patiënten en hun naasten worden geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het leven. Gezond zijn is niet langer vanzelfsprekend. Dat kan allerlei emoties oproepen. Bijvoorbeeld machteloosheid, angst of verdriet.

Vaak zijn mensen bang. De omgeving kan indrukwekkend en verwarrend zijn. Patiënten zijn omgeven door apparaten die steeds geluiden maken. Ze weten misschien niet goed waar ze zijn en kunnen zich misschien niet goed uiten. Iemand die aan de beademing ligt kan meestal niet praten. Op de meeste IC’s is wel een letterbord of iPad aanwezig. Daarmee kan een patiënt dan toch duidelijk maken wat hij voelt of nodig heeft.

Door het ziek-zijn kan een patiënt ook erg onrustig worden of in de war raken. Hij heeft dan een delier. Dit komt doordat de balans in de hersenen is verstoord. Medicijnen kunnen helpen tegen een delier. Misschien is het nodig om de patiënt kortere of langere tijd in slaap te houden. Dit heet sederen. Het ziekenhuis doet dit zo min mogelijk, omdat het de verwardheid soms kan verergeren. Maar soms is het echt nodig om behandeling beter mogelijk te maken. Voor de patiënt kan het heel vreemd zijn om achteraf een periode ‘kwijt’ te zijn. Er ontbreken dan een paar dagen of weken in de herinnering. Sommige mensen herinneren zich wel stukjes.

Artsen en verpleegkundigen houden de patiënt zo goed mogelijk in de gaten. Ze letten op of iemand misschien bang of verward is, of pijn heeft. Dan helpen ze. Als het mogelijk is geven ze de patiënt ook uitleg over de situatie.

Ook voor naasten is een IC-opname moeilijk. Het is heel naar om te zien dat iemand zo ziek is. Dat kan gevoelens van angst en machteloosheid oproepen.

Het ziekenhuis probeert niet alleen de patiënt, maar ook de naasten zo goed mogelijk te begeleiden. De verpleegkundige vertelt wat u als naaste voor de patiënt kunt doen. Soms kunt u bijvoorbeeld helpen bij de verzorging. De arts houdt u op de hoogte van de behandeling en de resultaten. U kunt ook altijd zelf een gesprek aanvragen bij de arts. Of praten met een geestelijk verzorger of maatschappelijk werker. Zij zijn in dienst van het ziekenhuis en kunnen helpen bij het omgaan met de situatie.

U kunt ook opschrijven wat er met de patiënt gebeurt. Dat kan helpen om de situatie beter te overzien. Een dagboek laat bijvoorbeeld zien dat het langzaam beter gaat. U kunt uw aantekeningen later aan de patiënt laten lezen. Hij begrijpt dan beter wat er allemaal is gebeurd. En dat kan helpen bij de verwerking.

Verberg

Een opname op de intensive care kan een paar uur duren, maar ook weken of maanden. Pas als het beter gaat, mag een patiënt naar een andere afdeling in het ziekenhuis. Bijvoorbeeld naar de medium care-afdeling of een gewone verpleegafdeling. Sommige patiënten gaan daarna nog naar een revalidatiecentrum of verpleeghuis. Anderen kunnen direct naar huis.

Een verblijf op de intensive care is niet niks. Houd er rekening mee dat iemand die op een IC heeft gelegen ernstig ziek is geweest. Aansterken en lichamelijk op krachten komen kost tijd. Het kan heel lang duren voor iemand weer helemaal de oude is. Sommige mensen kunnen zelfs jaren na hun IC-opname nog klachten hebben. Ook kost het tijd om te verwerken wat er allemaal gebeurd is, ook voor naasten.

Steeds meer ziekenhuizen bieden daarom ook nazorg. Soms is er zelfs een speciale nazorgpoli. U kunt ook zelf om begeleiding vragen. Het ziekenhuis helpt patiënten op weg naar lichamelijk en geestelijk herstel. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om een afspraak maken met de intensivist en IC-verpleegkundige. Die kunnen een patiënt dan nog eens uitleggen wat er gebeurd is en vragen beantwoorden. Ook kunnen ze laten zien waar iemand gelegen heeft.

Het ziekenhuis bespreekt ook met de patiënt of er nog klachten zijn. Misschien is dan doorverwijzing nodig naar bijvoorbeeld een fysiotherapeut, psycholoog of diëtist. Ook brengt het ziekenhuis de huisarts van de patiënt op de hoogte van eventuele lichamelijke klachten.

Lees meer over de (mogelijke) nazorg.

Het ziekenhuis vraagt altijd om vragenlijsten in te vullen. In die vragenlijsten kunnen patiënten aangeven hoe ze de periode op de IC hebben ervaren. Het ziekenhuis gebruikt de antwoorden om de zorg doorlopend te verbeteren. Er zijn ook speciale vragenlijsten voor naasten.

De vragenlijsten om klantervaringen te meten heten Consumer Quality Index (CQI). Patiënten en hun naasten beantwoorden hierop vragen over hun ervaringen op de IC. Ook kunnen ze het ziekenhuis een rapportcijfer geven.

Natuurlijk kunt u als patiënt of naaste ook altijd zelf vragen stellen. Schrijf uw vragen desnoods van tevoren op. Dan vergeet u ze niet. Het is belangrijk dat u de informatie krijgt die u wilt.

Meedoen aan het nazorgtraject levert belangrijke informatie op voor toekomstige IC-patiënten. En kan ook meer inzicht geven in gezondheidsproblemen na een IC-opname (PICS). Zo kunnen ziekenhuizen en patiënten samenwerken aan het verbeteren van de IC-zorg.

Sommige ziekenhuizen bieden ook nazorg aan naasten. Net als de patiënt hebben zij een moeilijke en stressvolle periode achter de rug. De meeste mensen kunnen dat niet zomaar achter zich laten. Het ziekenhuis kan dan helpen bij de verwerking. Sommige ziekenhuizen organiseren IC-terugkomdagen voor patiënten en hun naasten. Ook kunnen zij terecht bij de geestelijk verzorger of maatschappelijk werker van het ziekenhuis.

Verberg

Ook wel: post intensive care syndroom (PICS)

De meeste mensen herstellen goed na een IC-opname. Maar er zijn ook patiënten die lang klachten houden en problemen krijgen in het dagelijks leven. Dat gebeurt vooral bij mensen die wat langer op de afdeling hebben gelegen. Maar het kan ook voorkomen na een kort verblijf op de IC. Sommige mensen hebben na een jaar of langer nog klachten. Soms verergeren de klachten. Of er ontstaan nieuwe klachten die niet te maken hebben met de eerdere ziekte. Veel voorkomende klachten zijn:

  • Lichamelijke problemen
    Bijvoorbeeld: minder spierkracht, minder uithoudingsvermogen, problemen met lopen, vermoeidheid, slaapproblemen, kortademigheid, pijn en stijfheid in de gewrichten.
  • Psychische problemen
    Bijvoorbeeld: nachtmerries, angstgevoelens, depressie, post traumatische stress stoornis (PTSS). Ook familieleden kunnen psychische problemen krijgen als gevolg van de IC-opname.
  • Cognitieve problemen
    Bijvoorbeeld: concentratieproblemen, geheugenproblemen, niet op woorden kunnen komen, moeite met plannen van dagelijkse handelingen.

Er is dan sprake van het post intensive care syndroom (PICS). Als het gaat om familieleden met klachten heet het PICS-family (PICS-F). PICS en PICS-F zijn pas in 2012 voor het eerst beschreven in een wetenschappelijk artikel. Daarom is er onder zorgprofessionals nog weinig bekend over de mogelijke gevolgen van een IC-opname.

Naar het ontstaan van de klachten moet nog veel onderzoek worden gedaan. Maar onderzoek bij IC-patiënten laat wel zien dat het risico op PICS groter wordt als:

  • Een ernstige bloedvergiftiging (sepsis) optreedt.
  • Meerdere organen niet meer goed werken.
  • Lange tijd beademing nodig is.
  • Een delier optreedt (ernstige verwarring door lichamelijke oorzaak).
  • Iemand lang in slaap wordt gehouden.
  • Iemand niet of nauwelijks beweegt tijdens de opname.
  • Bepaalde medicijnen gebruikt worden, zoals spierverslappers en glucocorticosteroïden.

Sommige patiënten hebben voor of tijdens hun opname een bijna-dood-ervaring. Maar het is niet bekend of zo’n ervaring de kans op PICS vergroot.

Het is moeilijk te voorspellen of een patiënt later last krijgt van een IC-opname. En om welke klachten het dan gaat. Maar het ziekenhuis kan wel maatregelen nemen om PICS te voorkomen. Zo is het is bijvoorbeeld belangrijk om al tijdens de opname te beginnen met fysiotherapie. En de arts kan proberen iemand zo kort mogelijk aan de beademing te houden. Ook goede nazorg is belangrijk. De intensieve zorg mag niet ophouden als een patiënt de intensive care verlaat. Steeds meer ziekenhuizen zijn zich hiervan bewust en nemen maatregelen om klachten na de IC-opname te voorkomen.

Naasten kunnen de patiënt helpen door tijdens de opname een dagboekje bij te houden en foto’s te maken. Daarmee kan de patiënt achteraf beter begrijpen wat er gebeurd is. Ook dat helpt om het risico op PICS te verkleinen.

Hebt u op een IC gelegen en hebt u last van onverklaarbare klachten? Misschien gaat het om PICS. Wat kunt u dan doen?

  • Zoek informatie
    Door meer te lezen over PICS begrijpt u beter wat er met u aan de hand kan zijn. Ook komt u meer te weten over nazorg en behandelingen. Op de websites www.opeenicliggen.nl en www.fcic.nl staat veel informatie voor ex-patiënten en hun naasten.
  • Zoek naar gerichte nazorg
    Neem contact op met het ziekenhuis waar u gelegen hebt. Vaak helpt het om de IC opnieuw te bezoeken en met de medewerkers van die afdeling te praten. Misschien organiseert het ziekenhuis IC-terugkomdagen. Bekijk samen met uw arts welke klachten u hebt en wat er aan te doen is. Waarschijnlijk hebt u hulp nodig van meerdere behandelaars. Er zijn ook speciale cursussen en begeleiding voor mensen die op een IC hebben gelegen.
  • Maak gebruik van nazorg
    Nazorg helpt u om klachten te begrijpen. En om er beter mee om te gaan. Zo krijgt u meer grip op uw situatie. Meedoen aan het nazorgtraject levert belangrijke informatie op voor toekomstige IC-patiënten. En kan ook meer bekendheid geven aan PICS.
  • Zoek contact met lotgenoten
    Het kan prettig zijn om in contact te komen met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Zij begrijpen hoe u zich voelt. Ook kunt u ervaringen en tips uitwisselen. Lotgenoten kunt u ontmoeten via Stichting FCIC en op het forum van www.opeenicliggen.nl.

Natuurlijk kunt u uw klachten ook bespreken met de huisarts. Maar houd er rekening mee dat PICS nog erg onbekend is. Misschien heeft uw huisarts er nog nooit van gehoord. U kunt hem dan bijvoorbeeld wijzen op de informatie van Stichting FCIC. Als uw huisarts goed op de hoogte is, kan hij u beter helpen.

Ook naasten kunnen na een IC-opname psychische problemen krijgen. Angst, depressie, post traumatische stress en verstoorde rouw komen veel voor. Dan is sprake van PICS-family (PICS-F).

Net als bij patiënten is goede nazorg voor naasten belangrijk. Mensen met PICS-F kunnen ook veel hebben aan contact met lotgenoten. Zij kunnen hiervoor terecht bij Stichting FCIC en het forum van www.opeenicliggen.nl.

Verberg

Ook wel: pediatrische intensive care unit (PICU)

Een aantal ziekenhuizen heeft een speciale intensive care-afdeling voor kinderen. Hier werken kinderartsen die zich hebben gespecialiseerd in de behandeling van ernstig zieke kinderen (kinder-intensivisten). Op de kinder intensive care gaat het er anders aan toe dan op een gewone intensive care. Ouders en verzorgers mogen bijvoorbeeld 24 uur per dag bij hun kind aanwezig zijn.

Lees meer over de Kinder Intensive Care.
Bekijk de acht Kinder-IC’s.

Verberg

Meer weten over intensive care?

Op een IC liggen, NICE en Kwaliteitsstandaard Organisatie van Intensive Care

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 02 maart 2017.

Deel deze pagina via: